Previous month:
september 2006
Next month:
november 2006

Weer helpt Sándor Márai een illusie om zeep

29102006_20 Het blijft een mooi verhaal, het postume succes van Sándor Márai (1900 – 1989) in Nederland. En loopt nog niet te einde. Met De nacht voor de scheiding heeft uitgeverij Wereldbibliotheek al weer de vijfde titel van de tragische Hongaarse schrijver in een vertaling uitgebracht sinds het onwaarschijnlijke succes van de roman Gloed in 2000. Márai is nu zestien jaar dood en wordt meer gelezen dan ooit.

De nacht voor de scheiding dateert van 1935, toen Márai in Hongarije aan de vooravond van zijn doorbraak als schrijver stond. Een jaar daarvoor, in 1934, was het autobiografische Bekentenissen van een burger gepubliceerd, dat volgend jaar in een Nederlandse vertaling verschijnt. Reeds eerder vertaalde titels als De erfenis van de Eszter (1939), De gravin van Parma (1940), Kentering van een huwelijk (1941) en ook Gloed (1942) zaten dus nog in de pen.

Ditmaal wordt het verhaal van Kristof Komives verteld, een rechter die de echtscheiding van twee oude bekenden moet afhandelen: de arts Imre Greiner en diens vrouw Anna. De keurige Komives heeft een respectabele status verworven en wacht op benoemingen die nog komen gaan. Het enige dat hem zorgen baart, is zijn gesteldheid. Op zijn 38ste voelt hij de kracht van zijn leven wegebben. Ondanks zijn zorgvuldige levenswijze – hij is minder gaan roken – doen de eerste duizelingen zich al voor.

Márai trekt ongeveer de helft van zijn roman uit om de wankele staat van Komives te beschrijven. De nacht voor de scheiding komt echter pas op gang als de rechter ’s avonds laat in zijn huis zijn oude schoolvriend Greiner aantreft. De arts blijkt zijn vrouw Anna te hebben vergiftigd en wil een verklaring afleggen. Gaandeweg het gesprek – het is meer een monoloog van de arts – blijkt de kreukloze rechter persoonlijk bij het drama betrokken.

Márai zou Márai niet zijn als hij in zijn roman niet allerlei lagen had aangebracht. Daardoor laat deze variant op de crime passionele zich lezen als een zedenschets over een brave burgerman, als een commentaar op de sociale ontwikkelingen tussen twee wereldoorlogen én als een – zeker voor 1935 – gedurfde psychologische roman. De moord is maar bijzaak, waar het om draait zijn begrippen als trouw, liefde, integriteit, verlangens en de bedrieglijkheid van ons verstand.

In De nacht voor de scheiding wordt afgerekend met het idee dat er zoiets zou bestaan als pure gevoelens, oprechte bedoelingen en onschuld. Eenmaal de jeugd voorbij leren we volgens Márai begrijpen ‘dat het leven zich steeds op wonderlijke wijze herhaalt, dat niets zo gebeurt als wij het hadden verwacht, maar dat ook niets zó verrassend is als wij menen. Eigenlijk is er maar één verrassend iets, en dat is als wij ontdekken dat ook wijzelf in hoogsteigen persoon sterfelijk zijn’.

Ook in deze roman helpt Sándor Márai weer enkele illusies op vakkundige wijze om zeep. Een grote leessensatie zoals met Gloed brengt hij evenwel niet te weeg. De stijl, de compositie, de thema’s - alle ingrediënten die het latere werk van Marái zo elegant melancholiek en intrigerend tijdloos maken, zijn hier aanwezig. Maar juist doordat we zijn hoogtepunten inmiddels kennen, rest uiteindelijk het gevoel dat deze kleine roman vooral een voorbode is van wat nog komen gaat. Een interessante voorbode, dat zeker.

Boek: De nacht voor de scheiding. Auteur: Sándor Márai. Vertaling L. Szekely en M.H. Szekely-Lulofs. Uitgeverij: Wereldbibliotheek. Prijs: €17,90 (207 blz.).


Oeuvreprijs voor illustratoren van kinderboeken

Kikker Volgend jaar zal voor het eerst een nationale prijs voor illustratoren van kinderboeken worden uitgereikt, zo meldt het ANP. De oeuvreprijs is vernoemd naar Max Velthuijs, de vorig jaar overleden schrijver en tekenaar van onder meer Kikker.

Dat heeft minister Maria van der Hoeven in Den Haag bekendgemaakt. Het initiatief voor deze prijs is genomen door Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde. Evenals de P.C. Hooftprijs bedraagt de nieuwe oeuvreprijs 60.000 euro. De Max Velthuijsprijs zal eens in de drie jaar worden uitgereikt.

Van der Hoeven ziet de prijs als het slotstuk in de emancipatie van het Nederlandse kinderboek. "Het gekke is dat er heel veel prijzen zijn voor kinderboekenschrijvers en heel veel prijzen voor kinderboekentekenaars'', zei de minister tegen kinderen in het Letterkundig Museum.

"Maar de aller-, allerhoogste prijs in Nederland voor boeken, die is er voor schrijvers van grotemensenboeken. En die is er voor kinderboekenschrijvers. Maar niet voor de kinderboekentekenaars. Ik vond dat daar iets aan gedaan moest worden.''

Prentenboekenmaker en illustrator Max Velthuijs (1923-2005) schreef en tekende negen boeken over Kikker, maar ook over andere dieren. Hij verwierf daar veel prijzen mee. Velthuijs zei zich altijd meer een tekenaar te voelen: "Het schrijven is noodzakelijk, omdat er een verhaaltje bij de tekeningen moet."


Er is volop leven na Herman Brood

Bart_chabot Bart Chabot hield Herman Brood bijna een kwart eeuw nauwlettend in de gaten. Als liefhebber, als vriend en als biograaf. Ook in zijn nieuwste boek, de verhalenbundel F.C. Dood, duikt het fenomeen weer op, zij het heel kort. Want ook het leven van Chabot gaat gewoon door.

In een Haags hotel–restaurant vertelt Bart Chabot opgetogen over zijn deelname aan het televisieprogramma De slimste. Druk gebarend, uiteraard. De opnamen zijn net achter de rug, de winnaar moet nog bekend worden gemaakt. ”En wie dénk je dat er gewonnen heeft...”, loeit Chabot.

Dan meldt zich bedremmeld een ober. ”Mijnheer Chabot, ik hoorde u praten over De slimste. Ik kijk heel graag naar het programma. Maar dát had u nou net niet moeten vertellen.”

Alles te weten maakt niet gelukkig.

Even daarvoor had Chabot (Den Haag, 1954) gesproken over de veertien verhalen in zijn nieuwe boek, F.C. Dood. Opvallend 1: In het sleutelverhaal Duingheest probeert een man de tweede helft van zijn leven een nieuwe wending te geven. Opvallend 2: Herman Brood komt slechts twee keer, heel kort, ter sprake. Opvallend 3: vier langere verhalen vormen een biografische schets van de Golden Earring. Opvallend 4: de nadrukkelijke aanwezigheid van de dood.

”De dood is mijn thema”, doceerde de schrijver boven een beefburger van Hollandse weiderund en een glas Crodino. ”In het echte leven staat de uitkomst vast. Het interessante aan literatuur is dat je het leven naar je hand kunt zetten. In F.C. Dood probeer ik de dood pootje te lichten. Daarom past de Golden Earring in dit boek. Ook als Barry, George, Rinus en Cesar er straks niet meer zijn, is de Earring er nog steeds. Die band is tijdloos, de Earring heeft de dood getackeld.”

Voor de schets bezocht Chabot – verspreid over jaren – concerten, interviewde hij bandleden, maakte notities op bierviltjes en servetten en interviewde de bandleden nog een keer. ”Ik zou graag hét Earring–boek schrijven”, klonk het vanuit een volle mond. ”Maar Barry Hay is tegen. Hij wil niet dat de jaren zeventig tot in detail worden beschreven. En hij denkt dat mensen over wie ik een biografie schrijf snel het loodje leggen.”

Tot dat moment was Herman Brood zorgvuldig uit het gesprek gehouden. Want niets zo onbeleefd als een schrijver met een nieuw boek vragen te stellen over dat vorige boek: ’Opa vertel nog eens’. Maar vooruit: of hij zich kon voorstellen dat mensen zouden zeggen ’Bart Chabot heeft een nieuw stokpaardje. Na Herman Brood lift hij nu mee op de bekendheid van de Golden Earring’?

Zwaaiend met mes en vork: ”Daar word ik moe van! Móe! Mensen die roepen: ’Zo’n boek over Herman Brood schrijven, dat is makkelijk, want Brood is een wandelende quotes–machine. Vergeet het. Ik heb veertien jaar van mijn leven in die biografie gestopt. Pas toen het laatste deel gereed was, merkte ik wat een enorme druk het was. Daarna rolde het ene gedicht na het andere uit mijn pen. Alsof ik mij al die tijd heb moeten inhouden. En dan dit: mijn eerste verhaal over de Earring schreef ik ver voor de reportages over Brood. Vér daarvoor.”

Er is een plausibel verband. ”De Earring is een instituut. Die jongens doen wat ze doen, zonder compromissen. Die zíjn er gewoon, hun nummers zullen altijd blijven. Bij Herman was dat net zo, bij hem zit het tijdloze in de schilderijen. Herman heeft er veel gemaakt, en ze zijn niet allemaal even goed, maar als je de topstukken ziet – páts, dan gebeurt er iets. Dat komt binnen en gaat niet meer weg.”

En dus is het niet meer dan logisch dat het Groninger Museum een tentoonstelling aan Herman Brood wijdt. ”We hebben het over één van de grootste Nederlandse kunstenaars. Rudi Fuchs (voormalig directeur van het Stedelijk Museum, red.) wilde dat nooit zien, en Fuchs was de paus. Daarom durfden anderen dat ook niet te zien.”

En de film?

De liefhebber, vriend en biograaf prikte het laatste stuk Hollandse weiderund van zijn bord en leegde zijn glas. ”Als je een leuke muziekfilm wilt zien, dan moet je er heen.” De stilte die viel was iets te lang. ”Er is geen acteur die Herman recht kan doen.”

Intensiteit. En je eigen weg gaan. Daar draait het om in het leven. Niet om het meeliften met anderen, laat staan het winnen van een tv–spelletje.

Dat wilde Bart Chabot maar even gezegd hebben.

Bart Chabot geeft 15 november een lezing in de Openbare Bibliotheek van Groningen. Aanvang 20.00 uur, entree €5. Chabot verzorgt samen met Arjan Peters op 19 november een lezing in het Groninger Museum. ’F.C. Dood’ is verschenen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.


Mensen apen apen na

Naapers Een aantal weken geleden stak illustrator Philip Hopman in Dagblad van het Noorden de loftrompet over het hoge niveau van de tekeningen in Nederlandse kinderboeken. Nederlandse illustratoren hebben meer lef dan hun collega’s in Duitsland en Engeland, betoogde Hopman. Vervolgens somde hij namen op van grootheden als Dick Bruna, Max Velthuijs, Fiep Westendorp en Sieb Postuma. Voor de toekomst tipte hij de talenten Mark Janssen en Noëlle Smit.

Hopman was nog niet uitgesproken of Fiep Westendorp en Sieb Postuma prijkten alweer aan de top van de lijst met best verkochte boeken in ons land. Verrassend? Niet echt. Beide illustratoren hadden in het kader van de kinderboekenweek net twee vriendelijk geprijsde prentenboek uit: Westendorp met Frank van Pamelen (Het dierenfeest) en Postuma met Annie M.G. Schmidt (De leeuw is los!).

Ondertussen heeft nu ook Noëlle Smit haar eerste prentenboek afgeleverd. Lezers van Dagblad van het Noorden kennen haar werk vooral uit de boeken van Harm de Jonge. Voor Supervrienden ging Smit in zee met Fiona Rempt. Haar stijl is gelijk gebleven: vrolijke dierfiguren, veel beweging en vaart en een slim kleurgebruik. Voor wie De liefste vraag en Het vliegfeest heeft gelezen, is Supervrienden een feest van herkenning.

Het boek van Smit is voor een jong publiek geschreven, en daar wringt ook een beetje de schoen. Want echt verrassend en spannend pakt de verjaardag van slak niet uit, het scenario doet te veel denken aan Kikker en een heel bijzondere dag van Max Velthuijs. Mogelijk dat de doelgroep daar niet wakker van ligt. En anders zijn er altijd nog die prachtprenten, want het talent van Smit is onmiskenbaar.

Ook in Van Ansjovis tot Zwijntje van Ted van Lieshout & Sieb Postuma, levert de wisselwerking tussen de illustrator en de schrijver net te weinig op. Het probleem van dit geïllustreerde ABC-boek zit vooral in de gedichten van Van Lieshout. Onlangs was hij nog in de race voor Gouden Griffel, maar hier is het steeds de vraag wat Van Lieshout zijn lezers duidelijk wil maken, en waarom hij daar zo moeilijk bij doet.

Jammer voor Sieb Postuma, denk je dan. De initiator van Van Ansjovis tot Zwijntje had beter verdiend. Het merkwaardige is echter, dat zijn even vernuftige als naïef ogende illustraties wél goed uit de verf komen. Al lezend en kijkend, rijst zelfs een vermoeden dat de tekeningen er eerst waren, en toen pas de gedichten. Hoe het ook zij: het kijken verschaft een groter plezier dan het lezen in Van Ansjovis tot Zwijntje. Om van het voorlezen maar te zwijgen.

Evenwicht - daar draait het om in prentenboeken. Een schrijver en een illustrator moeten elkaar in evenwicht houden en aanvullen. Om elkaar vervolgens tot nog grotere daden inspireren. Dat alles volgens de onverslijtbare redenering: als ik dit doe, durf jij dan dat? Tjibbe Veldkamp en illustrator Kees de Boer hebben dat goed begrepen. Hun Na-apers volgt op Kleine aap’s grote plascircus dat weer voortvloeide uit het zeer succesvolle Tim op de tegels.

Wat dit prentenboek zo goed maakt, laat zich lastig uitleggen. Het is het meerduidige idee (mensen apen apen na, met dank aan Bert Haanstra), het is de vormgeving (meerdere illustraties op een pagina, teksten los van de tekeningen), het is het ritme (de makers hinkelen als het ware door het verhaal). Maar bovenal is het de droge humor, de uitvoering en het prachtige plot waarbij de vader van Jaap van lamp tot lamp slingert, terwijl de vader aap de krant leest en moeder aap een sok breidt.

Met Na-apers hebben Veldkamp en De Boer hun beste boek tot nu toe afgeleverd. Leuk voor lezers, kijkers en luisteraars. Voor jong en oud.

Boek: Supervrienden. Auteurs: Fiona Rempt (tekst) en Noëlle Smit (illustraties). Uitgeverij: Gottmer. Prijs: €10,95.

Boek: Van Ansjovis tot Zwijntje. Auteurs: Ted van Lieshout (tekst) en Sieb Postuma (illustraties). Uitgeverij: Leopold. Prijs: €13,50

Boek: Na-apers. Auteurs: Tjibbe Veldkamp (tekst) en Kees de Boer (illustraties). Uitgeverij Lannoo. Prijs: €12,95.

 


Run op gratis roman Dubbelspel

De gratis exemplaren van de roman Dubbelspel van Frank Martinus Arion vliegen veel sneller dan verwacht de bibliotheken uit. Dat meldt Dagblad van het Noorden op basis van een rondgang langs leeszalen in Drenthe en Groningen.

In Veendam waren de 300 exemplaren van Dubbelspel vrijdagmiddag, op de eerste dag van de campagne, al op. Delfzijl had er 100 besteld en die waren ook vrijdagmiddag al weg. Het verhaal is op veel plekken in Groningen en Drenthe hetzelfde: Meppel, 500 exemplaren, op. Emmen, 850 exemplaren, op. Assen, 1000 exemplaren, op. Hoogeveen, 500 exemplaren, op. Steenwijk, 750 exemplaren, op.

In het kader van de campagne Nederland Leest! kan iedereen die een lidmaatschapspasje heeft of die zich als bibliotheeklid aanmeldt, het boek gratis afhalen. In heel Nederland zijn veel bibliotheken al door hun voorraad heen.


Max Liebermann en de Nederlanders

Max_liebermann_1  De Duitse kunstschilder Max Liebermann (1847 – 1935) en twintig van zijn Nederlandse collega’s, onder wie Vincent van Gogh, staan centraal op de tentoonstelling Max Liebermann und die Holländer in het Niedersächsischen Landesmuseum Hannover. De expositie, die tot februari is te zien en daarna naar Assen verhuist, omvat zo’n honderddertig schilderijen, tekeningen en druksels.

De werken zijn afkomstig uit de collectie van het Landesmuseum in Hannover en het Rijksmuseum in Amsterdam. Het is voor het eerst dat het werk van Liebermann wordt afgezet tegen Nederlandse tijdgenoten als George Breitner, Jozef en Isaac Israëls, Jacob en Willem Maris, Anton Mauve, Jan Toorop en Jan Veth.

Liebermann bezocht ons veelvuldig, hij deed onder meer Zweeloo aan. De schilder liep vooral weg met het licht en de mensen. "Holland erscheint auf den ersten Blick langweilig: wir müssen erst seine heimlichen Schönheiten entdecken. In der Intimität liegt seine Schönheit. Und wie das Land so seine Leute: nichts Lautes, keine Pose oder Phrase."


Nina Simone: een vrije geest

Nina_simone Nina Simone werd door haar publiek op handen gedragen en schold datzelfde publiek vervolgens uit. De in 2003 overleden zangeres en pianist maakte het zichzelf en haar omgeving erg moeilijk. Dankzij de biografie ‘Nina Simone. Het tragische lot van een uitzonderlijke zangeres’ weten we nu waarom.

Het begrip ‘diva’ wordt in de muziekwereld te pas en te onpas gebruikt. Maar als iemand recht had op de omschrijving gevierd én eigenzinnig dan was het wel Nina Simone (1933 - 2003). De Amerikaanse zangeres en pianist kwam van ver, steeg in de jaren zestig en zeventig tot grote hoogte, en stierf uiteindelijk eenzaam en verward in Zuid-Frankrijk. Haar intense muziek en onpeilbare persoonlijkheid spreken nog altijd velen tot de verbeelding

Dat laatste blijkt niet alleen uit de talloze cd’s van Nina Simone die in handel zijn, van dubieuze en slordig samengestelde verzamelaars tot en met goed verzorgde heruitgaven van haar indrukwekkende catalogus voor de platenlabels Colpix, Philips en RCA. Het blijkt ook uit de recent verschenen dvd Live at Montreux 1976 én uit de muziektheatervoorstelling Goddam. A Tribute to Dr. Nina Simone die momenteel langs Nederlandse en Vlaamse theaters trekt.

Simone, geboren Eunice Waymon, leidde een tumultueus leven, zo valt te lezen in de Nederlandse vertaling van Nina Simone. Het tragische lot van een uitzonderlijke zangeres van de Franse biograaf David Brun-Lambert. Ze was voorbestemd de eerste zwarte klassieke concertpianiste van haar land te worden, maar groeide uit tot een van de boegbeelden van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Begin jaren zeventig raakte ze alles kwijt: haar geld, haar man, het contact met haar dochter, haar publiek en zelfs haar liefde voor muziek.

Brun-Lambert heeft veel werk gemaakt van de opkomst en neergang van een fenomeen dat zelfs met een slechte stem luisteraars kan bekoren. Hij komt ook met verklaringen voor het grillige gedrag dat haar zo’n slechte (concert)reputatie bezorgde: Simone had een bipolaire stoornis die haar woede- en angstaanvallen bezorgde, schrijft hij. Tot het midden van de jaren zestig wist ze haar manisch depressiviteit redelijk te controleren. Naar mate haar carrière een vlucht nam, raakte ze de weg steeds vaker kwijt. Ook op het podium.

Los daarvan was Simone egocentrisch en naief. Ze genoot van haar status als beroemd zangeres en pianist, maar vond geen evenwicht tussen werk en privé. Haar tweede man Andy Stroud bouwde een imperium om haar heen en liet haar in de jaren zeventig met enorme belastingschulden achter. Vanaf dat moment begon ze een zwervend bestaan, dat via Barbados, Liberia, Zwitserland en Nederland uiteindelijk eindigde in Frankrijk bij een – volgens Brun-Lambert – wederom dubieuze manager/verpleger/minnaar.

Mede dankzij de Nederlandse wijnhandelaar Gerrit de Bruin is het Brun-Lambert gelukt een licht te schijnen over de donkere jaren. De Bruin leerde Simone als fan kennen en groeide uit tot een van haar meest trouwe vrienden. Hij zorgde dat ze haar medicijnen kreeg, hielp met het kopen van een appartement in Nijmegen, kreeg haar weer aan het optreden en legde tevens een indrukwekkende verzameling opnamen aan. De Bruin kreeg ook dochter Lisa zover een voorwoord te schrijven in deze vertaling.

Brun-Lambert is geen groot stilist en lapt een aantal biografische regels aan zijn laars. Toch heeft hij door veel gesprekken te voeren en zich te verdiepen in maatschappelijke achtergronden met zijn biografie goed werk verricht. Dat blijkt onder meer uit zijn beschrijving van de positie van Simone in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. De zangeres was militant in haar opstelling, maar deed niet aan politiek. Haar bijdrage bestond vooral uit het verzorgen van optredens en het schrijven én vertolken van songs.

Met nummers als Old Jim Crow, Four women, Poppies, Mississippi Goddam! en To be young, gifted and black schreef en zong Nina Simone de soundtrack bij de rassenonlusten van de jaren zestig. Bij het grote publiek leeft zij vooral voort door intense liederen als: I loves you Porgy, I put a spell on you, Don’t let me be misunderstood en Ain’t got no – I got life. Aan haar meest bekende nummer, My baby just cares for me, heeft ze evenwel altijd een hekel gehad.

Nina Simone was een vrije geest, zwevend tussen extase en wanhoop. Een moeilijk mens voor haar naaste omgeving, haar publiek en eindelijk ook voor zichzelf, weten we dankzij David Brun-Lambert. Maar bovenal was Nina Simone een zangeres en pianist die zich zo thuis voelde in de klassieke muziek, jazz, blues en pop dat ze die muziekgenres tot een geheel eigen geluid wist te maken.

Boek: ‘Nina Simone. Het tragische lot van een uitzonderlijke zangeres’. Auteur: David Brun-Lambert. Vertaling Noor Koch. Uitgeverij: Sirene. Prijs: €27,50 (384 blz + cd met bijzondere opnamen). DVD: Live at Montreux 1976 (Eagle Vision, 2006). Prijs: €20.00. De muziektheatervoorstelling ‘Goddam. A Tribute to Dr. Nina Simone’ staat 1/11 in Stadskanaal, 14/11 in Drachten, 10/4 in Groningen. Voor optredens elders zie www.goddam.be.


En Harry Muskee zag dat het goed was

Harry Harry Muskee is 65 jaar en zijn band Cuby + Blizzards bestaat veertig jaar. Genoeg redenen voor een feestje. En dus stond in Podium Hardenberg een jubileumconcert op het programma. Met als speciale gasten Huub van der Lubbe, Ralph de Jongh en Daniël Lohues.

Er was al een dvd-longbox ter ere van het veertigjarig bestaan van de band, en er was ook al een zwerfkei met plaquette ter ere van het 65-bestaan van de mens. Maar een Cuby-jubileumconcert, dat was er nog niet. Zondag 15 oktober werd die leemte opgevuld in Overijssel waar RTV Oost - waarom ook niet? - de aow-gerechtigde zanger uit Drenthe en zijn vaste musici een vier uur durend event aanbood, compleet met filmvertoning vooraf en een massaal gezongen versie van Window Of My Eyes tot slot.

Ongeveer zeshonderd bezoekers kwamen er op af, onder wie Herman Wessel en zijn vriendin uit Coevorden. Wessel is fan van het eerste uur. "Míjn eerste uur, niet dat van Harry Muskee. Want toen was ik er nog niet", voegt hij er lachend aan toe. "Ik ben eind jaren zestig aangehaakt, ten tijde van de live-elpee (Live At Düsseldorf, red.). Pas later heb ik de eerste platen gekocht. Dat geluid van die band, ongehoord in die tijd. En het kwam ook nog eens uit Drenthe. Daar was ik trots op, dat mag je best weten."

Nu, veertig jaar later, is Cuby + Blizzards nationaal bezit. "Cuby heeft met platen als Desolation en Groeten uit Grolloo mijn ogen voor de Nederlandse popmuziek geopend", vertelt Huub van der Lubbe terwijl hij het standje met merchandise bewondert. "Ik ben Harry Muskee altijd blijven volgen. Twee weken geleden stonden we met De Dijk in Paradiso en toen kreeg ik van Harry een oorkonde voor twee miljoen verkochte platen. Zo'n band heb ik met hem."

Zes jaar geleden mocht Van der Lubbe meezingen op het Cuby-album Hotel Grolloo. Gisteren deed hij dat dunnetjes over met een gloedvolle uitvoering van Nobody In Town en het al eerder genoemde Window Of My Eyes. Harry Muskee zag dat het goed was. Ook Herman Wessel was diep onder de indruk. "Ik ben opgegroeid met de stem van Harry, dan wil je eigenlijk niet anders horen. Maar eerlijk is eerlijk, die Van der Lubbe kan zo z'n rol overnemen als Harry met pensioen gaat."

Zover is het nog niet. Al stomen Cuby + Blizzards nadrukkelijk een jonger publiek voor de blues klaar. Zo is Ralph de Jongh aangetrokken om komend seizoen de voorprogramma's te verzorgen. De nog jonge zanger/gitarist - in 2004 door Muskee in Amen ontdekt - liet horen dat er een directe lijn bestaat tussen Robert Johnson en Jeff Buckley. En zo wordt de ongeëvenaarde Daniël Lohues, sinds hij de blues heeft, voortdurend door Muskee naar voren geschoven als 'neef Daniël uit Erica'.

Met al die gasten in Hardenberg - er waren ook nog drie blazers opgetrommeld - werd de aangekondigde Barry Hay niet gemist. Dat wil zeggen: niet door Herman Wessel. "Ik vind de Earring fantastisch, en Barry Hay is een rockster, daar zijn er niet veel van in Nederland", zegt Wessel. "Maar weet je wat het is? Barry Hay doet het veel te goed bij de vrouwen. En ik heb liever dat mijn vriendin naar mij kijkt. Bij Harry Muskee hoef ik mij daar geen zorgen over te maken." 


'Het gesodemieter moet ophouden'

Reitdiep

Al bijna vijftien jaar wordt kunstschilder Cor van Loenen uit Holthe in verband gebracht met valse schilderijen van de Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg. Met de ontknoping van een slepende rechtszaak in zicht, laaien de beschuldigingen en verdachtmakingen weer hoog op.

52, 50, 49, 33. Het schijnbaar overzichtelijke buurtschap Holthe onder Beilen telt slechts een tiental huizen. Die zijn zo lukraak genummerd, dat er makkelijk een boerderij tussen de bomen verloren kan raken. In zo’n boerderij woont kunstschilder Cor van Loenen, met zijn vrouw en twee kostgangers, te midden van een onvoorstelbare hoeveelheid schilderijen, antieke voorwerpen en meubels. “Ik hou wel van een beetje rommel”, zegt Van Loenen wijzend op een tafel vol paperassen.

“Ik lig er niet wakker van”, zegt Van Loenen terwijl hij uit de papierberg een vuistdik tegenrapport tevoorschijn trekt. In het eigenhandig opgestelde boekwerk haalt de kunstschilder Buijserts bevindingen één voor één onderuit. En passant trekt hij ten strijde tegen het idee dat er zoiets zou bestaan als een onfeilbaar expert op het gebied van kunstenaarsvereniging De Ploeg. “Zelfs over de werken van Rembrandt spreken specialisten elkaar al eeuwen tegen.”

Wat volgt is een uitzetting over inschattingsfouten van taxateurs en deskundigen die meningen uitspreken en herzien. Centraal in het betoog staat de redenering dat De Ploeg een verzamelnaam is voor kunstenaars die het experiment niet schuwden en gevarieerd te werk gingen. Met als gevolg dat er over composities, kleur- en materiaalgebruik en penseelvoering niets definitiefs te zeggen valt. Alleen laboratoriumonderzoek zou uitsluitsel kunnen geven.

Ondertussen bestempelen kenners keer op keer Ploegschilderijen als vals omdat ze uit de verzameling van Van Loenen komen. “Mensen praten elkaar na. Dan krijg je een domino-effect”, zegt de kunstschilder. Is iemand die de inboedel van een atelier van veilen een expert? Is iemand die een mooi voorwoord kan schrijven een expert? Dat gesodemieter met die deskundigen moet ophouden. Waarom ze geen proces aandoen vanwege smaad? Mijn middelen en tijd zijn beperkt.”

Van Loenen verzamelt al vijftig jaar werken van De Ploeg. Daarnaast schildert hij in de geest van De Ploeg. “Een galeriehouder hing eens een werk van Jan Altink in de etalage en even verderop een werk van mijn hand. Wat denk je dat er gebeurde? Mijn naam is besmet. Maar dat is geen reden om anders te gaan schilderen. Je schildert wat je hart in geeft, je schildert voor jezelf. Ik heb wel eens gehad dat een van mijn schilderijen op een veiling meer opbracht, dan een werk van De Ploeg.”

Hoeveel Ploegwerken Van Loenen nog in zijn bezit heeft, wil hij niet vertellen. “Een aantal.” En evenmin waar hij ze vandaan heeft. De verhalen over vervalsingen zullen altijd wel aan hem blijven kleven, ook als straks de juridische strijd met Johan Meijering ten einde is – dat realiseert hij zich terdege. Als de kunstschilder uitgeleide doet, wijst hij op twee potten met begonia’s. “Vanmorgen bezorgd. Gekregen van mensen die mij steunen. Ik ben niet de enige die weet dat de zogenaamde experts ook wel eens fout zitten.”


Boekwinkeltjes.nl komt met e-zine

Boekwinkeltjes.nl, de populaire vanuit Assen opererende website voor de particuliere verkoop van boeken, komt met een e-zine. Het eerste nummer, dat deze maand verschijnt, bevat onder meer een interview met Gerrit Komrij, een bespreking door Menno Wigman en een column van Hanneke Groenteman.

In ieder nummer wordt een leesclub of genootschap in het zonnetje gezet, en boekhandelaren geïnterviewd over hun werk, zo kondigt hoofdredacteur Vincent van de Vrede aan. Verder is er veel aandacht voor boekenmarkten en voor boeken: antiquarisch of nieuw, bibliofiel of tweedehands, jeugdboek of literatuur.

Initiatiefnemer en uitgever Eric Kaizer liep al jaren rond met het plan een magazine voor boekenliefhebbers. Kaizer wil met het e-zine een brug slaan tussen de antiquarische/tweedehands boekhandel en de nieuwe boekhandel. Het e-zine is gratis te lezen op de website www.boekwinkeltjes.nl/ezine.

Kaizer startte Boekwinkeltjes.nl in 2001 om particulieren op een laagdrempelige manier een online boekwinkel te laten beginnen. Zijn website is inmiddels uitgegroeid tot een platform waar via zo'n 2600 boekwinkels ruim 1,6 miljoen (tweedehands) boeken worden aangeboden. De site wordt zo'n 6000 keer per dag geraadpleegd.