Mensen apen apen na
Oeuvreprijs voor illustratoren van kinderboeken

Er is volop leven na Herman Brood

Bart_chabot Bart Chabot hield Herman Brood bijna een kwart eeuw nauwlettend in de gaten. Als liefhebber, als vriend en als biograaf. Ook in zijn nieuwste boek, de verhalenbundel F.C. Dood, duikt het fenomeen weer op, zij het heel kort. Want ook het leven van Chabot gaat gewoon door.

In een Haags hotel–restaurant vertelt Bart Chabot opgetogen over zijn deelname aan het televisieprogramma De slimste. Druk gebarend, uiteraard. De opnamen zijn net achter de rug, de winnaar moet nog bekend worden gemaakt. ”En wie dénk je dat er gewonnen heeft...”, loeit Chabot.

Dan meldt zich bedremmeld een ober. ”Mijnheer Chabot, ik hoorde u praten over De slimste. Ik kijk heel graag naar het programma. Maar dát had u nou net niet moeten vertellen.”

Alles te weten maakt niet gelukkig.

Even daarvoor had Chabot (Den Haag, 1954) gesproken over de veertien verhalen in zijn nieuwe boek, F.C. Dood. Opvallend 1: In het sleutelverhaal Duingheest probeert een man de tweede helft van zijn leven een nieuwe wending te geven. Opvallend 2: Herman Brood komt slechts twee keer, heel kort, ter sprake. Opvallend 3: vier langere verhalen vormen een biografische schets van de Golden Earring. Opvallend 4: de nadrukkelijke aanwezigheid van de dood.

”De dood is mijn thema”, doceerde de schrijver boven een beefburger van Hollandse weiderund en een glas Crodino. ”In het echte leven staat de uitkomst vast. Het interessante aan literatuur is dat je het leven naar je hand kunt zetten. In F.C. Dood probeer ik de dood pootje te lichten. Daarom past de Golden Earring in dit boek. Ook als Barry, George, Rinus en Cesar er straks niet meer zijn, is de Earring er nog steeds. Die band is tijdloos, de Earring heeft de dood getackeld.”

Voor de schets bezocht Chabot – verspreid over jaren – concerten, interviewde hij bandleden, maakte notities op bierviltjes en servetten en interviewde de bandleden nog een keer. ”Ik zou graag hét Earring–boek schrijven”, klonk het vanuit een volle mond. ”Maar Barry Hay is tegen. Hij wil niet dat de jaren zeventig tot in detail worden beschreven. En hij denkt dat mensen over wie ik een biografie schrijf snel het loodje leggen.”

Tot dat moment was Herman Brood zorgvuldig uit het gesprek gehouden. Want niets zo onbeleefd als een schrijver met een nieuw boek vragen te stellen over dat vorige boek: ’Opa vertel nog eens’. Maar vooruit: of hij zich kon voorstellen dat mensen zouden zeggen ’Bart Chabot heeft een nieuw stokpaardje. Na Herman Brood lift hij nu mee op de bekendheid van de Golden Earring’?

Zwaaiend met mes en vork: ”Daar word ik moe van! Móe! Mensen die roepen: ’Zo’n boek over Herman Brood schrijven, dat is makkelijk, want Brood is een wandelende quotes–machine. Vergeet het. Ik heb veertien jaar van mijn leven in die biografie gestopt. Pas toen het laatste deel gereed was, merkte ik wat een enorme druk het was. Daarna rolde het ene gedicht na het andere uit mijn pen. Alsof ik mij al die tijd heb moeten inhouden. En dan dit: mijn eerste verhaal over de Earring schreef ik ver voor de reportages over Brood. Vér daarvoor.”

Er is een plausibel verband. ”De Earring is een instituut. Die jongens doen wat ze doen, zonder compromissen. Die zíjn er gewoon, hun nummers zullen altijd blijven. Bij Herman was dat net zo, bij hem zit het tijdloze in de schilderijen. Herman heeft er veel gemaakt, en ze zijn niet allemaal even goed, maar als je de topstukken ziet – páts, dan gebeurt er iets. Dat komt binnen en gaat niet meer weg.”

En dus is het niet meer dan logisch dat het Groninger Museum een tentoonstelling aan Herman Brood wijdt. ”We hebben het over één van de grootste Nederlandse kunstenaars. Rudi Fuchs (voormalig directeur van het Stedelijk Museum, red.) wilde dat nooit zien, en Fuchs was de paus. Daarom durfden anderen dat ook niet te zien.”

En de film?

De liefhebber, vriend en biograaf prikte het laatste stuk Hollandse weiderund van zijn bord en leegde zijn glas. ”Als je een leuke muziekfilm wilt zien, dan moet je er heen.” De stilte die viel was iets te lang. ”Er is geen acteur die Herman recht kan doen.”

Intensiteit. En je eigen weg gaan. Daar draait het om in het leven. Niet om het meeliften met anderen, laat staan het winnen van een tv–spelletje.

Dat wilde Bart Chabot maar even gezegd hebben.

Bart Chabot geeft 15 november een lezing in de Openbare Bibliotheek van Groningen. Aanvang 20.00 uur, entree €5. Chabot verzorgt samen met Arjan Peters op 19 november een lezing in het Groninger Museum. ’F.C. Dood’ is verschenen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.