Drentse gedichten onder hefbruggen
Mijn Drenthe

Aai, toon, knien, haansk, dook, biel, stip

Marjakoens_2

Marja Koens bij haar streektaalleesplanken. Foto: DvhN/Corné Sparidaens

Streektaal leeft niet alleen op straat, in boeken en op cd’s. Kunstschilder Marja Koens uit Groningen heeft drie grote panelen vervaardigd in de vorm van leesplanken waarop dialect met beeldende kunst wordt gecombineerd. Het Groninger bred was er het eerst, maar nu zijn er ook varianten gemaakt in het Fries en het Drents.

De panelen zijn onmiskenbaar geïnspireerd op het beroemde leesplankje van M.B. Hoogeveen uit 1897. Het verschil zit in de gekozen woorden en afbeeldingen. ”Het is een eerbetoon aan de streektaal en aan het culturele erfgoed”, vertelt Koens. ”Ik heb iets willen maken waarvan mensen in het Noorden zeggen: ’Dat is iets van ons.’”

Het idee voor de panelen vloeit voort uit Koens’ rol als zelfbenoemde stadsschilder. ”Als reactie op het instellen van een stadsdichter in Groningen heb ik mijzelf in 1989 bij de burgemeester aangeboden als stadsschilder. Zijn secretaris stuurde keurig een briefje terug. Daarna ben ik nog allerlei gemeente-instellingen langs geweest, maar ik heb nooit meer iets gehoord.”

Een stadsschilder schildert voor het volk, definieert Koens. ”En dan bedoel ik dat het werk toegankelijk moet zijn. Met abstract of conceptueel werk bestaat een kans dat mensen niet alles meekrijgen, dat ze afhaken of worden buitengesloten. Bij een stadsschilder gaat het er om dat mensen iets herkennen, om eigenheid.”

In de optiek van Koens zijn streektaal en cultureel erfgoed bij uitstek uitingen van eigenheid. ”Bij het maken van de panelen heb ik veel tijd uitgetrokken om de juiste woorden en afbeeldingen te selecteren. Voor het woord törf op het Drentse bord ben ik naar het Veenmuseum in BargerCompascuum gegaan om turf te kunnen schilderen. Een groetende turfsteker stond model voor de afbeelding bij het woord moi.”

Hoewel geboren en getogen in Groningen is Koens niet opgegroeid met streektaal. ”Mijn grootouders komen uit Bierum, die spraken het, maar als ik het probeerde werd ik altijd uitgelachen – het klonk blijkbaar niet goed. Ik heb het vaker gemerkt: Wie van streektaal houdt is gespitst op goed taalgebruik."

Om de woorden juist gespeld en met de juiste lettergrepen weer te geven, liet Koens zich adviseren door Siemon Reker, Abel Darwinkel en de Fryske Akademie. ”Ik heb altijd al interesse gehad in taal, ik heb ook wel een goed taalgevoel, maar toen werd mij pas goed duidelijk hoe gevarieerd de streektaal is. In iedere streek is het weer anders.”

Nu ze voor de drie noordelijke provincies ’streektaalleesplanken’ heeft geschilderd, wil Koens haar idee op grotere schaal toepassen. ”In het kader van 'Nederland Leest' zijn in Friesland al posters gemaakt. Verder heb ik onder meer placemats laten maken en dienbladen. Mijn werk wordt daar minder exclusief van, dat klopt. Maar daar staat tegenover dat mensen het nu zich nog beter eigen kunnen maken.”

Schikking met C1000

Een aantal maanden geleden zag Marja Koens tot haar schrik dat supermarktketen C1000 mokken had laten maken op basis van haar idee. "Ik wist dat ze bezig waren met een actie, maar het resultaat had niets te te maken met mijn idee – het was slordig gedaan, de afbeeldingen waren overal vandaan geplukt, de lettergrepen deugden niet." Koens nam een advocaat in de arm en kwam tot een schikking. "Heel vervelend allemaal."