Previous month:
februari 2008
Next month:
april 2008

Streektaalprijs voor Harry Niehof en Rilke-boek

De cd Straks is t weer janken van Harry Niehof en het boek Rilke. Sieben. Niedersaksisch zijn tot winnaar uitgeroepen van de Dagblad van het Noorden Streektaalprijs. Niehof won de prijs in de categorie muziek, het Rilke-boek van uitgeverij AfdH uit Enschede won in categorie geschreven woord.

Dat heeft de jury van de DvhN Streektaalprijs zondagmiddag in de Winsinghhof in Roden bekendgemaakt. Het is de derde keer dat de prijs - 1001 euro - voor de meest opvallende productie in de streektaal in het verspreidingsgebied van Dagblad van het Noorden werd uitgereikt. Voor beide categorieën waren ieder vier titels genomineerd.

Lees verder op DvhN Streektaalprijs


Gouden Uil voor 'Groninger' roman Marc Reugebrink

Marc Reugebrink heeft de Gouden Uil Literatuurprijs gewonnen voor Het grote uitstel, een bildungsroman die zich voor een belangrijk deel in het studentenleven van Groningen afspeelt. De jury van de grootste literaire prijs van Vlaanderen prees het boek van Reugebrink als een ‘uitbundige punkroman waarin met zwier en levenslust op de jaren ‘70 en ’80 worden beschreven’.

“Reugebrink stuwt zijn nostalgisch verhaal tot driemaal toe naar een flitsend hoogtepunt in een verblindende en swingende stijl. De weergaloze ik-verteller geeft bijtend commentaar en zaait voortdurend twijfel. Revolutie en begeerte worden één pot nat in deze vunzige mélange van pop, politiek,” aldus de jury.

Reugebrink groeide op in Goor en studeerde in Groningen. Tegenwoordig woont en werkt hij in Gent. Eerder kreeg hij het Hendrik de Vries Stipendium en de Lucy B. en de C.W. van der Hoogtprijs voor zijn dichtbundel Komgrond. Zijn romans Wild Vlees en Touchdown werden genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en Gouden Uil. De Gouden Uil Jeugdliteratuur gaat naar Linus van Mieke Versyp, Sabien Clement en en Pieter Gaudesaboos.


Handboek Nedersaksisch voor minister Plasterk

Cultuurminister Ronald Plasterk krijgt maandag in Groningen het eerste exemplaar uitgereikt van het Handboek Nedersaksische Taal- en Letterkunde. De uitgave van uitgeverij Van Gorcum, waar zeven jaar door verschillende wetenschappers aan is gewerkt, wordt hem overhandigd op de universiteit in Groningen.

Het boek schetst een overzicht van de geschiedenis en de actuele stand van zaken rond het Nedersaksisch, de regionale taal die door zo’n twee miljoen mensen in Nederland wordt gesproken. Het is voor het eerst dat een regionale taal in Nederland zo uitvoerig in het Nederlands wordt beschreven. Een vergelijkbaar boek over het Fries verscheen alleen in het Duits en Engels.

Het Handboek bevat onder meer beschrijvingen van de taal in Groningen, Drenthe, de Stellingwerven, maar ook Overijssel en Gelderland. Daarnaast gaan specialisten als Henk Bloemhoff, Jurjen van der Kooi en Henk Nijkeuter in op de letterkunde in het Nedersaksisch taalgebied.


Het waait er altijd

Jellemapetruskerkleens

Foto: Kees van de Veen

Vrijdag is bij de Petruskerk in Leens een kunstwerk van Anne Hilderink onthuld ter nagedachtenis van C.O. Jellema (1936 – 2003). Het werk omvat twee trappen naar een oud kerkenpaadje waarop twee gedichten van Jellema zijn uitgehakt: Zomernacht en Het waait er altijd:

Op zo’n wierde, zeiden we, dicht

bij zo’n eeuwenoud kerkje, zo

zouden wij ook wel – en wezen

elkaar de symbolen: zandloper,

vlinder, als ring om namen

de slang die zichzelf in de staart bijt.

het was een voorjaarsdag, er bloeide

al wat in het gras hier en daar,

uit het veld geruststellend

gebrom van een trekker, er stond

veel wind.

licht zijn die dingen gezegd zolang

je kunt spreken, mij aanzien daarbij

met dat vertrouwde gezicht van je, maar

nu ik het opschrijf, zoek naar een woord

dat niet vlees werd, niet onder ons woonde,

voor als ik jouw stem

me slechts indenken kan nog,

jouw gezicht me verbeelden:

wat benoemt zich dan blijvend,

wat laat zich waar dan ook weg;

voor als dat hele

idee van idylle

ondergronds gaat,

wat dan,

op zo’n wierde, in

hij blaast waarheen hij wil

en gij hoort zijn geluid

maar gij weet niet vanwaar

die eeuwige wind?


Dialect de luxe

Luxmundi‘Lux Mundi’ van Peter Hiemstra uit ‘Longerlaand’

In Roden wordt zondag de Dagblad van het Noorden Streektaalprijs uitgereikt. Dit keer in twee categorieën – voor muziek en geschreven woord. De beheersing en het dagelijkse gebruik van streektaal mag dan afnemen, de bloei van het Nedersaksisch is er niet minder om.

Een paar maanden geleden bereikte Dagblad van het Noorden een bericht uit het Amazonegebied in Brazilië. Het was verspreid door een wetenschapper met zorgen over het verdwijnen van, alweer, een Indianentaal. Slechts twee hoogbejaarden mannen waren de taal nog machtig, maar de mannen hadden ruzie gekregen en weigerden langer met elkaar te praten. Met een opnameapparaat probeerde de wetenschapper te redden wat te redden viel.

Overal ter wereld hebben streektalen het moeilijk. De beheersing en het dagelijkse gebruik nemen af. Langzaam maar zeker worden ze vervangen door iets algemeen verstaanbaars waarin sporen van uiteenlopende culturen kunnen worden aangetroffen. De taal met de minste sprekers moet er het eerst aan geloven. Na het Drents, volgt het Fries, dan het Nederlands, het Duits en het Engels. Tegen het einde der tijden spreken we allemaal Chinees.

Maar voor het zover is, kunnen we koesteren wat nu nog bestaat. Gelet op de grote hoeveelheid streektaalproducten in het verspreidingsgebied van Dagblad van het Noorden gebeurt dat meer dan ooit. Het afgelopen jaar zijn 42 boeken en cd’s in Drents, Gronings en Stellingwerfs verschenen. Dat zijn er niet alleen aanzienlijk meer dan in voorgaande jaren, de verscheidenheid is ook nog eens flink groter.

De streektaal omvat in de 21ste eeuw meer dan muziek en literatuur voor volwassenen alleen. De jury van de jaarlijkse DvhN Streektaalprijs telde dit keer boeken voor (kleine) kinderen, cartoons in het Stellingwerfs, een poster, een musicalscript met een dvd, spreekwoorden en gezegden, vertalingen van het Nieuwe Testament en van Seneca, molentaal, een memoryspel. Alle terreinen worden bestreken, het enige wat nog ontbreekt is een Nedersaksische graphic novel.

Lees verder op DvhN Streektaalprijs


Schrijvende lezer Werkman bundelt en schaft af

Hanswerkman_2Wat Eric Bos met beeldcultuur doet in Dagblad van het Noorden, doet Hans Werkman in het Nederlands Dagblad: onvermoeibaar losjes columns schrijven over in zijn geval de taalcultuur.  En waar Bos een paar maanden geleden met zijn wekelijkse rubriek Visualia de mijlpaal van 750 afleveringen passeerde, leverde Werkman eind vorig jaar aflevering vijfhonderd in van Lettergrepen. Uitgeverij Mozaiek greep de gelegenheid aan om 52 stukken stukken van Werkman te bundelen.

De houdbaarheid van columns is doorgaans beperkt, maar met Wachten bij Brug 8 weet Werkman de kuil vol bederf en de mufheid vaak vakkundig te omzeilen. Dat heeft te maken met het deels herschrijven van columns, maar het is vooral te danken aan zijn parlando-achtige schrijfstijl en een fijne neus voor onderwerpen. In Wachten bij Brug 8 geen persoonlijke ontmoetingen met Grote Auteurs, danwel roddel en achterklap uit de grachtengordel, maar uitstapjes naar de uithoeken van het literaire landschap.

De lezer belandt daardoor opvallend vaak in het Noorden. Zo is Werkman erbij als Wim Hazeu in Groningen promoveert op zijn vuistdikke biografie over Simon Vestdijk. Geen wereldschokkende gebeurtenis, maar wel interessant om te lezen hoe Rudi van den Hoofdakker en Willem Otterspeer Hazeu ceremonieel het vuur aan de schenen leggen. En hij is er ook bij als schrijvers en dichters de vaarweg tussen Delfzijl en Lemmer met proza en poëzie zichtbaar proberen te maken.

Werkman is geboren en getogen in Uithuizermeeden, het dorp van de dichter Willem de Mérode (1887 – 1939) over wie hij een biografie schreef. Diezelfde De Mérode duikt op in een stuk waarin de dichter met de schilder Jan Mankes wordt verbonden en Mankes weer aan Henk Helmantel wordt gekoppeld om via Westeremden toch weer in Uithuizermeeden uit te komen. En dat alles volkomen ontspannen.

Wat ook niet uit de lucht komt vallen, is Werkmans voorkeur voor taal met een christelijk randje. De abonnees van het Nederlands Dagblad komen voor een deel uit orthodox protestants kring en dus is het niet meer dan logisch dat Werkman de presentatie van Jan Siebelinks Knielen op een bed violen bijwoont. Maar hij kijkt ook uitgebreid rond in het Vaticaan en verslaat de Boekenweek vanuit een kerkje in Amsterdam Sloterdijk.

Vrijwel alle stukken hebben een locatie als vertrekpunt, sommige van die locaties liggen in Zuid-Afrika, en van daaruit wandelt Werkman door een literair landschap waar tijd noch plaats van belang zijn. Schijnbaar nonchalant, maar steeds verwonderd en betrokken. Hoogtepunt van de bundel vinden we bij Werkman thuis, als de schrijvende lezer zijn boekenkast weer eens moet opruimen: “Deze keer is het, behalve het ruimtegebrek, de periode in het leven die me aanzet tot afschaffen.”

Boek: Wachten bij Brug 8. Auteur: Hans Werkman. Uitgever: Mozaïek. Prijs: € 15,90 (192 blz.).


Daor kuj Drents praoten

Het Huus van de Taol, de streektaalorganisatie voor het Drents, houdt zaterdag 29 maart tussen 9.00 en 16.00 uur open dag in het nieuwe onderkomen aan Wattweg 2a in Beilen. Een groot deel van dag wordt gevuld met met live-uitzendingen door RTV Drenthe: de programma’s Tussen stoet en koffie en Hemmeltied worden rechtstreeks vanuit Beilen uitgezonden.

Belangstellenden worden bij goed weer met een reclame-vliegtuig opgeroepen naar het Huus te komen waar ze onder meer exemplaren van het boekje Huusregels en het nieuw vormgegeven tijdschrift Oeze Volk/Maandewark kunnen ophalen. Tevens wordt het Drentstalige navigatiesysteem Wies op Weg gepresenteerd en aandacht geschonken aan de streektaalstimuleringsactie ‘Hier kuj Drents praoten’.


Hoe reder Berend Botje de verzekering fleste

BerendbotjeVrijwel iedere vader of moeder heeft ze gezongen: bakerliedjes en kinderrijmen als Altijd is Kortjakje ziek, Jan Huigen in de ton en Berend Botje ging uit varen. Hoewel bedoeld om de kleintjes wat taalgevoel en muzikaliteit bij te brengen, of gewoon als gezellige bezigheid, zijn veel versjes van vroeger allerminst onschuldig.

Jant van der Weg ging met hulp van de Koninklijke Bibliotheek op zoek naar de bronnen van het kinderrijm en stelde een boekje met tekst en prachtige prenten samen over deze wat onderbelichte vorm van literatuur. In Midden in de week maar zondags niet laat ze zien dat achter de poëzie voor beginners een wereld schuilgaat die vaak helemaal niet voor kinderoren en – ogen bedoeld was.

Bekend is het verhaal van Kortjakje, gebaseerd op een Amsterdamse toiletjuffrouw die te veel dronk. Van der Weg achterhaalde gekuiste regels waarin ze een zielenherder op bezoek krijgt: ’’s Zondags ziet ze Heer Pastoor/ Daar spreidt ze haar beentjes voor’ en een variant waarin ze op woensdag een dikke buik krijgt waar donderdag een kind uitkomt.

Over Berend Botje uit Zuidlaren doen verschillende verhalen de ronde. Hoe het precies zat, is niet meer achterhalen, wel is het interessant om te weten dat de Berend in het liedje zou verwijzen naar de Groninger reder Berend Drenth die wrakkige schepen de Oostzee opstuurde en als de bemanning verdronken was het verzekeringsgeld, de botjes, opstreek.

Grofweg zijn de kinderrijmen terug te voeren op lokale anecdoten, historische gebeurtenissen en religieuze boodschappen. Dat de achtergronden verloren zijn geraakt, heeft te maken met het overzetten van de liedjes op papier vanaf het begin van de negentiende eeuw en het illustreren van gekuiste rijmpjes. Simpel gezegd: in de loop der jaren zijn ze verwaterd en bekort.

Illustratief is het lot van Moriaantje, een liedje dat tegenwoordig met enige aarzeling wordt gezongen vanwege vermeend racisme. Van der Weg tilde ontbrekende regels boven tafel en vertelt het hele verhaal waarin een vriendenclubje het moortje bespot en vervolgens wordt gestraft: ze worden met inkt besmeurd door ene Nicolaas:

In ’t zonlicht stapt de brave moor

De zwartgeverwde knapen voor.

’t Was enkel door hun stout gespot:

Dat zij geraakten in den pot

Dus: lieve Kind’ren! Spot toch niet,

Als gij iets vreemds aan and’ren ziet!

Boek: Midden in de week maar zondags niet. De ware geschiedenissen van Kortjakje, Berend Botje, Jan Huigen en consorten. Auteur: Jant van der Weg. Uitgever: d’Jonge Hond. Prijs: € 17,95, (96 blz.).


Klinkhamer over het vernis van de beschaving

KlinkhamerbajesToen Klinkhamer (zijn voornaam is alleen voor vrienden) vorig jaar eindelijk zijn bekentenisroman Woensdag gehaktdag kon publiceren, gaf hij direct aan dat er nog veel meer werk op de plank lag. Hij mocht dan door verschillende uitgevers tot persona non grata zijn verklaard, hij was altijd blijven schrijven. Ook toen hij wegens doodslag op zijn vrouw werd veroordeeld en in Drenthe opgeborgen.

De bajes en andere ongemakken bevat voornamelijk verhalen naar ervaringen en ontmoetingen in verschillende penitentiaire inrichtingen. Nou ja, verhalen is een groot woord, het zijn losse schetsen van mensen die hij in Norgerhaven heeft ontmoet, lotgenoten die een straf moesten uitzitten: Derrik G, Kiril, Bommeltje, Henk S, Enrico, Willem K.

Het beeld dat komt bovendrijven, is niet echt verrassend. Zoals bekend bieden gevangenissen onderdak aan kleurrijk schorem: lichte en zware jongens uit binnen- en buitenland die veelal iets met seks- en drugscriminaliteit van doen hebben gehad. Wat wel interessant is, is hoe de hoofdpersoon op deze omgeving reageert en hoe Klinkhamer het leven achter de tralies op papier weet te krijgen.

Opnieuw provoceert hij er flink op los. Het ene moment is hij ronduit schunnig en racistisch. Het andere moment slaat hij een toon aan die duidelijk moet maken dat hij heel goed weet hoe het er in ’de betere kringen’ aan toegaat. Hoewel geen moeite wordt gedaan om sympathiek gevonden te worden, leidt het tot een soort schelmenproza over de dunne lijn tussen de goot en het vernis van de beschaving.

Bij vlagen schrijft Klinkhamer prachtig. Maar daarmee heb je niet automatisch een lezerswaardige verhalenbundel. Af en toe worden intrigerende thema’s aangeraakt – hypocrisie, fatalisme, nihilisme – maar tijd voor een grondige uitwerking heeft de schrijver zich helaas niet gegund. Regelmatig bekruipt het gevoel dat hij domweg niet in staat is iets tot een goed einde te brengen.

Wat De bajes en andere ongemakken mist is samenhang en richting. Toch heeft dit boek voor de Klinkhamer-watcher wel degelijk iets te bieden. Los van een fascinerend taalgevoel waarin Latijn en Bargoens elkaars gelijke zijn, gaat het om drie serieuze verhalen die los van de bajes geschreven zijn: De ikoon, Onbewoonbaar verklaarde woning en Moedertje. De ikoon is een Gouden Strop waard, de andere twee geven een verhelderend en ontroerend inkijkje in een ongemeen bizarre levensgeschiedenis.

Boek: De bajes en andere ongemakken. Auteur: Klinkhamer. Uitgever: Just Publishers. Prijs: € 14.95 (190 blz.).


Hommage aan C.O. Jellema in Leens

Bij de Petruskerk in Leens wordt vrijdag een kunstwerk onthuld ter herdenking van de dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Het werk is ontworpen door Anne Hilderink en bevat twee gedichten van Jellema. Het werk maakt deel uit van een plan dat onder meer het wierdenlandschap in Groningen wil herstellen. Jellema voelde zich als bewoner en dichter nauw verbonden met het wierdenlandschap.

De onthulling valt samen met de presentatie van de bundel Kwam iemand in de tuin vanmiddag, een hommage aan Jellema met bijdragen van dichters als Tsead Bruinja, Maria van Daalen, Kees 't Hart, Rutger Kopland, Anton Korteweg, Ronald Ohlsen, Coen Peppelenbos en Leendert Witvliet. Tijdens de presentatie dragen Marjoleine de Vos, Jane Leusink en Jan Glas gedichten voor.

Het is de tweede keer binnen een half jaar dat Jellema wordt herdacht. Zo verscheen in november bij uitgeverij Kleine Uil de uitgave In de tweede werkelijkheid - Herinneringen van en aan C.O. Jellema. Deze bundel bevat vroege teksten, een rede van Jellema, een vraaggesprek met Gerben Wynia en een aantal gedichten, geselecteerd en toegelicht door vrienden en oud-studenten.