Uitgever sust opwinding rond Komrijs kinderpoëzie
Die sterren, horen die er ook bij?

'Ik hoef mij niet te verantwoorden'

Klinkhamer_2Richard Klinkhamer.  Foto: Maartje Blijdestein

Het valt niet mee om onbevreesd de woning van Richard Klinkhamer te betreden. De opruiende taal in zijn boeken, zijn reputatie in de media, de wetenschap dat hij voor moord is veroordeeld. Die markante kop, het ene oog wat kleiner dan het ander, waardoor het lijkt alsof hij je vuil aankijkt. En dan zijn kleding: dikke wollen sokken, een zoomloze spijkerbroek, een fleecetrui van Grolsch en daaroverheen - binnenstebuiten - een blauwe badjas.

Het eerste wat Klinkhamer doet, na een opgetogen welkomstgroet en het aanbieden van een pilsje, is een pak papier vol slechte ervaringen overhandigen. Of de bezoeker dat even wil lezen en daarna ondertekenen. "Want er wordt zoveel onzin over mij geschreven. Feiten worden verdraaid, alles voor een sappig verhaal. Daar hou ik niet van. Dus graag even een krabbel. Anders stuur ik een paar Joegoslaven op je dak. En dan maak ik nu een fotootje van je."

Als de eerste paniek is weggeëbd - zowel bij de schrijver als gast - valt het allemaal best mee. Klinkhamer (1937) heeft een gehorige onderwoning in het centrum van Amsterdam en kan vanuit zijn versleten luie stoel door de groezelige ramen op straat kijken. De schrijvers laat een boer en verontschuldigt zich: "Ik ben in mijn eigen huis." Hij redt zich prima, zegt hij. Hij is gezond, leest veel, beschikt sinds kort over internet en brengt zijn dagen door aan de hand van een vast patroon, in zelfgekozen eenzaamheid.

Sinds deze week ligt Woensdag gehaktdag in de winkel. Wie het leest, begrijpt niet waarom dat jaren heeft moeten duren.

"Uitgevers durfden het niet aan, om verschillende redenen. Personeel wilde niet, ze waren bang voor negatieve publiciteit, ze vonden het moreel verwerpelijk. Zelf dacht ik dat het pas na mijn dood zou verschijnen. Ik ben kort na 1991 (het jaar van de 'verdwijning' van zijn vrouw Hannie, red.) met het schrijven begonnen. Eerst voor mezelf, om de gebeurtenissen te vast te leggen, later om er een boek van te maken. De titel was er meteen, die is nooit meer weggegaan. Ik heb uiteindelijk zeven versies geschreven."

Waarom wil iemand die is veroordeeld voor de moord op zijn vrouw daar een boek over schrijven?

"Je bent schrijver of je bent het niet. En ik schrijf over mijn leven, over wat ik heb meegemaakt. Dat heb ik altijd gedaan. Puur geldingsdrang. Ik ben geen Joost Zwagerman of Arnon Grunberg, ik hoef niets te verzinnen. Van alles wat in dit boek staat, is 95 procent waargebeurd. De overige 5 procent is verzonnen, omdat er altijd een persoonlijke intimiteit is die je met niemand deelt, ook niet met je geliefde. Niemand laat het achterste van zijn tong zien."

Heeft het therapeutisch gewerkt?

"Daar schrijf ik niet voor. Mijn werk gaat over de schlemiel in de samenleving. Over mensen die zich met tegenslagen door het leven worstelen. De beschrijving van die tegenslagen maakt iets interessant. Het is niet boeiend om over een geslaagde neukpartij te lezen, het wordt pas boeiend als die neukpartij mislukt. Wat ik schrijf, is autobiografisch. Als ik niet zo'n ellendig leven had gehad, zat ik nu achter de geraniums te verpieteren. Dan was u nooit op bezoek gekomen."

Had u niet liever een zorgeloos leven gehad?

"Wat is dat voor onzin? Ik sta er niet bij stil of mijn leven zorgeloos is. Ik leef mijn leven. Als kind werd ik op school getreiterd omdat ik Duits sprak. (Klinkhamer bracht de oorlog door bij een tante in Oostenrijk, red.) Dus vluchtte ik in de boeken. Dát was mijn wereld zonder zorgen. Ik ben in het Vreemdelingenlegioen gegaan en belandde tussen de gevluchte Duitsers, allemaal Hitlerjugend. Die gebruikten mij als pispaal omdat ik hen kon verstaan - zo gaat dat. Ik heb daar niet geleden, ik leerde daar overleven."

Twaalf ambachten, dertien ongelukken. Een vermogen verliezen op de beurs. Pieter Baan centrum. Jaren in Veenhuizen. Fijn leven.

"En toch heb ik er niks van willen missen. Pieter Baancentrum? Machtig interessant. Als je dertig jaar bent, is het een ramp om in de gevangenis te zitten. Niet als je zestig bent. Ik kwam er gezonder uit dan ik er inging. Toen ik naar Amsterdam terugkeerde, heb ik als onderdeel van mijn straf moeten afwassen in een verzorgingshuis, de doperwten zaten achter mijn oren. Daar heb ik mijn voorland gezien. Kwijlende oude mannetjes, de weg kwijt. Dan maak ik er liever een eind aan."

Heeft u spijt van wat er in Ganzedijk is gebeurd?

"Ik ben veroordeeld. Ik heb mijn straf uitgezeten. Ik hoef mij niet te verantwoorden. Wat er is gebeurd, is tussen Hannie en mij - daar heeft niemand iets mee te maken. Toen ik uit Groningen vertrok, wist ik dat alles aan het licht zou komen. Ik zat er op te wachten. Als ik dat niet had gewild, had ik haar mee moeten nemen - en dat doe je niet. (Klinkhamer raakt ontroerd en valt stil.) Alles wat ik wil zeggen, staat in Woensdag gehaktdag."

Het gaat er nogal grof aan toe in het boek.

"Vind je? Het is hoe ik de dingen zie. Ik kom uit de goot, daar schaam ik mij niet voor. Ik heb maar vijf jaar lagere school gehad. Alles wat ik geleerd heb, heb ik mezelf geleerd. Het echte leven is mijn universiteit geweest. Ik ga mij niet anders voordoen dan ik ben. Ik ben volstrekt mezelf. Ik spuug op de mensen die dat afkeuren."

Waarom die voortdurende agressie?

"Je moet van je afbijten in het leven. Als je dat niet doet, lopen ze over je heen. Niet alleen op straat, ook op kantoor. En, ik ben een Amsterdammer, ik mag graag de boel een beetje opjutten, een beetje provoceren. Als ik schrijf dat Groningers dom zijn en allemaal van een uitkering leven, dan bedoel ik niet letterlijk alle Groningers. Ik heb geen minachting voor Groningers. Wie dat denkt, is echt dom - die verdient niet beter."

Klinkhamer trekt een nieuw pilsje open en kijkt naar een passerende vrouw op straat. "Er is nog zoveel moois in het leven", zegt hij met een lachje. Of Woensdag gehaktdag straks goede kritieken krijgt, interesseert hem nauwelijks. "De meeste journalisten zijn uit op sensatie. Nou, dan hebben ze aan mij een goeie - en dat weten ze. Ik hoop dat twee of drie recensenten het serieus bespreken. Als de ontvangst goed is, volgt er misschien meer. Er liggen twee manuscripten klaar."

Hij is blij dat het boek eindelijk in de winkel ligt. "Ik hoef er niks aan te verdienen", zegt hij. "Ik heb in mijn contract met de uitgever laten opnemen, dat de eventuele opbrengst naar een goed doel gaat. Welk doel? Dat weten we nog niet. Misschien willen ze geen geld van mij. We gaan er niet mee te koop lopen. Maar het boek is goed, daar ben ik van overtuigd. Er zal in het Noorden wel veel belangstelling voor zijn, denk je niet?"

De feiten

Richard Klinkhamer (1937) debuteerde in 1983 met de roman Gehoorzaam als een hond en publiceerde daarna nog drie andere rauw-realistische, maar door critici wisselend ontvangen boeken. Begin jaren negentig raakt hij in opspraak na de verdwijning van zijn vrouw Hannie Godfrinon uit hun woning in Ganzedijk bij Finsterwolde. In 2000 wordt het lichaam van Hannie ontdekt in de tuin bij de woning. De schrijver is dan al verhuisd naar Amsterdam. Klinkhamer zegt haar in 1991 na een ruzie met een koevoet de schedel te hebben ingeslagen en wordt tot zes jaar cel veroordeeld. In oktober 2003 komt hij wegens cellentekort vervroegd vrij en vervolgens onder elektronisch toezicht geplaatst. Woensdag gehaktdag is zijn vijfde boek.