Previous month:
april 2008
Next month:
juni 2008

Poezie waar geen monteur bij nodig is

ErikHarteveld In de Nederlandse poëzie wordt veel gediscussieerd en een van de discussies die steeds weer oplaait, is die over de toegankelijkheid. Centrale stelling in dit debat zonder winnaars is het idee dat de moderne poëzie in zichzelf gekeerd is geraakt met als gevolg dat de doorsnee lezer zich buiten gesloten voelt. Poëzie als een geheimtaal, als een spel waarvan slechts een select gezelschap kenners de regels kent.

 

Ook Erik Harteveld uit Rasquert, voormalig stadsdichter van Assen, hangt dit idee van een tweedeling aan. Tijdens de presentatie van zijn eerste bundel met Nederlandstalige poëzie, vorige week in Assen, sprak hij de verwachting uit dat ‘recensenten’ vanwege de aanwezigheid van traditionele gedichten zouden afknappen op De eeuwig zoemende vliegenstrip. Poëzierecensenten houden niet van traditionele gedichten, aldus Harteveld.

 

De eeuwig zoemende vliegenstrip bevat inderdaad retropoëzie die doet vermoeden dat de schrijver de modieuze literaire experimenten aan zich voorbij heeft laten gaan. Alle soorten rijm komen voorbij, verpakt in een aanstekelijk ritme en klare taal - meer Leopold en Martinus Nijhoff dan Lucebert en Tonnus Oosterhoff. Wat thema’s en toon betreft, kan het werk worden samengevat met de beroemde titels Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij en Op weg naar het einde.

 

Weemoed en melancholie zijn de termen die na lezing het eerst komen bovendrijven, maar ook tragiek. Veel beelden zijn afkomstig van het platteland: in Deel zijn we even terug in de jeugd van dichter en worden we daarna het paradijs uitgezet:

 

Kijk, hier staat mijn naam

in gebinten gekerfd

met het mes dat mijn broer

op de markt heeft gewonnen.

Dit is de plaats die zo is

als het hoort,

waar het dak wordt geschraagd

door hout dat niet groeit

en onze namen langer bewaart

dan wijzelf en de zon

door het raam.

 

Harteveld roept het verleden vaak terug aan de hand van merknamen: ‘de Alfa Laval’, ‘Bonanza!’, ‘Heugavelt’ ‘Jonker Fris’, ‘Zündapp’. Aanvankelijk gaat er een vertederende werking van uit, maar niet voor lang, want alle merken zijn verdwenen, opgeslokt door het grote geheel of uiteengespat (‘Exota’). Bijna altijd wordt de idylle verstoord. Vroeger was niet alles beter, wel veel. Maar het erge is: vroeger is onomkeerbaar voorbij.

 

Centraal thema in De eeuwig zoemende vliegenstrip is de eindigheid, centrale vraag is hoe met die eindigheid om te gaan. De bundel telt vier reeksen en in de cyclus ‘Wereld’ doet de dichter een aantal suggesties. Een fragment uit het bezwerende Oproep aan het Drents Archief, het klapstuk in de bundel:

 

Verbrand de boeken.

Vergeet ook de regels van de buitenspelval.

En de gedachte dat wij leren

van wat vroeger is gebeurd

en hoe de voorhang van de tempel is gescheurd.

Nichts aufbewahren!

Alle plasmaschermen worden leeggemaakt.

En wel dadelijk.

 

Uiteraard komt de dichter er niet helemaal uit en moet ook Erik Harteveld volstaan met vaststellingen en Grote Vragen zoals in Ruimtevaart:

 

Ergens moet er niets bestaan,

we komen er vandaan.

 

Er is geen gewicht,

geen donker en geen licht

geen woord geen zin

 

Wat trekt ons deze ruimte

zonder einde of begin?

 

Eenvoudige poëzie, inderdaad. Er is geen woord Chinees bij. Maar daarom niet minder mysterieus en waar. Nog een stap verder: het is begrijpelijk en toegankelijk en juist daardoor zo waardevol.

 

Dat de meeste aandacht van poëziecritici uitgaat naar experimentele poëzie is volstrekt logisch. Want wat bekend is, weten we nu wel. Omwille van nieuwsgierigheid en de hoop op verbetering (vooruitgang!) dient poëzie grenzen op te zoeken. Om vervolgens al spelend in een niemandsland te belanden waar niets vast staat, waarin alles nog woest en ledig is, in afwachting van scheppende handen die vorm en richting geven.

 

De hang en drang naar experiment neemt niet weg dat er ook poëzie geschreven moet worden door dichters die de handen vol hebben aan het bewandelen van het vertrouwde pad, die geraakt willen worden door inhoud en daarna pas door vorm. In deze tijd van ‘breedbeeld’, ‘draadloos’ en ‘account’ is zulke traditionele poëzie zelfs cruciaal, juist omdat je er geen monteur aan huis voor nodig hebt.

 

Nu niet langer gedraald: De eeuwig zoemende vliegenstrip is een prachtig debuut vol poëzie van degelijke en ouderwetse kwaliteit. Verrassend effectief. Nu met gegarandeerd ontroerende werking. Zolang de voorraad strekt.

 

Boek: De eeuwig zoemende vliegenstrip. Auteur: Erik Harteveld. Uitgever: Kleine Uil. Prijs: €12.50 (48 blz).


Hier nu langs het lange diepe water

RemcoCampertDvd Jazz en literatuur kunnen heel goed door een deur, stelt de organisatie van het Groninger jazzfestival Midnight Express. En dus is het niet verwonderlijk dat Remco Campert zaterdag een optreden verzorgt met het Benjamin Herman Kwartet.

 

Genieten van een rustige oude dag is er niet bij voor Campert. Wat heet: op 78-jarige leeftijd lijkt hij productiever dan ooit. Sinds de eeuwwisseling is Campert ieder jaar goed voor minimaal drie titels – novelles, columns, gedichten, luisterboeken. Voor deze zomer is zelfs een volwassen kinderverhaal aangekondigd: Oom Boos-Kusje en de kinderen. Alsof er op de valreep nog iets ingehaald dient te worden.

 

Zaterdag, als de gezondheid het toestaat, brengt hij een bezoek aan Groningen. Het is zijn tweede dit jaar, want in februari deed hij de Martinistad ook al aan, toen als onderdeel van het literaire festijn Saint Amour. Dit weekend voegt Campert zich bij het Benjamin Herman Kwartet, het gezelschap rond jazzsaxofonist Benjamin Herman.

 

Camperts voorliefde voor jazz gaat ver terug. In 1955 dichtte hij over Charlie Parker: ‘Hij maakte mijn jeugd, mijn beste seizoen, mijn april, mijn zuiver en begrepen woord’. Over Chet Baker in 1959: ‘Zijn stem is een zachte regen als de kleine voeten van het vreemde meisje op het tapijt. Voor in zijn mond zingt aarzelend de liefde’. Over Eric Dolphy in 1965: ‘Het staat vast dat alle mensen sterven, maar van alle mensen het eerst de jazzmusici.’

 

Het is niet voor het eerst dat Campert met een muziekgezelschap samenwerkt. Zo gaf hij vijf jaar geleden in Amsterdam samen met de Corrie Binsbergen Band een uitvoering van de novelle Als in een droom waarbij improviserende musici en een strijkwartet reageerden op de karakterische vertelstem van de schrijver.

 

De samenwerking met Benjamin Herman vloeit voort uit de eind vorig jaar verschenen cd Campert en die cd is weer het vervolg op een filmportret van Campert, Tijd duurt één mens lang, waarvoor Herman de muziek de leverde. Kort geleden bracht uitgeverij De Bezige Bij het portret uit als dvd, samen met een cd waarop Campert gedichten van zijn jongste dichtbundel Nieuwe herinneringen voorleest.

 

De film Tijd duurt één mens lang oogt aanvankelijk wat krampachtig. Campert ontvangt de makers een aantal keren in zijn werkkamer waar hij antwoord geeft op vragen over leven en werk. De filmers lijken behoorlijk onder de indruk van zijn status – er ontstaat al snel een schoolkrantsfeer die nog eens wordt versterkt doordat Campert heel bereidwillig blijft meewerken terwijl hij denkt: ‘Ach die kinderen’.

 

Toch levert het wel wat op. Zoals een exposé over de voorkeur voor de oude Mickey Mouse; Campert sjouwt steevast een beeldje mee naar zijn tweede huis in Frankrijk. En een terugblik op zijn chaotische kinderjaren bij tantes omdat zijn moeder actrice was en zijn vader al snel vertrokken. Meest indrukwekkend is het deel waarin hij over zijn eigen rol als vader vertelt en hoe moeilijk hij dat kon combineren met zijn schrijversschap.

 

“Als je egocentrisch bent, is er weinig ruimte voor kinderen”, prevelt Campert. “Als ik het anders had gedaan, dan had ik mijn reden van bestaan moeten opgeven. Als ik er al aan denk, dan raak ik helemaal in de war. Wat ik had dan moeten doen? Dit is het enige wat ik kan. (…) Een warme vader ben ik nooit geweest. Wat dat betreft herhaal ik de zonde van mijn ouders, zeker van mijn vader.”

 

Tussen de antwoorden door leest Campert gedichten en weerklinkt de muziek van Benjamin Herman. De jazz en poëzie komen samen als hij vertelt over Lamento uit 1995, een van zijn bekendste gedichten. “Het is ontstaan vanuit een opdracht iets te maken met een musicus. Ik wilde iets schrijven met een thema dat steeds terugkeert en wordt uitgebreid, zoals jazzsolo’s dat ook doen.”

 

Lamento staat twee keer op de cd Campert, de score bij Tijd duurt één mens lang. In de eerste uitvoering horen we de interpretatie van Herman, in de tweede versie doet de dichter zelf ook mee. Omgeven door onder meer lyrische saxofoonklanken en de piano van Gideon van Gelder leest hij voor: ‘Hier nu langs het lange diepe water/ dat ik dacht ik dacht dat je altijd maar/ dat je altijd maar…’.

 

Optreden en dvd

 

Remco Campert voert zaterdag in de USVA in Groningen de cd Campert uit met het Benjamin Herman Kwartet. Aanvang 15.00 uur, entree €12. De cd/dvd Nieuwe herinneringen/Tijd duurt één mens lang is verschenen bij De Bezige Bij. Prijs: €19,90.

 


Eeuwige Moes. Ode aan het gewas

Afgelopen maand vergaderden ministers en staatshoofden in Bonn over maatregelen om teruggang van de verscheidenheid aan gewassen tegen te gaan. De NPS speelt op deze conferentie in met de documentaire Eeuwige Moes. Ode aan het gewas van Catherine van Campen over Ruurd Walrecht, teler van zeldzame groentesoorten in Veenhuizen.

 

Walrecht bouwde vanaf midden de jaren negentig op zijn ‘oerakker’ in Veenhuizen een collectie van honderden met uitsterven bedreigde gewassen op, maar emigreerde van de ene op de andere dag naar Zweden. Waarom precies bleef lang een raadsel. Naar verluidt was Walrecht de tegenwerking en teleurstellingen beu. In de documentaire vertelt een bont gezelschap achterblijvers het verhaal van een bezeten teler en zijn Groene Ark.

 

Walrecht groeide op tussen de groente- en fruittelers en leerde op jonge leeftijd over rafelkool, mollestaart en andere zeldzaam geworden gewassen. Zijn kennis bracht hij in praktijk op een akker onder de rook van de gevangenis in Veenhuizen waar landbouwminister Veerman en koningin Beatrix een kijkje kwamen nemen.

 

Eeuwige Moes is voor een groot deel in Veenhuizen en omgeving opgenomen, met uitstapjes naar Wageningen, Friesland en de Ardennen. Aan het woord komt onder meer Boele Ytsma, een voormalig predikant met wie Walrecht nauw heeft samengewerkt. Volgens de makers proberen alle in film geportretteerde personen, ieder op hun eigen manier, in evenwicht met hun natuurlijke omgeving te leven.

 

Uitzending

 

‘Eeuwige Moes’ is 29/5 te zien op Nederland 2 om 22.50 uur. Na uitzending is de DVD van de film te koop á € 17 (inclusief verzendkosten) via info@zuidenwind.nl


Op komst: Zeuvendaagse, het boek

Arcadia der poëten is nog niet aan een tweede druk toe of uitgeverij Passage kondigt al weer een nieuw literair historisch getinte uitgave aan. Op 14 juni wordt in Veenhuizen het boek Zeuvendaagse gepresenteerd, een verslag van een gelijknamige wandeltocht langs Drentse pleisterplaatsen met nationaal literair gewicht.

Zeuvendaagse bevat bijdragen van onder anderen Bart FM Droog, Erik Harteveld, Suze Sanders, Jan Glas, Tjitse Hofman, Kasper Peters, Rense Sinkgraven en Egbert Hovenkamp. Vorig jaar liepen zij onder leiding van Jan Veenstra en Ton Peters zeven dagen door Drenthe, op zoek naar de literaire wortels van de provincie.

Onderweg gingen ze met H.H. ter Balkt langs bij zijn oude school in Zandpol, bezochten ze het huis van Vasalis, bewonderden ze met Rutger Kopland de Drentse Aa bewonderen en brachten ze met Suzanna Jansen een bezoek aan Veenhuizen. Ook Westerbork (Etty Hillesum, Jaap Meijer), het Koekangerveld (Max Dendermonde) en Smilde (Jacob Israël de Haan, Carry van Bruggen) werden bezocht.

De schrijvers en dichters legden alles vast in notities, dagboekfragmenten, gedichten, verhalen en foto’s. Het resultaat is volgens Passage een prachtig overzicht van literair Drenthe. Het eerste exemplaar van het boek wordt 14 juni tijdens festival Zomerzinnen in het gevangenismuseum in Veenhuizen uitgereikt aan cultuurgedeputeerde Rein Munniksma van de provincie Drenthe.


Daniël Lohues programmeert klassieke muziek

Daniël Lohues is door de AVRO en IDTV gestrikt als mede-programmeur klassieke muziek voor het Haagse Festival Classique. De keuze van de muzikant en tekstschrijver uit Erica wordt 15 juni live uitgevoerd in de Waalse Kerk in Den Haag; hij licht zijn programma dan ook toe.

 

Lohues presenteert tijdens het festival een ‘eigenzinnig programma' met als rode draad werken van Johann Sebastian Bach, uitgevoerd door het Residentie Kamerkoor, Lavinia Meijer (harp), Hannes Minnaar (piano) en Jan Hage (orgel). Verder laat hij werken van Scarlatti en Brahms uitvoeren.

 

Ook presentatrice Maartje van Weegen programmeert een deel van Festival Classique.

Lohues zegt over zijn keuze: “Muziek in de box, muziek bij de dood en daartussen als dagelijks brood. Er klinkt altijd wel wat. Elk mens is uniek, maar we hebben allemaal baat bij muziek.” Festival Classique wordt 13, 14 en 15 juni gehouden en is een serieuze poging van de Hofstad om zich cultureel te profileren.


Acht miljoen pagina’s van oude kranten online

De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag laat acht miljoen pagina's van oude Nederlandse kranten via internet toegankelijk maken. De oudste pagina's zijn afkomstig uit de Courante uyt Italien, Duytsland & tc die in 1618 voor het eerst verscheen. Per maand zullen zo'n 200.000 krantenpagina's worden gedigitaliseerd. Begin 2009 worden de eerste resultaten online beschikbaar gesteld.

 

De gedigitaliseerde kranten zijn straks doorzoekbaar op ieder woord in de tekst en worden opgenomen in de Databank Digitale Dagbladen. De Koninklijke Bibliotheek heeft becijferd dat de afgelopen vier eeuwen meer dan zevenduizend landelijke, regionale en lokale dagbladtitels zijn verschenen. In de databank komt een selectie uit dit aantal.

 

Maandag heeft de bibliotheek de namen van de eerste geselecteerde titels vrijgegeven. Het gaat onder meer om de Geoctrojeerde Groninger Courant uit 1743, de Opregte Groninger Courant uit 1748 en de Gazette de Groningue uit 1811. Verder worden bladen gedigitaliseerd die illegaal zijn verschenen tussen 1940 en 1945 als De Duikelaar. Weekblad voor onderduikers uit Nieuwlande, De Vonk uit Groningen, De Vrije Pers. Orgaan voor de verzetsgroep Meppel en Het Parool zoals die in Groningen en Drenthe verscheen.

 

Daarnaast worden exemplaren gedigitaliseerd van koloniale kranten en van bladen die tussen 1940 en 1945 met toestemming van de Duitse bezetter verschenen, zoals het Agrarisch Nieuwsblad voortgezet als Drentsch Dagblad en het Nieuwsblad van het Noorden, een van de voorlopers van het huidige Dagblad van het Noorden. Het digitaliseren gebeurt in Kampen, het project is door de bibliotheek uitbesteed aan een bedrijf uit Duitsland.

 

Volgens de Koninklijke Bibliotheek is het digitaliseren van groot belang, omdat door de kwetsbaarheid van krantenmateriaal - veelal dun en slecht papier - een belangrijke bron voor wetenschappelijk onderzoek verloren dreigt te gaan. “Door het project komt een onmisbare bron voor tal van onderzoekers beschikbaar, van historici tot taaltechnologen. De krant brengt het nieuws van de dag, maar de informatie heeft eeuwigheidswaarde.”


Wie in het café schrijft, die blijft

Arcadia Ruim voor het officiële verschijnen zette uitgeverij Passage het 1300 namen tellende personenregister van Arcadia der poëten op internet. Bij wijze van opwarmertje, zeg maar. En ja hoor, al snel werd de eerste omissie geconstateerd in het boek over het literaire leven in Groningen tussen 1945 en 2005. Schrijver Herman Sandman zou zijn vergeten Peter Middendorp de plek te geven hem als de schrijver/journalist toekomt.

 

Dom? Lezend in het voorwoord van Arcadia der poëten valt dat wel mee. Sandman heeft zich op de eerste plaats ten doel gesteld ‘een leesbaar naslagwerk te maken’, nergens pretendeert hij volledigheid na te streven. “Dit is geen boek over schrijvers die uit Groningen komen, het uitgangspunt is het literaire leven zelf en niet elke Groningse schrijver heeft daar een even grote rol in gespeeld”, kondigt hij aan.

 

Sandman begint zijn uiteenzetting vlak na de oorlog, als de meeste schrijvers van betekenis de stad Groningen hebben verlaten en Hendrik de Vries de vlag wapperend mag houden. Hij eindigt in 2005 met de benoeming van Driek van Wissen tot Dichter des Vaderlands en diens feestelijke intocht. De keuze van die twee ijkpunten en boegbeelden is veelzeggend: Groningen is altijd een stad van dichters geweest.

 

Ook journalisten die boeken schrijven moeten beoordeeld worden op de doelen die ze zichzelf stellen. In dat opzicht heeft Sandman, winnaar van de eerste Groningse persprijs, prima werk geleverd. Zijn op interviews en veel onderzoek gebaseerde boek is onmiskenbaar een leesbaar naslagwerk vol anekdotes over het literaire leven in de Martinistad. Een rijk boek voor wie globaal iets wil weten van dat leven. En een fijn boek voor wie al iets van dat leven denkt te weten.

 

Toch is de uitgave niet zonder problemen: Sandman hanteert geen heldere definitie van het begrip ‘literair leven’ en meet het fenomeen ‘stad’ nogal ruim. Zo duikt M. Vasalis bijvoorbeeld regelmatig in het boek op, terwijl in ze Roden woonde en werkte en nauwelijks in de openbaarheid trad. Hetzelfde geldt voor de schuwe Fritzi ten Harmsen van der Beek: lang woonachtig in Garnwerd, nauwelijks iets geschreven en toch een plek verworven.

 

Als dat wordt afgezet tegen, bijvoorbeeld, de prestaties van Wouter Godijn ontstaat de indruk dat Sandman graag met grote namen strooit. Gerard Reve scoort opvallend veel regels, puur en alleen omdat hij over zijn bezoeken aan Groningen heeft geschreven. Zeer leesbare regels, dat moet gezegd. Maar Reve schreef over alle plekken waar hij ooit kwam – dat moet dan ook gezegd.

 

Wat zich achter de muren van de universiteit in Groningen heeft afgespeeld, op het wetenschappelijk vlak, haalde het boek daarentegen niet. Dat is een even begrijpelijke als lastig verdedigbare keuze, want op het werk van Gillis Dorleijn, Annie van den Oever en Hans Renders en hun voorgangers valt daardoor veel minder licht dan op de pennenvruchten van, pakwek, de universiteitsdichters en de verdiensten van literair dispuut Flanor.

 

Ook de jeugdliteratuur blijft buiten beeld. Als een groep schrijvers en dichters aandacht vraagt voor de deplorabele staat van het graf van J.A. Goeveneur, een icoon van de jeugdliteratuur, lezen we daar alles over. Over Harm de Jonge en Tjibbe Veldkamp, om twee grootheden van deze tijd te noemen, lezen we niets. De streektaal komt er eveneens bekaaid af – Sandman hanteert de stelling dat de meeste streektaalactiviteiten zich buiten de stad afspelen.

 

Gaandeweg ontstaat zo een beeld van wat met ‘het literaire leven in Groningen’ wordt bedoeld: niet de inhoud ontstaan in schrijf- en studeerkamers, maar dat wat zich ‘op straat’ afspeelt, in de laagdrempelige openbaarheid. Het zijn kleine circuitjes die elkaar raken maar ook los van elkaar bestaan, waarbij het circuit met de beste toegang tot de lokale en landelijke media en het openbare (café)leven als bepalend wordt gezien.

 

Enerzijds heb je landelijk bekende schrijvers die nu eenmaal in de Martinistad wonen of werken en daar volledig hun eigen gang gaan. Als ze in Zwolle zouden leven, was hun literaire belang niet minder geweest. Opvallend genoeg gaat het daarbij om einzelgangers en buitenbeentjes - die zich vooral op papier roeren en nauwelijks in de café’s komen - als Hendrik de Vries, Theo van Baaren, W.F. Hermans, Belcampo, Gerrit Krol en C.O. Jellema.

 

Daar tegenover staan lokale grootheden die vooral van zich doen spreken door hun betrokkenheid bij tijdschriften en evenementen. Buiten Groningen heeft vermoedelijk nog nooit iemand iets gelezen van de dichter/publicist Kees van der Hoef. Binnen de Diepenring is zijn faam zo groot, dat hij vorig jaar tot grand old man van de Groninger literatuur kon worden benoemd.

 

Veelzeggend: afgaand op het personenregister is Bart FM Droog, thans gemeentedichter in zijn geboorteplaats Emmen, rond de jongste eeuwwisseling de grote gangmaker van het literaire leven in Groningen. Die titel is niet gebaseerd op de literaire productie van de dichter/publicist, maar op zijn vermogen de media te bespelen. Mede dankzij de propaganda van Droog heeft Groningen landelijk naam op te houden van een literair bruisende stad.

 

De verdienste van Sandman is dat zijn Arcadia der poëten goed laat zien hoe die bloei - want dat is het wel degelijk - tot stand is gekomen, dat geen sprake is van een hype. Het literaire leven in Groningen wordt al meer dan een halve eeuw levend gehouden in café’s en zaaltjes, lokale tijdschriften, met hulp van lokale boekverkopers op festivals en evenementen. Soms tegen beter weten in. Altijd kleinschalig en overzichtelijk.

 

Dat laatste is zowel de kracht als de zwakte van het literaire leven in Groningen. Sommige talentvolle schrijvers, zoals Martin Bril en Marc Reugebrink, woonden maar even in Groningen, ervoeren de stad als te klein en vertrokken weer. Anderen, zoals Jean Pierre Rawie en Nanne Tepper, streken er neer, koesteren ieder op hun eigen wijze het bestaan in de schaduw en klimmen nauwelijks nog in de pen.

 

Voor alle keuzes valt iets te zeggen.

 

Boek: Arcadia der poëten. Auteur: Herman Sandman: Uitgever: Passage. Prijs: tot 1 juli  € 19,90, daarna € 23,90 (360 blz.).

 


Vernielingen aan beelden kunstmanifestatie Schoonoord

MiekVanDenHoeve Onbekenden hebben in de nacht van zaterdag op zondag in de bossen bij Schoonoord twee werken vernield van kunstenaars die deelnemen aan de natuurkunstmanifestatie ‘Kunstige Archeologie’. Organisator Adri de Fluiter spreekt van een 'geweldige teleurstelling' en schat de schade op vijfduizend euro. De politie heeft zondag onderzoek verricht.

 

Volgens De Fluiter is een beeld van Mieke van den Hoeven - een serie windmolens in korven van aluminium (foto) - zodanig vernield dat het niet meer kan worden hersteld voor de opening van de tentoonstelling komende woensdag. Het beeld De Jacht van de Duitse kunstenares Suzanne Ruoff, bestaande uit pijlen bevestigd aan bomen, werd zwaar beschadigd. Bekeken wordt of dit werk nog wel op tijd gerestaureerd kan worden.


Ken uw Groninger schrijvers en dichters (2)

GroningerSchrijvers 

Een week geleden maakte fotograaf Duncan Wijting van Dagblad van het Noorden een groepsportret van de Groninger schrijvers en dichters aanwezig bij de presentatie van Arcadia der poëten, de terugblik van Herman Sandman op het literaire leven in de stad Groningen tussen 1945 en 2005.

 

Een oproep in het Dagblad om alle geportretteerden bij naam te noemen leverde weinig respons op. Of het DvhN wordt slecht gelezen, óf de poëten in Groningen genieten nauwelijks bekendheid.

 

Vooruitlopend op de bespreking van Arcadia der poëten, vrijdag in Dagblad van het Noorden en wegens redactionele afspreken iets later op Woest en Ledig, volgen hieronder namen bij de foto. Met dank aan uitgever Anton Scheepstra, die twee literatoren niet herkende, en journalist Herman Sandman:

 

Voorste rij van links naar rechts: Jean Pierre Rawie, Tjitse Hofman, Anneke Claus, Mowaffk Al-Sawad, Willem Jan van Wijk, Hedwig Baartman, Kees van der Hoef, Henk Scholte, Ellen Deckwitz, Gerrit Krol.

 

Tweede rij: Driek van Wissen, Bill Mensema, Paul Borggreve, André Degen, Sieger MG, Rense Sinkgraven, Coen Peppelenbos, Petra Else Jekel, Paul Gellings, Ronald Ohlsen.

 

Derde rij: Guido van der Wolk, Hubert Klaver, Kees Wiersema, Jan Menting, Gertjan Laan, Klaas Knillis Hofstra, Gerrit Brand, Karel ten Haaf, Klaas Swaak, Kasper Peters, Emiel Matulewicz en Jan Glas.

 

Achteraan: Nyk de Vries en Meindert Talma.

 


‘Christen ben je niet, het is iets waar je voor kiest’

GerryVelema

Zes jaar geleden wist Gerry Velema nagenoeg niets over voormalig Nederlands-Indië, onze kolonie in de Oost. Dat veranderde toen ze werd aangesproken door haar plaatsgenoot Jeppe Jellema, wandelend museum en arts in ruste. Of ze eens een blik wilde werpen op de correspondentie die haar moeder vanuit ‘ons Indië’ had gevoerd met zijn opa in Groningen. “Al lezend dook Thomas ineens op”, blikt de schrijfster uit Roden terug.

 

Thomas is de hoofdpersoon uit Eruit jij!, een jeugdroman en de 31ste titel die Velema heeft geschreven. Het boek vertelt hoe het bestaan van een 16-jarige jongen, opgegroeid op Java, door de Tweede Wereldoorlog volledig op de kop wordt gezet. Met veel vaart, in een directe stijl, zonder opsmuk, wordt de lezer met Thomas vanuit het paradijs naar de hel gevoerd, het Jappenkamp en de geweldadige chaos van 1945.

 

Eruit jij! is Velema’s meest literaire boek tot nu toe. Het kan gelezen worden als het geromantiseerde levensverhaal van Jeppe Jellema, maar heeft nadrukkelijk een link naar het heden. “Wat ik wil, is lezers een spiegel voorhouden”, vertelt Velema (Coevorden, 1956). “Ik wil ze laten ervaren hoe is om je land te verliezen, te moeten vluchten en als allochtoon te leven. Want dat is wat veel Nederlanders in de oorlog in Indië is overkomen.”

 

Belangrijke rol is weggelegd voor de Javaan Hardjònò, die in de hoop op een vrij Indonesië de kant van de Japanners kiest en zo zijn beste vriend Thomas verraad. Hoogtepunt van het boek is de beschrijving van een reis in een overvolle wagon waar Thomas mensen om zich heen ziet doodgaan en een gestorven pater, die zijn laatste water weggaf, zingend uitgeleide wordt gedaan.

 

Die laatste beschrijving is gebaseerd op gebeurtenissen bij een scheepsramp. Velema: “Ik heb ‘m gebruikt om aan te geven dat mensen wel degelijk van dieren verschillen, dat ze in beestachtige omstandigheden troost kunnen zoeken in een lied. Wat mij persoonlijk het meest aanspreekt, is zo’n pater die zijn water afstaat. Je zelf opofferen voor anderen, dat is iets wat ik zeer bewonder in mensen.”

 

Velema noemt zich een christelijke schrijfster. “Thomas hoort niet bij een kerk, maar heeft wel vragen. Ik denk dat ik als schrijfster mijn opvattingen het best kan overbrengen door vragen te stellen. We groeien op in een christelijke cultuur en sommige mensen worden christelijk opgevoed. Maar christen ben je niet, het is iets waar je voor kiest. En die keuze wordt gemaakt na het stellen van vragen.”

 

Schrijvend en schavend concludeerde Velema dat Eruit jij! misschien wel haar beste boek is geworden. “Het is mooi dat je als schrijver kunt groeien. Als ik mijn eerst werk teruglees… Schrijven is een ambacht dat je onder de knie moet krijgen. Ik durf mij nu meer vrijheid toe te staan. Maar het grootste compliment kwam van Jeppe Jellema. Ondanks al mijn vrijheid had hij het verhaal van Thomas toch als authentiek herkend.”

 

Boek: Eruit jij!. Auteur: Gerry Velema. Uitgever: Callenbach. Prijs: €15.50 (296 blz.)