Oeuvreprijs voor illustratoren van kinderboeken
Groot en klein literair talent uit Groningen

Weer helpt Sándor Márai een illusie om zeep

29102006_20 Het blijft een mooi verhaal, het postume succes van Sándor Márai (1900 – 1989) in Nederland. En loopt nog niet te einde. Met De nacht voor de scheiding heeft uitgeverij Wereldbibliotheek al weer de vijfde titel van de tragische Hongaarse schrijver in een vertaling uitgebracht sinds het onwaarschijnlijke succes van de roman Gloed in 2000. Márai is nu zestien jaar dood en wordt meer gelezen dan ooit.

De nacht voor de scheiding dateert van 1935, toen Márai in Hongarije aan de vooravond van zijn doorbraak als schrijver stond. Een jaar daarvoor, in 1934, was het autobiografische Bekentenissen van een burger gepubliceerd, dat volgend jaar in een Nederlandse vertaling verschijnt. Reeds eerder vertaalde titels als De erfenis van de Eszter (1939), De gravin van Parma (1940), Kentering van een huwelijk (1941) en ook Gloed (1942) zaten dus nog in de pen.

Ditmaal wordt het verhaal van Kristof Komives verteld, een rechter die de echtscheiding van twee oude bekenden moet afhandelen: de arts Imre Greiner en diens vrouw Anna. De keurige Komives heeft een respectabele status verworven en wacht op benoemingen die nog komen gaan. Het enige dat hem zorgen baart, is zijn gesteldheid. Op zijn 38ste voelt hij de kracht van zijn leven wegebben. Ondanks zijn zorgvuldige levenswijze – hij is minder gaan roken – doen de eerste duizelingen zich al voor.

Márai trekt ongeveer de helft van zijn roman uit om de wankele staat van Komives te beschrijven. De nacht voor de scheiding komt echter pas op gang als de rechter ’s avonds laat in zijn huis zijn oude schoolvriend Greiner aantreft. De arts blijkt zijn vrouw Anna te hebben vergiftigd en wil een verklaring afleggen. Gaandeweg het gesprek – het is meer een monoloog van de arts – blijkt de kreukloze rechter persoonlijk bij het drama betrokken.

Márai zou Márai niet zijn als hij in zijn roman niet allerlei lagen had aangebracht. Daardoor laat deze variant op de crime passionele zich lezen als een zedenschets over een brave burgerman, als een commentaar op de sociale ontwikkelingen tussen twee wereldoorlogen én als een – zeker voor 1935 – gedurfde psychologische roman. De moord is maar bijzaak, waar het om draait zijn begrippen als trouw, liefde, integriteit, verlangens en de bedrieglijkheid van ons verstand.

In De nacht voor de scheiding wordt afgerekend met het idee dat er zoiets zou bestaan als pure gevoelens, oprechte bedoelingen en onschuld. Eenmaal de jeugd voorbij leren we volgens Márai begrijpen ‘dat het leven zich steeds op wonderlijke wijze herhaalt, dat niets zo gebeurt als wij het hadden verwacht, maar dat ook niets zó verrassend is als wij menen. Eigenlijk is er maar één verrassend iets, en dat is als wij ontdekken dat ook wijzelf in hoogsteigen persoon sterfelijk zijn’.

Ook in deze roman helpt Sándor Márai weer enkele illusies op vakkundige wijze om zeep. Een grote leessensatie zoals met Gloed brengt hij evenwel niet te weeg. De stijl, de compositie, de thema’s - alle ingrediënten die het latere werk van Marái zo elegant melancholiek en intrigerend tijdloos maken, zijn hier aanwezig. Maar juist doordat we zijn hoogtepunten inmiddels kennen, rest uiteindelijk het gevoel dat deze kleine roman vooral een voorbode is van wat nog komen gaat. Een interessante voorbode, dat zeker.

Boek: De nacht voor de scheiding. Auteur: Sándor Márai. Vertaling L. Szekely en M.H. Szekely-Lulofs. Uitgeverij: Wereldbibliotheek. Prijs: €17,90 (207 blz.).