Vrolijke gezichten in Vasalis’ garage
Alle applaus is tot nader order uitgesteld

De eeuwig zoemende vliegenstrip

Suzannajansen_2 Suzanna Jansen (links) in gesprek met een verslaggever van Radio Drenthe in Veenhuizen.

DezeuvendaagseZeven dagen wandelt een groep schrijvers door Drenthe. Ze bezoeken plekken die een rol hebben gespeeld in de literaire geschiedenis en kijken hoe met het landschap wordt omgesprongen. De vierde etappe van De Zeuvendaagse voerde van Westervelde naar Smilde.

In Veenhuizen vloeien het stichtelijke woord en de literatuur in elkaar over. Het begint aan de Kolonievaart waar de huizen zijn voorzien van aansporingen als ’Orde en Tucht’, 'Bitter en Zoet', ’Huis en Haard’ en de mooiste van allemaal ’Leven is werk’. En het gaat verder in het Gevangenismuseum waar literair wandelgenootschap De Zeuvendaagse een hart onder de riem wordt gestoken door Meindert Talma.

Zonder zijn Negroes, maar met een versterkte piano zingt Talma liedjes van zijn album Nu geloof ik wat er in de bijbel staat. Ze hebben intrigerende titels als Oh was ik maar een mol onder de grond, Charles Guiteau en, heel toepasselijk, Gevangeniscel Blues. ”Vreselijk”, reageert een al wat oudere vrouw bij het horen van dat laatste nummer terwijl ze richting museumingang beent.

Zo is maar net. Gevangenissen zíjn vreselijk. En wat er aan vooraf gaat is nog veel erger. Om maar te zwijgen van wat daarna komt. Dat weet ook Suzanna Jansen die voorleest uit haar nog te verschijnen boek Het pauperparadijs. Daarin ontrafelt zij volgens de wetten van Frank Westermans 'frictie' het bizarre heropvoedingsexperiment dat Veenhuizen halverwege de negentiende eeuw was.

Jansen stuitte op haar verhaal toen ze, nog niet eens zo lang geleden, het bidprentje ontdekte van haar overgrootmoeder. Gravend in het familieverleden zag ze de wortels van haar familie in Drenthe liggen, in de bedelaarskolonie. In haar boek beschrijft ze hoe haar voorouders generaties achtereen gevangen zaten in ’een fuik voor paupers’, en waarom daar altijd over werd gezwegen.

Alsof de stemming er nog niet voldoende inzit, brengt Kasper Peters een gedicht over zijn werk met TBS’ers in de Van Mesdagkliniek in Groningen en staat ook Erik Harteveld stil bij zijn leven in een gevangenis. De titel is even zoek, maar de indrukwekkende slotregels over ’de eeuwig zoemende vliegenstrip’ blijven rondspoken: ’Die oes toont wat wij bent/ niet meer as een stip/ as een vlieg an de strip/ veur ewig verdoemd/ die spartelt en zoemt.’

Buiten valt ondertussen gestaag regen uit een grauwe lucht. Als straks de ochtendkrant op de ontbijttafel wordt uitgevouwen, wandelt De Zeuvendaagse het Kamp Westerbork binnen.

Voor meer Zeuvendaagse zie ook het weblog van deelnemer Bart FM Droog.