Previous month:
augustus 2006
Next month:
oktober 2006

Rhijnvis Feith toont gezicht in Zwolle

Mr_rhijnvis_feith1_3 Het Stedelijk Museum Zwolle toonde reeds zijn schrijfbureau, enkele van zijn boeken en de gouden penningen die de dichter en zanger Rhijnvis Feith (1753 – 1824) heeft ontvangen als waardering voor zijn werk. Sinds deze week is Feith nu ook zelf ‘zichtbaar’ in de Patriottenkamer van het museum, zij het als geschilderd portret.

 

Het Stedelijk Museum heeft het portret van de beroemde Zwollenaar die leefde van 1753 tot 1824, in langdurig bruikleen gekregen van de Familievereniging Feith. Het is in 1819 geschilderd door de destijds bekende portretschilder Willem Barteld van der Kooi (1768-1836). Rhijnvis Feith behoorde tot de literaire stroming het sentimentalisme en is vooral bekend van de briefroman Julia (1783).


N381: The same but different

Deacon_plaatsing_beelden

Langs de N381 bij Emmen is begonnen met het plaatsen van het kunstwerk The same but different van de Britse kunstenaar Richard Deacon. Het werk omvat twee metershoge beelden en maakt deel uit van een serie kunstwerken die op verschillende plaatsen langs Drentse autowegen wordt geplaatst.

Zo komt in de loop van het volgend jaar een werk van de kunstenaar John Körmeling langs de N34 bij Borger te staan. Voorts worden aan de A28 en A37 bij Hoogeveen vier kunstwerken geplaatst van de onlangs overleden Ruud van de Wint. Eerder die jaar werd langs de A28 bij Tynaarlo reeds een metershoge dansende haas van kunstenares Yvonne Visser neergezet.

Richard Deacon behoort tot de generatie Britse beeldhouwers die vanaf het eind van de jaren zeventig de beeldhouwkunst opschudde. In 1987 ontving hij de prestigieuze Turner Prize voor zijn werk. Sindsdien heeft hij grote exposities gerealiseerd en in veel landen beelden voor de openbare ruimte gemaakt, onder meer bij knooppunt Rottepolderplein bij Haarlem.

Het beeld van Deacon wordt 6 oktober onthuld. Het Centrum Beeldende Kunst (CBK) Drenthe grijpt deze gebeurtenis aan voor de tentoonstelling On the road again die tot en met 20 december in Assen te zien zal zijn.

De tentoonstelling besteed tevens aandacht aan het kunstproject Verbindingen, een onderdeel van de ontwikkeling van het gebied tussen Assen en Groningen, ook wel bekend als de Regiovisie Groningen-Assen. Voorts organiseert CBK Drenthe in samenwerking met Platform GRAS een aantal lezingen over de relatie kunst en de (snel)weg.


Jeugdroman over Kamp Westerbork

Schrijfster Martine Letterie werkt aan een jeugdroman die zich afspeelt in Kamp Westerbork aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het boek, Scherven in de nacht, vertelt hoe een 12‑jarige joodse jongen na de Kristallnacht Duitsland ontvlucht en in Kamp Westerbork terecht komt. De roman komt tot stand in samenwerking met Herinneringskamp Westerbork en gaat vergezeld van een tentoonstelling en een project voor basisscholieren. Martine Letterie is onder meer bekend van haar historische jeugdromans over Focke, een jonge kloosterling uit het Groninger Ommeland. Scherven in de nacht moet volgende maand verschijnen bij uitgeverij Leopold.


Dringen op de boekenplank

Img_0580 Jaarlijks brengen de uitgevers gezamenlijk 10.000 tot 11.000 nieuwe, algemene boektitels in het Nederlands uit, fictie en non-fictie. In totaal hebben de boekhandels nu zo’n 100.000 titels in voorraad. Hoe kan een onbekend schrijver in dat overaanbod zijn publiek nog vinden?

Vlak voor de zomer werd bij Dagblad van het Noorden de roman Bon Dia Dushi van Gerard Stout uit Peize bezorgd. In het boek wordt verteld over de zoektocht van een lerarenopleider te Leeuwarden die probeert te achterhalen wat er is gebeurd nadat zijn grote liefde, doodziek en hoogzwanger, naar Aruba is vertrokken.

Bon Dia Dushi is een even ingenieus als moeilijk boek, vooral omdat de zoektocht is verweven met bespiegelingen over een onderwijsinstituut – Stout spreekt van een sleutelroman – en die weer heeft verknoopt met breed uitwaaierende intellectuele observaties van de hoofdpersoon. Echt iets voor liefhebbers van proza waarin weinig gebeurt, maar des te meer wordt nagedacht.

Hoewel het boek van Stout een prominente plek kreeg in boekhandel De Tille te Leeuwarden is het daarbuiten nauwelijks opgemerkt. Afgezet tegen veel titels die de afgelopen maanden wél zijn opgepikt een oneerlijke zaak, maar niet onverklaarbaar. Bon Dia Dushi is namelijk uitgeven door Ter Verpoozing, Stouts eigen uitgeverij uit Peize. En een kleine uitgeverij beschikt nu eenmaal niet over ‘de tools om de markt te penetreren’.

Uitgeverij Meulenhoff, onderdeel van het PCM–concern, beschikt wel over die middelen. Eind augustus bracht dit bedrijf de debuutroman Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend uit van Arjen Lubach, in Groningen onder meer bekend als de helft van het one–hit–wonderduo Tido en Slimme Schemer. Tegenwoordig werkt Lubach vanuit Amsterdam als radio– en theatermaker. Daar is hij in contact gekomen met het invloedrijke literair agentschap Sebes & Van Gelderen.

Mensen die ik ken is op een opmerkelijke wijze gelanceerd. Allereerst was er een dure brochure, daarna een animatiefilm en een website en vervolgens mocht Lubach al voorlezend optreden tijdens Lowlands, uitgeversbeurs Vers van de Pers en de Uitmarkt in Amsterdam. Eind augustus verschenen de eerste recensies; in de Volkskrant, NRC/Handelsblad, Groene Amsterdammer, Elle, Marie Claire.

Zo’n hyperige ontvangst is voorwaar niet gek voor een debutant. Tegelijkertijd zegt het veel over het gemak waarmee literatuurcritici zich laten meezuigen in een marketingcampagne. Want hoe vlot en bij vlagen grappig Mensen die ik ken ook is geschreven, geen moment maken Lubach en partners duidelijk waarom nu juist hun boek zoveel meer aandacht verdient dan, pakweg, Nachtzwemmen, de nauwelijks opgemerkte debuutroman van Peter du Gardijn.

Waarmee niet is gezegd dat titels in eigen beheer net zoveel kwaliteit hebben als titels van grote merken. Wat bijvoorbeeld te denken van The keepers of the funk, een dichtbundel van De Hofdichter verschenen bij uitgeverij Grijs te Groningen? Dichtbundel? In de poëzie is veel toegestaan, maar een gedicht als Achterdoch gaat wel heel ver: ‘Verleden duister./ Het duister licht achter ons./ Als wij liggen te slapen/ wakkeren zij./ Het duister licht achter ons.’

Ook, ehh, intrigerend is het gedicht De klank van het licht: ‘Hier/ ben ik/ de klank/ van mijzelf/ in mijn eigen natuur./ Ja rijmend met elk vuur.’ The keepers of the funk is blijkens de website www.grijs.tk een product van De Boekenfabriek Het Mechanischland waar ‘de K centraal staat met kan kon kunst kunde en qua’. De bundel van De Hofdichter zou verkrijgbaar zijn ‘in elke boekhandel’. Vermoedelijk alleen onder de toonbank.

Serieuzer is de vlinderachtige debuutroman Kreukherstellend van Rita Spijker uit Groningen, verschenen bij UMCO literair. Achter deze naam gaat een nieuwe uitgeverij uit Baarn schuil, die zich niet alleen op papier, maar ook op de luistermarkt én de entertainmentmarkt wil richten. Een crossmediaalbedrijf dus, in de geest van de Foreign Media Groep en Nieuw Amsterdam van Derk Sauer. Mocht Kreukherstellend aanslaan, dan kan er zo maar een luisterboek volgen.

Kreukherstellend, over een geslaagde veertigplus vrouw die zich afvraagt ‘of dit alles is’, doet een beetje denken aan De ontsnapping van Heleen van Royen. Spijker mag dan wat braver te werk gaan dan ’de gelukkige huisvrouw’, bij de Groningse vechten lust en zingeving eveneens om voorrang, terwijl er ook nog twee ’lijken’ in de kast liggen. Het plot deugt niet helemaal, maar bij de verfilming van Kreukherstellend wordt dat vast en zeker opgelost.

Dat het voor onbekende schrijvers niet onmogelijk is om op eigen kracht boven te komen drijven, bewijst Christiaan Weijts. Weijts debuteerde in 2003 geleden met een bundel columns bij de obscure uitgeverij Desolation Row. Momenteel is hij met zijn debuutroman Art. 285b bezig aan een zegentocht, die inmiddels heeft geresulteerd in een plek op de kortlijst voor de Anton Wachterprijs voor het beste prozadebuut.

Art. 285b vertelt over de liefde van een jonge pianoleraar voor een meisje dat in de rosse buurt haar dansopleiding probeert te financieren. De leraar ziet haar als muze, zij daagt hem uiteindelijk wegens stalking. Spelen of bespeeld worden, daar draait het om in Art. 285b, en om onmogelijke liefde en beschikbare porno, om wat er zo hoog is aan klassieke muziek en zo laag aan paaldans, en om het najagen van dromen.

Weijts’ debuut is, met Boven is het stil van Gerbrand Bakker, een van de grote verrassingen van het boekenjaar 2006. Dat wil zeggen: een van de verrassingen die tot ons is gekomen. Zelfs als veellezer moet je er niet aan denken wat er nog allemaal aan boeken onopgemerkt is gebleven.

Boek: Bon Dia Dushi. Auteur: Gerard Stout. Uitgeverij: Ter Verpoozing. Prijs: €20.00 (279 blz.).

Boek: Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend. Auteur: Arjen Lubach. Uitgeverij: Meulenhoff. Prijs: €17,95 (252 blz.).

Boek: The keepers of the funk. Auteur: De hofdichter. Uitgeverij: Grijs. Prijs: €7,99. (26 blz.)

Boek: Kreukherstellend. Auteur: Rita Spijker. Uitgeverij: UMCO Literair. Prijs: €16,95 (240 blz.).

Boek: Art. 285b. Auteur: Christiaan Weijts. Uitgeverij: Arbeiderspers. Prijs: €18,95 (323 blz.).


Biografie over Trouw‑pionier Van der Molen

Gezina_van_der_molen Uitgeverij Boom presenteert 12 oktober in Amsterdam een biografie van de in Baflo geboren verzetsvrouw Gezina van der Molen, een van de grondleggers van dagblad Trouw. Schrijver van Strijdbaar en omstreden is Gert van Klinken.

Van der Molen (Baflo, 1892 – Aerdenhout, 1978) was de eerste vrouw die aan de Vrije Universiteit in Amsterdam een doctorstitel haalde. In de jaren twintig werkte ze als journaliste voor het christelijk dagblad De Amsterdammer.

In de tweede wereldoorlog redde Van der Molen als tante Lien het leven van talloze joodse kinderen. In 1943 richtte ze met Sieuwert Bruins Slot, Jan Schouten en Wim Speelman het christelijke weekblad Trouw op.

Na de oorlog werd Van der molen benoemd tot bijzonder hoogleraar Volkenrecht aan de VU en hield ze zich bezig met kwesties als de rechten van de vrouw, apartheid, de Verenigde Naties, de Zuid‑Molukken en Nieuw‑Guinea.


Daan Nijman getipt als boekverkoper 2006

Daan Nijman van Boekhandel Nijman in Roden en Erik Kweksilber van Boekhandel Godert Walter in Groningen zijn genomineerd voor de titel Beste Boekverkoper 2006. Kweksilber en Nijman staan op een lijst met in totaal zestig kandidaten voor de zogeheten Albert Hogeveen Bokaal, vernoemd naar de voormalige boekverkoper van Scholtens Wristers in Groningen.

Ook genomineerd zijn Richard Bollema van het Steenwijker Boekhuis en Piet Terpstra van Boekhandel Van der Velde in Leeuwarden. De lijst wordt gedomineerd door boekhandelaren uit Amsterdam; uit die stad dingen zestien verkopers mee. Op de tweede plaats staat Rotterdam met drie boekverkopers.

Om kans te maken op de titel moet een boekverkoper opiniërend zijn, spraakmakend, actief, enthousiasmerend, en in het bezit van goede kennis van het boekenvak en van boeken. De prijs wordt 12 november door Kluun uitgereikt tijdens de Elspeet Conferentie voor het boekenvak.


Boek over zestig jaar Drentse omroep

Lukas Koops uit Grolloo presenteert 30 september in Assen een boek over zestig jaar regionale omroep in Drenthe: Altijd in de buurt!. In de uitgave wordt op basis van interviews verteld hoe de Ron de RONO werd en vervolgens via Radio Noord in 1989 een zelfstandige omroep in Drenthe kon ontstaan. Aandacht is er onder meer voor de verhalen van Max Douwes onder de titel Mans Tierelier lop met zich dweellocht deur Drenthe, Klein Rieksie en Ol’domnee. Het boek gaat vergezeld van een cd met zeventien radiofragmenten van onder anderen De Thriantha’s, Mans Tierelier, Coba en Fennechien, Boenders en Bössels, Henk Bemboom en Jan Pelleboer. Het boek wordt uitgegeven door het Drentse Boek.


Chinese interesse voor ’El negro’ van Westerman

El negro en ik van Frank Westerman wordt mogelijk in het Chinees vertaald. Het Nederlandse Literair Productie‑ en Vertalingenfonds (NLPVF) meldt serieuze belangstelling van een vooraanstaande Chinese uitgeverij voor het bekroonde boek van de in Emmen geboren schrijver.

 

De belangstelling komt voort uit een presentatie van het NLPVF in Beijing, eerder deze maand. Behalve naar Westerman ging de interesse ook uit naar werk van schrijvers als Gerard Reve, Hella Haasse, W.F. Hermans en Harry Mulisch, plus non-fictie van onder anderen Midas Dekkers en Cees Nooteboom en Wil­lem Otterspeer.

Het was de tweede keer dat het NLPVF zich in China presenteerde. Uit eerder contact zijn begin dit jaar vertalingen voortgekomen van boeken als De oorsprong van de wereld van de Groninger seksuoloog Jelto Drenth over het vrouwelijk geslachtsorgaan en Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van de Groninger hoogleraar Douwe Draaisma.


Hendrik de Vries: niet als de anderen

Hendrik_de_vries_1 Jan van der Vegt zal bij het schrijven van de biografie van de Groninger dichter en kunstschilder Hendrik de Vries regelmatig aan zijn vorige klus hebben teruggedacht, de biografie van A. Roland Holst. Want vergeleken met het smeuïge levensverhaal van de prins der dichters is het reilen en zeilen van De Vries opvallend suffig. Waar de eerste een seksueel onverzadigbaar publiek figuur was, leefde de tweede op glazen melk en verstoken van liefde weggestopt in het Noorden.

 

Zoiets heeft gevolgen voor de biografische bronnen. Kon Van der Vegt bij Roland Holst onder meer teruggrijpen op stapels brieven van en aan literaire kopstukken en zelfs interviews met maîtresses, in het geval van Hendrik de Vries (1896 – 1989) was het materiaal minder rijk en veelkleurig. Nog een geluk dat De Vries veel over zichzelf en zijn drijfveren heeft gesproken en geschreven – ijdelheid was hem niet vreemd – en dat zijn nalatenschap zo keurig is beheerd.

 

Oppervlakkig gezien mag het leven van de Groninger dichter en kunstschilder weinig spectaculair zijn geweest, zijn werk was dat allerminst. De sterk expressionistische en raadselachtige gedichten en schilderijen van De Vries zitten vol angst, magie en dromen, de energie spat van zijn kunst af. Je hoeft geen kenner te zijn om te zien dat achter dat werk een enorm rijk, intrigerend en woelig binnenleven schuil gaat.

 

Van der Vegt gebruikt ruim de helft van zijn biografie om duidelijk te maken waar dat woelen vandaan komt en toe heeft geleid. Op basis van autobiografische teksten (De Vries zette grote delen op rijm) schetst hij het leven van een intelligente dromer die nooit helemaal los is gekomen van een seksueel trauma op jonge leeftijd. Harde bewijzen ontbreken, maar het komt er op neer dat De Vries na onschuldig ‘onzedelijk gefriemel’ door zijn hysterische moeder lang is getiranniseerd.

 

De Vries voelde zich anders dan de anderen. Hij beschikte over een tomeloze fantasie, een grote liefde voor tekeningen en teksten en kon op school nauwelijks meekomen. Op zijn vijftiende waren de leerresultaten zo slecht dat het onderwijs moest worden gestaakt. Daarna bezorgde zijn vader hem een baantje op het Groninger gemeentearchief, waar hij 29 jaar is blijven werken. En al die tijd woonde hij bij zijn tobberige en depressieve ouders.

 

De schilderkunst en poëzie stelden De Vries in staat zijn demonen en verlangens te temmen. Ambitieus op die terreinen was hij zeker. Op zijn 21ste verscheen zijn eerste dichtbundel, in eigen beheer. Op zijn dertigste werd hij, vooral om te kunnen exposeren, lid van kunstenaarsvereniging De Ploeg. In de tussentijd knoopte hij (schriftelijke) contacten aan met mensen als Slauerhoff en Constant van Wessem en liet hij zich inspireren door kunstenaars als Goya, Karel de Nerée tot Babberich en Alfred Kubin.

 

Veel aandacht besteedt Van der Vegt aan de belangstelling voor Spanje. De Vries ondernam – in zijn eentje – in de jaren twintig en dertig verschillende reizen naar het land. Hij leerde er zichzelf de taal, vertaalde honderden copla’s, korte Spaanse volksliedjes, en keerde terug met stapels grammofoonplaten. In Spanje voelde hij zich verlost; de Spaanse cultuur, het temperament en de omgangsvormen, waren hem op het lijf geschreven. Het bezorgde hem de bijnaam de Spaanse Groninger.

 

Cruciaal is het jaar 1937, als De Vries op advies van collega-dichter Hendrik Marsman de bloemlezing Nergal uitbrengt. Daarna wordt hij op voorspraak van kopstukken als Menno ter Braak, E. du Perron en Simon Vestdijk opgenomen door literair Nederland. Dan dringt ook in Groningen door dat ze met de ietwat eenzelvige, maar onafhankelijke autodidact Hendrik de Vries een kunstenaar van nationaal belang in hun midden hebben.

 

Na die late doorbraak, als ook de belangrijk literaire prijzen binnenstromen, komt de biografie pas goed op gang. Moeten we dat Van der Vegt aanrekenen? Niet echt, de biograaf kan het niet helpen dat De Vries eerst zijn ouders moet verliezen en bijna vijftig is als hij zijn levenspartner Riek van der Zee ontmoet. Na die gebeurtenissen kan hij echt deel gaan uitmaken van de wereld om hem heen.

 

Ondertussen staat in deze biografie alles wat een mens over Hendrik de Vries zou moeten weten, in een logische volgorde. De eigenaardigheden worden beschreven: het fabelachtige geheugen, de voorliefde voor stuntvliegen, het schilderen in een roes van koffie met basterdsuiker, zijn fascinatie voor jonge meisjes met korte jurkjes. Zijn haat jegens zijn moeder komt aan bod, zijn bewondering voor zijn vader, de dood van zijn poes. Zijn liefde voor Bilderdijk en Edgar Allen Poe wordt behandeld, net als zijn weerstand tegen de Vijftigers.

 

Natuurlijk gaat Van der Vegt ook hier en daar de fout in. Bijvoorbeeld door te speculeren over wat De Vries allemaal aan tentoonstellingen heeft gezien en boeken heeft gelezen, door te suggereren dat zijn broer ‘pedofiele aanvechtingen’ had. Of door het (ontbrekende) liefdesleven oppervlakkig te behandelen en de prestaties als schilder onder te belichten. Vreemd is dat Van der Vegt er voor heeft gekozen schaars met noten om te springen en tegen het einde van zijn imposante spitwerk ineens besluit zichzelf in de ikvorm op te voeren.

 

Aan het uiteindelijke resultaat doet het weinig af. Want wat blijft staan, is dat Van der Vegt er wel degelijk in is geslaagd een antwoord te geven op de vragen die er nog bestonden over het lange leven en rijke werk van Hendrik de Vries. Een afdoend, overtuigend en vooral uitputtend antwoord.

 

Boek: Hendrik de Vries. Biografie. Auteur: Jan van der Vegt. Uitgeverij: J.M. Meulenhoff. Prijs: €39.90 (688 blz.).


Verhalen, uit het echte leven gegrepen

Eerst_had_ik_een_leuke_vriendin Onder aanvoering van Joost Zwagerman en Frénk van der Linden wordt hartstochtelijk gepleit voor meer straatrumoer in de Nederlandse letteren. Schrijvers zouden zich hebben teruggetrokken in hun studeerkamer en te weinig gelegen laten liggen aan wat er werkelijk in de maatschappij gaande is. Dat het ook anders kan, wordt volgens Zwagerman en Van der Linden aangetoond in de Verenigde Staten en Frankrijk waar journalistiek, literatuur en politiek wel in één band blijken te passen.

 

In het licht van bovenstaand ’debat’ komt het nieuwe boek van Peter Middendorp (Emmen, 1971) precies op het juiste moment. Nadat hij eerder twee romans publiceerde (Noordeloos, 2002 en Amateur, 2005) en vorig jaar een bloemlezing met verhalen samenstelde (Immer met moed, 2005) komt hij nu met een bundel verspreid gepubliceerde ’reportages’. Om Zwagerman en c.s. te bedienen wordt Middendorp op het achterflap van Eerst had ik een leuke vriendin gepresenteerd als observator in de traditie van Tom Wolfe, Ryszard Kapuscinski en Frank Westerman.

 

In vergelijking met die namen is de literaire journalistiek van Middendorp opvallend bescheiden. Hij duikt niet in archieven om wereldbeelden omver te trekken en reist niet de hele wereld over, maar gaat gewoon per auto bij de mensen in Emmen, Sint Willebrord, Helmond en Groningen langs. Hij praat met vrouwen die niet bij de begrafenis van hun minnaar aanwezig mogen zijn (Schaduwweduwen), doet aan internetdating (Meisjes mailen), bezoekt prostituees (Een gemiddelde hoerenloper) en onderzoekt de invloed van Joop van den Ende op een veilingdorp (Aalsmeer).

 

Het resultaat is soms hilarisch en absurdistisch, zoals in Moderne naturisten en Plato houdt niet van schrijvers, als het leven niet al te serieus wordt genomen. Maar net zo vaak slaagt Middendorp er in om, als een vlieg op de muur, de alledaagse werkelijkheid te observeren op een wijze die doet denken aan de columns van Martin Bril en het televisiewerk van Michiel van Erp. In verhalen als Leugenaars en vooral In Emmen ben je nooit alleen, over een groep vrienden die het leven probeert te nemen zoals het komt, is hij op zijn best.

 

Natuurlijk hopen Van der Linden en Zwagerman met hun roep om meer straatrumoer op literatuur over de moord op Pim en Theo of over de verbanning van Ayaan. Verhalen over de veranderingen in Amsterdam oud–Zuid en bingo in Brabant zijn waarschijnlijk het laatste waar ze aan denken. Maar als Eerst had ik een leuke vriendin iets laat zien, dan is het dat de stijgende huizenprijzen en de rafelranden van de Nederlandse samenleving minstens zoveel tot de verbeelding spreken.

 

Peter Middendorp heeft zijn stijl gevonden.

 

Boek: Eerst had ik een leuke vriendin. Auteur: Peter Middendorp. Uitgeverij: Prometheus. Prijs: €16.95 (256 blz).