Weer helpt Sándor Márai een illusie om zeep
Geschreven teksten zijn gezongen het mooist

Groot en klein literair talent uit Groningen

 Auke_hulst_3Groningen timmert vooral aan de weg als poëziestad, de afdeling proza voor volwassenen lijkt sinds het verschijnen van 050 Nieuw talent uit Groningen in 1996 wat ingedommeld. Anton Scheepstra van uitgeverij Passage probeert dat te veranderen met maandelijkse bijeenkomsten ‘Proza Proeven’ waar beginnend en soms gevorderd schrijftalent kans krijgt nieuw werk te presenteren aan een live-publiek.

‘Proza Proeven’ heeft nu ook een bloemlezing opgeleverd: Groningse nieuwe. Deze bundel bevat werk van negen talenten die na hun optredens workshops mochten volgen bij Ronald Ohlsen, Arie Storm en Manon Uphoff. Helemaal nieuw zijn hun namen overigens niet. Van Sieger M.G., Kasper Peters en Anneke Claus verschenen eerder al dichtbundels, terwijl ook de anderen regelmatig opduiken in het circuit rond De Dichtclub.

De nauwe band met de poëzie is niet zonder gevolgen. Bij Sieger M.G. en Kasper Peters bijvoorbeeld winnen de dichters het nog van de prozaïsten, terwijl de eerste een traditioneel verhaal wil vertellen en de tweede zich aan een theatermonoloog waagt. In andere bijdragen valt het schetsmatige karakter op. Feitelijk leveren alleen Lisette Togtema en Alice Stollmeyer verhalen met een kop, een middenstuk en een staart.

Toch zijn de aanzetten interessant. Zo laat Bill Mensema zien wat in de jaren tachtig gebeurde als de vrijwilligers van popclub Vera stoned en dronken werden en loopt de buitenissige Hubert Klaver door Groningen als een olifant door een porseleinkast. Ronduit veelbelovend is de anekdotische Anneke Claus, een jongedame met een vaardige pen een opmerkelijk scala aan vreemde stemmen in haar hoofd.

Auke Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 1975) heeft zich reeds aan de Groninger Diepenring onttrokken. Vorige maand debuteerde hij bij Meulenhoff, de uitgeverij waar onlangs ook de ex-Groninger Arjen Lubach zijn eersteling uitbracht. Het werk van Hulst, die als journalist voor Vrij Nederland en Vara TV Magazine heeft gewerkt, is van een geheel andere kaliber dan dat van Lubach: veel ernstiger en gedurfder.

Zijn Jij en ik en alles daartussenin vertelt het verhaal van de jonge Max Herder uit Groningen. Max is gedumpt door zijn vrouw Sarah, zo lijkt het. Zij heeft een ander, de iets te snelle Mike uit Amsterdam, met wie ze kerstvakantie viert op Ameland. Max volgt het stel op de voet, hij stalkt de twee zonder zich te tonen. Stinkjaloers moet hij toezien hoe ze de liefde bedrijven in een vakantiehuisje dat eens zijn eigendom was.

Op het eerste gezicht lijkt de roman een doodgewone tragische liefdesgeschiedenis. Maar gaandeweg ontspint zich een beklemmend drama waarin duidelijk wordt dat Sarah zich heeft vergist in haar huwelijk met de obsessieve Max, die zich na haar vertrek de vernieling indraait. Dat alles beschreven vanuit een verrassend perspectief – Max zweeft als een ziel boven de hoofden van Mike en Sarah – met ronduit wonderschone zinnen.

Centraal thema in dit voortreffelijke debuut komt uit het gedicht Soto Voce van M. Vasalis: ‘Niet het snijden doet zo’n pijn,/ maar het afgesneden zijn’. Hulst heeft prachtpoëzie gebruikt voor prachtproza waarin op een poëtische manier een doordacht én uitgebalanceerd verhaal over liefde, verlies en afscheid wordt verteld. Een beter bewijs dat Groningen nog steeds groot literair talent voortbrengt, had hij niet kunnen leveren.

Boek: Groningse nieuwe. Auteurs: Hedwig Baartman, Anneke Claus, Gerjan van de Kamp en anderen. Uitgeverij: Passage. Prijs: 12,50 euro (124 blz.).

Boek: Jij en ik en alles daartussenin. Auteur: Auke Hulst. Uitgeverij: Meulenhoff. Prijs: 16,50 euro (157 blz.).