‘De Graanrepubliek’ leidt tot muziektheaterstuk
‘We hebben goud in handen’

Tussen klassiek en geheimtip

Leopold De canon voor de vaderlandse geschiedenis mag dan zijn vastgesteld, het opstellen van een lijst met literaire werken die iedereen moet kennen blijft lastig. Want welk boek is ‘klassiek’ en wanneer spreken we van ‘klassiekers’?

Ooit wist iedereen wat er werd bedoeld met ‘de klassieken’: de taal, literatuur, geschiedenis en kunstvormen van de oude Grieken en Romeinen. Maar dat statige begrip heeft de afgelopen decennia gezelschap gekregen van ‘klassiek’, ‘klassieker’ en zelfs het modieuze ‘essential’. Het zijn allemaal omschrijvingen die duidelijk moeten maken dat we met ‘iets van waarde’ van doen hebben.

In de boekhandel worden de termen te pas en oppas gebruikt, alles in dienst van de marketing. Als Kluun met zijn Er komt een vrouw bij de dokter een verkoophit blijkt, wordt die roman al snel omschreven als een klassieker: een veel gelezen boek. En als de elfde druk verschijnt van de poëziebloemlezing Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is wordt gesproken van een klassieke bundel: een verzameling die nog steeds zeer de moeite waard is.

Een interessant geval is De geschiedenis van Woutertje Pieterse die Multatuli (1820 – 1887) tussen 1862 en 1877 verspreid over zijn bundels Ideeën publiceerde. Pas na zijn dood werd deze nooit voltooide zedenschets uitgegeven als een bijna zeshonderd bladzijden tellend boek. Onlangs verscheen het opnieuw, hertaald door Ivo de Wijs, die er meer dan de helft uitscheurde en ook nog een slot aan schreef.

Mag je zo omgaan met – in de woorden van de verantwoordelijke uitgeverij Hoogland en Van Klaveren – ‘een van de belangrijkste Nederlandse klassiekers’?  Voor wie Woutertje vanwege Multatuli’s afleidende ideeën nooit als geheel heeft gelezen, is de compacte en leesbare versie van De Wijs zeer de moeite waard; een opstapje naar het echte werk. Maar puriteinen gruwen er van: alsof De Nachtwacht in stukken is gesneden en bijgeschilderd in de etalage is gezet.

Voor die laatste groep is er sinds 1998 de Deltareeks, een initiatief van de overheid en verschillende uitgevers om ‘de belangrijkste werken uit de oudere Nederlandse letterkunde’ beschikbaar te maken. De Deltareeks telt inmiddels zeventien kloeke boeken met werk van onder anderen P.C. Hooft, Vondel, Gorter, Guido Gezelle, compleet met wetenschappelijk verantwoording; alleen al Van den Vos Reynaerde beslaat twee delen.

De nieuwste Delta-uitgave is Verzamelde verzen van J.H. Leopold (1865 – 1925). Dichter J.C. Bloem noemde hem ooit ‘buiten kijf de allergrootste figuur sinds eeuwen in de Nederlandse letterkunde’, iets dat hij overigens ook van Hendrik de Vries beweerde. Leopold is nooit echt veel gelezen, zijn meest bekende gedicht begint met Om mijn oud woonhuis peppels staan. Maar zijn invloed is zeer groot: Gerrit Achterberg, Martinus Nijhoff en Ida Gerhardt zijn z’n meest bekende leerlingen.

Verzamelde verzen is een ronduit imposant boek, met veel ongepubliceerde gedichten in een chronologische volgorde. Of deze definitieve Leopold-uitgave de weg naar ‘het algemene publiek met literaire belangstelling’ weet te vinden is echter de vraag. De uitgave kampt met hetzelfde euvel als andere Delta-uitgaven: het is gemaakt voor bibliotheek en studeerkamer en dus niet om op een bankje in het winkelcentrum gelezen te worden.

De Deltareeks komt van Athenaeum - Polak & Van Gennep. Die deftige uitgever heeft ook een Gouden Reeks, met inmiddels twaalf klassiekers waaronder De Bijbel, De Goddelijke Komedie van Dante en Faust van Goethe. Als filiaal van uitgeverij Querido is Athenaeum - Polak & Van Gennep daarnaast verantwoordelijk voor de serie Salamander Klassiek. Deze reeks gebonden uitgaven voor een ‘kleine prijs’ varieert van Sokrates leven en dood van Plato tot Kees de Jongen van Theo Thijssen.

Sinds kort ondervinden de handzame Salamanders concurrentie van de serie Rainbow Klassiek van uitgeverij Muntinga. Nadat dit bedrijf eerder Pijpelijntjes van Jacob Israël de Haan en Nagelaten bekentenis van Marcellus Emants bracht, komt het nu met Tobias en de dood (1925) van J. van Oudshoorn (1876 – 1951) en Goena-Goena (1889) van P.A. Daum (1850 – 1898). Hoewel niet duidelijk is met welke (herziene) druk we te maken hebben, gaat het om liefdevol uitgegeven boeken.

Daum lijkt met zijn beschrijving van de stille kracht in Goena-Goena een brug te slaan tussen Multatuli en Couperus, terwijl Van Oudshoorn met zijn boemelaar Tobias ergens naar Bordewijk neigt. Wat beide titels gemeen hebben is dat het om originele boeken gaat die bij het grote publiek in de vergetelheid zijn geraakt. Misschien is het begrip ‘klassiek’ wat veel van het goede, maar ‘geheimtip’ komt aardig in de buurt.

Vier jaar geleden werd onder leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een enquête gehouden naar de canon van de Nederlandse literatuur. In dat onderzoek kwamen de namen van Multatuli, Leopold, Daum en van Van Oudshoorn bovendrijven in een lijst met de honderd belangrijkste auteurs. Multatuli stond bovenaan, Daum van Van Oudshoorn onderaan. Leopold stond in het midden, net onder zijn bewonderaar J.C. Bloem.

Een lijst met belangrijkste Nederlandse klassieke literaire werken liet een gewijzigd beeld zien: Max Havelaar van Multatuli bovenaan, Gedichten van Leopold in het midden - onder Ida Gerhardt, maar boven J.C. Bloem. En nergens een spoor van Daums Goena-Goena en Tobias van Van Oudshoorn. Woutertje Pieterse eindigde in de middenmoot van klassieke werken. Voorwaar niet gek voor een roman zonder einde die de berooide auteur zelf nooit heeft willen uitgeven.

Waarmee maar gezegd is, dat het laatste woord over klassiek, klassieken en klassiekers nog niet is gesproken. In de tussentijd lezen we onverdroten voort.

De geschiedenis van Woutertje Pieterse’ in de bewerking van Ivo de Wijs is verschenen bij uitgeverij Hoogland en Van Klaveren (€17,50, 224 blz.). ‘Verzamelde Verzen’ van J.H. Leopold is verschenen in bij Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep (€38,50, 614 blz) . ‘Goena-Goena’ van J.A. Daum (€14,50 271 blz.) en ‘Tobias en de dood’ van J. van Oudshoorn (€16,50, 288 blz) zijn verschenen bij uitgeverij Muntinga. Voor de canon van de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde zie www.dbnl.org