Mijn Drenthe
Over het nut van kissebissen in de poëzie

Het mirakel Madonna

MadonnaHet was vorige maand een klein bericht: ’Madonna in zee met Live Nation’. Slechts een paar kranten pikten het op. Ogenschijnlijk terecht, want een artiest die wereldtournees maakt, kan niet zonder een mondiaal opererende concertorganisator. Maar dat bleek te oppervlakkig gedacht. Want het bericht kondigde een nieuwe, opmerkelijke stap aan in de loopbaan van ’s werelds grootste vrouwelijke popster.

Madonna Louise Veronica Ciccone (Michigan, 1958) denkt niet langer een platenmaatschappij nodig te hebben om haar muziek, films, downloads, optredens, kinderboeken en merchandise aan de man te brengen. Met hulp van Live Nation koppelt de koningin van de pop haar imperium los van de gevestigde structuren. ”Voor het eerst kent de manier waarop mijn muziek mijn fans kan bereiken geen beperkingen”, zei ze in een verklaring.

Madonna doet de popwereld al 25 jaar schudden. Sommige van haar albums, shows en films mogen dan artistiek minder geslaagd zijn, spraakmakend is haar werk altijd. En waar collega–wereldsterren als Michael Jackson, Prince en George Michael gedwongen of uit vrije wil in de loop der jaren aan populariteit en zeggingskracht inleverden, weet Madonna zich nog steeds te handhaven én te vernieuwen.

Hoe doet ze dat? In Madonna. Het icoon probeert Lucy O’Brien het mirakel voor een groot publiek te verklaren. Zelf spreekt de Britse journaliste van een biografie, al bevat het boek wel erg veel aannames en speculaties over een leven dat nog niet is afgelopen. Maar los van de soms zeer belabberde schrijfstijl heeft de manier waarop O’Brien het werk van Madonna in perspectief zet wel degelijk waarde.

Als vanzelf komen de bekende verhalen aan bod: de vroegtijdige dood van haar moeder, het mislukte huwelijk met Sean Penn, de problematische verhouding met haar vader, de broze relatie met regisseur Guy Ritchie, de invloed van de kabbala, de adoptie van David uit Malawi. Maar het meest interessant is de ruime aandacht voor de muziek, de video’s, de films en het voortdurende veranderende imago. En passant laat O’Brien zien hoe de popwereld in elkaar steekt.

Madonna weet als geen ander dat hits worden gescoord met een goed getimede combinatie van mode en sound en dat die twee op de juiste wijze gepresenteerd moeten worden – aanstekelijk, zelfbewust, met hulp van fotografen, stylisten en choreografen. Het is een wetenschap die ze opdeed toen ze als danseres de discotheken van New York afstruinde en in 1982 in Reggie Lucas een producer vond voor haar slecht gezongen demo’s.

En groot zangeres is Madonna nog steeds niet, maar de techniek om haar dunne stem te maskeren heeft ze volledig onder de knie. Haar intuïtie voor actuele producers lijkt feilloos: Jellybean Benitez, Nile Rodgers, Patrick Leonard, William Orbit, Mirwais, Stuart Price. Zelfs voor haar video’s komt ze voortdurend met getalenteerde regisseurs aanzetten: David Fincher, Stephan Sednaoui, Mark Romanek, Chris Cunningham, Jonas Akerlund.

O’Brien weet aannemelijk te maken dat het succes van Madonna het resultaat is van hard werken en doorzetten. Haar talenten als zangeres en schrijver van liedjes mogen beperkt zijn –ze is in de eerste plaats danseres– haar ambitie om er het beste van te maken is dat allerminst. Ondanks 250 miljoen verkochte albums, het leeuwendeel in het cd–tijdperk, heeft ze nog altijd iets weg van ’de coole buurmeid die het heeft gemaakt’.

Daar komt bij dat Madonna geen moment de touwtjes volledig uit handen geeft. In haar eerste videoclip, Burning up (1982) speelt ze een smachtend meisje dat uiteindelijk achter het stuur van een cabriolet eindigt. Zelfs toen ze zich nadrukkelijk als boy toy manifesteerde, of schaamteloos als een hoer en een maagd in Like a virgin, bepaalde zíj de regels. Welbeschouwd heeft ze altijd de broek aan gehouden.

Haar belang voor de vrouwenemancipatie is zeer groot. Als Madonna iets laat zien, dan is dat vrouwen goed voor zichzelf kunnen zorgen. Met name in de jaren tachtig toont ze voortdurend dat vrouwelijke seksualiteit geen zwakke plek is, maar een instrument waarmee je iets kunt bereiken. Seks verkoopt en confronteert – zeker als het wordt gecombineerd met christelijke symboliek.

Niet alles wat Madonna aanraakt, verandert in goud. Van de films waarin ze (zichzelf) speelde, zijn alleen Desperately seeking Susan (1985) en A league of their own (1992) echt geslaagd te noemen. Met de publicatie van het peperdure koffietafelboek Sex (1992), waarin ze op foto’s de grens tussen erotiek en porno verkent, verloor ze een groot deel van haar waardigheid en aanhang. Haar eigen platenlabel, Maverick, is nauwelijks van de grond gekomen.

Maar met haar core–business, haar wereldtournees, is ze onverminderd succesvol én spraakmakend. Zes heeft ze er inmiddels opzitten. O’Brien staat uitgebreid stil bij de ideeën achter de shows, de reacties van publiek en critici en de commotie die ze steeds weet op te roepen. De laatste, de Confessions Tour (2006), leidde wereldwijd tot protesten van christelijke groeperingen wegens een scène waarin ze zich laat kronen en kruisigen.

Madonna zoekt onverminderd grenzen op. Dat er inmiddels een nieuwe generatie popsterren is opgestaan –Shakira, Christina Aguilera, Beyoncé Knowles– lijkt haar niet deren. Afgaand op de moeite die sommige van hen hebben om overeind te blijven, is daar ook geen reden voor. Britney Spears, in 2003 nog tongzoenend met moeder–Madonna, is geen schim van de artiest die ze had moeten zijn.

Ondertussen begint de koningin van de pop onverstoorbaar aan een nieuw hoofdstuk. Volgend jaar wordt ze vijftig en staat ze een kwart eeuw in de schijnwerpers. Ouder, wijzer, maar nog steeds slim, gretig en ambitieus. En volop tot verwarring en opwinding in staat.

Boek: Madonna. Het icoon. Auteur: Lucy O’Brien. Uitgever: Sijthoff. Prijs: €22,50 (432 blz.).