Alle applaus is tot nader order uitgesteld
Terug in de klas met meester Ter Balkt

De grootvorstin van Drenthe’s stromen

Zeuvendaagse6_003

Martin Koster bij zíjn rivier: de Reest.

DezeuvendaagseZeven dagen wandelt een groep schrijvers door Drenthe. Ze bezoeken plekken die een rol hebben gespeeld in de literaire geschiedenis en kijken hoe met het landschap wordt omgesprongen. De zesde etappe van De Zeuvendaagse voerde van Koekange naar Oud Avereest.

Drenthe telt één rivier: de Reest, Grootvorstin van Drenthe’s stromen genoemd. Martin Koster, geboren in Avereest, bouwde er als kind een dam in. ”Het was weinig werk”, herinnert hij zich. ”In de winter kan de rivier op sommige plekken vele meters breed worden. Maar waar wij onze dam bouwden, sprong je er zo over heen.”

Jaren later deed Koster, samen met collegaschrijver Gerard Stout, een poging de loop van de Reest te volgen. Dat viel nog niet mee. De 35 kilometer lange rivier mag dan de grens tussen Drenthe en Overijssel vormen, niemand weet waar hij ontspringt. Alleen het einde staat vast: een eendenvijver in Meppel. Tussendoor is de waterstroom hier en daar zelfs zoek.

Koster is dichter van de dag tijdens de zesde etappe van De Zeuvendaagse. Vandaag lopen we door zíjn streek. Maar we beginnen op het Koekangerveld, waar ooit een drievoudige moord is gepleegd, om naar men zegt driehonderd gulden. De dader is nooit gevonden. Voer voor roddel en achterklap, inspiratie voor schrijvers, dichters, zangers en inmiddels ook filmers.

Op datzelfde Koekangerveld vindt Tjitse Hofman een forse veldkei die hij een plek wil geven op het graf van Herman J. van den Bold bij de kerk in IJhorst. Kilometers achtereen sleept hij de steen mee. Van den Bold (1952 – 2006) was discjockey, copywriter, natuurbeschermer en podiumdichter. Zijn luide stem bezorgde hem de bijnaam De keel van Meppel. Hij kreeg een hartaanval toen hij een plaatje wilde opzetten.

Op het plein voor de kerk komt de plaatselijke jeugd aanrijden in een bolderkar. Twee meisjes bestuderen aandachtig het reizende podium. Even later staan ze er bovenop en zingen ze een nummer van Nick & Simon, het duo dat al menig feesttent op de kop heeft gezet. Na het applaus volgt een toegift: wéér een nummer van Nick & Simon. Tot slot zetten ook Demi en Maran – want zo heten ze – hun handtekening op het podium.

Na IJhorst duikt de Reest steeds even plotseling op om daarna weer in het landschap te verdwijnen. Vanaf de bruggetjes gezien, is het water bruin van het ijzeroer in de omringende akkers. En het vreemde is: het roestbruine water kabbelt en lijkt toch stil te staan.

Precies wat de Reest zo bijzonder maakt. Martin Koster schreef er het gedicht Panta Rhei over: ’Stroom ik/ deur de lege laander/ langs de Voele Riete, Wildenbarg/ De Rievest en de Kniepe,/ dan droom ik. // Ik stort mij uut/ in ’t Diep/ ’t Heden glidt in ’t verleden,/ alles giedt veurbij./ Stroom ik of droom ik?’

Zie voor meer Zeuvendaagse het weblog van deelnemer Bart FM Droog.