De invloed van Gerrit Krol

Column John Heymans Gerrit Krol
Vandaag, donderdag 24 november 2023, is het tien jaar geleden dat Gerrit Krol overleed. Dagblad van het Noorden grijpt de sterfdag aan voor een serie van twaalf stukken, elke maand een, waarin de betekenis van Krol voor hedendaagse schrijvers wordt onderzocht.

Moet dat nou, hoor ik iemand in verte vertwijfeld kreunen. Nee, dat moet niet. Maar goed is het wel. Want wat Krol schreef is nog steeds zeer de moeite van het lezen – en overdenken – waard. Zonder zo’n serie zou zijn oeuvre zomaar eens verder in de vergetelheid kunnen verdwijnen. Anders dan veel van zijn collega’s schreef Krol daar niet voor.

Auteur van de stukken, Krol zou vermoedelijk van columns hebben gesproken, is John Heymans – niet toevallig biograaf van de schrijver, dichter en essayist. De eerste ‘aflevering’ staat inmiddels online op de website van Dagblad van het Noorden. Morgen, vrijdag, is de tekst ook te lezen in de papieren cultuurbijlage Vrijdag.

Heymans: “Voor de liefhebbers zullen de verhoopte twaalf columns uiteindelijk ook in een brochure worden ondergebracht, een zogenaamd Krol Cahier, te verschijnen op 24 november 2023, tegelijk met een openbare lezing en de laatste column in de krant.”

Eerder verscheen in de aanloop van de uiteindelijke biografie ook al een cahier. Zie hier.


Over het tuinpad van Erik Harteveld

Erik Harteveld Langs het Tuinpad Van Mijn Vader
Graag wil ik de kijkers thuis attenderen op een nieuwe, potentieel boeiende serie bij RTV Drenthe met de wat mij betreft weinig wervende titel Langs het tuinpad van mijn vader. De eerste aflevering was, meen ik, afgelopen vrijdag. De eerstvolgende vandaag, donderdag. Helaas kan ik in de infobrij op de website van mijn regionale omroep niet achterhalen wie in de tweede, derde, vierde, vijfde en zesde aflevering langs, op of over het pad loopt.

(Nagekomen bericht: het is Harry Tupan, directeur van het Drents Museum.)

Over acteur, muzikant en schrijver Erik Harteveld kwam ik dankzij ondervraging door Sophie Timmer onder meer te weten dat hij een gelukkige jeugd heeft gehad in het dorp Nijlande. Dat is prettig voor Harteveld. Maar ook jammer, want door een gebrek aan drama viel er thuis voor de buis weinig te huilen. “Terugkijkend vindt Erik dat hij het erg getroffen heeft. Met zichzelf”, aldus Timmer.

Meest schokkend was de ontboezeming van Harteveld dat hij het niet kan verkroppen de Culturele Prijs van Drenthe te hebben misgelopen. Was dat een strategische grap? Op mij kwam het over als een beetje premature, omdat die prijs nog steeds bestaat en Harteveld hem heel goed alsnog kan krijgen. Als het de jury behaagt.

Wat daarvoor nodig is, wil ik hier ook wel kwijt. Eerst moet het verbrokkelde oeuvre van Harteveld worden gelijmd en door een iemand met verstand van zaken in het juiste perspectief* worden gezet. Dit om de jury te laten begrijpen dat zij op vlakken buiten hun eigen aandachtsveld mogelijk onwetend zijn.

Ook moeten andere kanshebbers opzij worden geschoven. Dat is eerder gebeurd. Zoals in 1960 (winnaar: afdeling Drenthe van de Nederlandse bond van plattelandsvrouwen), 1966 (winnaar: schrijfster M. Eising), 1968 (binnenhuisarchitect Mw. C. Nicolai-Chaillet), 1974 (Aleid Rensen met echtgenoot Jaap), 1990 (Marga Kool) en 1999 (regisseur Wil ter Horst-Rep).

Terug naar het tuinpad.

De aflevering met Harteveld is deels in Paterswolde en deels in Nijlande opgenomen, vermoedelijk gedurende een zomerse middag die ondanks de hitte niet echt plakkerig werd, want de hoofdpersoon kon zijn verwassen witte T-shirt gewoon aanhouden. Daarmee werd de indruk gewekt dat hij, ondanks zijn enorme verdiensten voor de culturele zaak, heel gewoon is gebleven. Precies zoals veel mensen in Drenthe het graag zien.

Kijken dus. Terug en vooruit.

*= in dat ‘essay’ graag ook aandacht voor het merkwaardige verschijnsel waarbij sommige kunstenaars in Drenthe zichzelf ongevraagd kleiner maken dan nodig en vervolgens toch klagen over miskenning. Dit alles op de zoetzure toon van een aan lager wal geraakte Rus met een defect lampje boven de keukentafel precies op de plek waar beter een vliegenstrip had kunnen hangen.


Misplaatst trots op het gezonde Emmen

Ronald Oostingh
Zowel Dagblad van het Noorden als RTV Drenthe bericht over een onderzoek waaruit zou blijken dat Emmen tot de gezondste steden van Nederland wordt gerekend. Elk medium doet dat op een geheel eigen manier.

De krant brengt een ‘vijf vragen en antwoorden’ plus kader met straatpraat. De omroep brengt een persoonlijk verslag waarin ook Emmenaren aan het woorden komen. Het eerste pakt journalistiek het beste uit. Het tweede het meest lollig.

Het onderzoek is verricht door Arcadis, een bureau dat in 25 steden heeft gekeken in hoeverre gezond leven daar mogelijk wordt gemaakt. Ter vergelijking: Nederland telt 344 gemeenten. We hebben hier dus te maken met een allesbehalve representatief onderzoek.

Het onderzoek komt niet uit de lucht vallen. In 2020 deed Arcadis iets vergelijkbaars, toen in twintig gemeenten. In het nieuwe rapport zegt Country director Arcadis Nederland BV Lidewij de Haas over de context het volgende:

“Met de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet, per 1 juli 2023, krijgen gemeenten meer beleidsvrijheid en mogelijkheden om rekening te houden met gezondheid. Dit is zeker niet vrijblijvend want ze krijgen ook de verantwoordelijkheid hiervoor. De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang. Voor wat betreft gezondheid betekent dit dat de inwoners en gebruikers van de stad nadrukkelijker worden betrokken in het participatieproces en dat de GGD in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken moet worden bij visie- en planvorming.”

Met andere woorden: als er straks op dit gebied iets veranderd moet worden in een gemeente dan wil Arcadis daar best een handje bij helpen.

Dat is goed bedoeld en soms noodzakelijk. De gemeente Emmen mag dan volgens de onderzoekers een gezonde plek zijn om te leven - qua lucht, qua beweegruimte, qua groen, qua afstand tot voorzieningen zoals het ziekenhuis - de inwoners zijn daarmee niet automatisch gezond. Iets met het verschil tussen praktijk en theorie. Sterker, volgens andere onderzoeken zijn inwoners van Emmen, vergeleken met mensen in andere gemeenten, dikker en ze gaan ook nog eens eerder dood.

Niet iets om trots op te zijn.

De trots van RTV Drenthe-verslaggever Ronald Oostingh, geboren en getogen in Emmen, maar vanwege de liefde woonachtig in Zwolle, is misplaatst.  Hij is blij dat Emmen nu eens niet slecht scoort in een onderzoek. Hij is blij met beeldvorming, wat iets anders is dan de realiteit.

Overigens valt op de conclusie in Dagblad van het Noorden ook wel een en ander af te dingen. ‘Aandacht voor mooie stad betaalt zich uit’ luidt de kop boven een stuk van Eline Kuin en Hilbrand Polman. De gezondheid van Groningers houdt ook niet over. Boven het stuk had beter kunnen staan ‘Het is niet overal kermis waar de vlag uithangt’.

Gelukkig heet lachen gezond.


Twee keer in de podcaststudio

J en A + zaal
Na de succesvolle presentatie op 11 november in café De Amer (foto Peter ten Hoor) zette ik vorige week de promotiewerkzaamheden voor mijn boek Woest & ledig voort in twee opnamestudio’s. Woensdag in die van Hooggeëerd Publiek (HGP) en zaterdag in die van De Nieuwe Contrabas Podcast (DNCp)

Voor eerstgenoemde instituut – dè cultuurpodcast van Noord-Nederland – reisde ik af naar een cabine op de redactievloer van de Leeuwarder Courant aan Sixmastraat in Leeuwarden. Dat trof, want daar moest ik toch zijn. Ik ben een van de makers van HGP; efficiency is mij niet vreemd.

HGP_OMSLAGAlvorens aflevering 30 werkelijk van start ging, met een interview met Eelco Veenema over diens spraakmakende regie van het theaterstuk Romte, werd ik door Kirsten van Santen gevraagd iets voor te lezen uit eigen werk. Dat deed ik uiteraard. Een mens moet niet dwarsliggen als hij een keer voor zaken in de hoofdstad van Friesland is.

Aan het einde van de bijeenkomst bleek iets mis met de geluidsbestanden. Afgelopen vrijdag werd duidelijk dat wel het gesprek met Veenema was opgenomen, en alle interessante items die daarna volgden, maar niet mijn voorleesbeurt. Voor sommigen teleurstellend, inderdaad. Gelukkig is de voorgelezen tekst niet verdwenen, die staat gewoon in het boek.

Voor de opname voor De Nieuwe Contrabas Podcast hoefde ik de deur niet uit, maar kon ik na het autowassen en bladharken ‘gewoon’ thuis in de werkkamer op de iPad een Zoom-programma starten. Daarop verschenen drie onbekommerd lachende heren in beeld: Erik Lindenburg, Hans van Willigenburg en Chrétien Breukers. Van Willigenburg en Breukers stelden vragen, Lindenburg zorgde ervoor dat de antwoorden werden vastgelegd.

De Nieuwe Contrabas PodcastSinds zondag is het resultaat te beluisteren in DNCp 83. Ik zit ergens aan het einde, na de aandacht voor De Wereld Draait Door, de Albert Verwey-lezing van Christiaan Weijts, de bijzondere essaybundel Moeten we dit weten voor de toets van Coen Peppelenbos en het voetbalboek Leven met Louis van sportjournalist en Qatar-ganger Willem Vissers.

Wat mij bij beluistering opviel was het geluid, mijn geluid, dat ik tijdens het vraaggesprek binnen een andere context zelfs ergens een uniek geluid waag te noemen. Dat geluid klonk, misschien horen anderen iets anders, in de wereld der techniek moet je niets uitsluiten, dat klonk bedompt. Alsof ik tijdens de opname uit verlegenheid onder tafel was gekrompen. Dat was ik niet.

De aantasting van kwaliteit komt desondanks geheel en al voor mijn rekening. Had ik maar geen boek moeten schrijven.


Zondags dilemma: naar Liesbeth Woertman of naar Silvia Fledderus?

Wat te doen zondag in Emmen? Naar Liesbeth Woertman of naar Silvia Fledderus?

750x1200Woertman wordt in voorheen de bibliotheek, thans Facet aan het Noorderplein, door Annette Timmer geïnterviewd over haar onlangs verschenen boek Wie ben ik als niemand kijkt. Citaat uit het persbericht:

“In haar onlangs verschenen boek bespreekt prof. Dr. Liesbeth Woertman de rol van schoonheid en identiteit in het leven van vrouwen boven de veertig. Een van de dingen die vrouwen vanaf deze leeftijd vaak zeggen is ‘dat mannen steeds minder kijken’. Het verdwijnen van de male gaze opent nieuwe deuren en breekt oude concepten. Het geeft ruimte voor verwondering maar ook voor verdriet en verlies. Liesbeth Woertman probeert in haar boek de fictie van het zelf en de rol van het vrouwenlichaam in de oudere levensfasen te doordenken.”

Aanvang 13.30 uur. Entree 4 – 10 euro

Wat het huis wegbrengt (2022) Silvia Fledderus

Silvia Fledderus geeft in voorheen het Noorder Dierenpark, thans het Rensenpark en dan met name het theatertje van Loods13, een lezing over de zin en onzin van religie. Ook hier een citaat:

“Zij zal meerdere vragen stellen, zoals: hoe kun je geboorte verstaan? En wat kun je rond het geboorteproces leren over het wezen van de mens? Filosofie en theologie zullen tijdens haar lezing ons pad kruisen. Langs het verhaal van de geboorte van de mens neemt Silvia Fledderus ons mee in de zin of onzin van religie. Lichtvoetig en laagdrempelig. Thema's die aan de orde komen zijn onder andere barmhartigheid en empathie. De relatie tussen theologie en filosofie en het verlangen naar betekenisgeving in deze tijd komen daarbij uitgebreid aan bod.”

Aanvang 14.00 uur. Entree 11,50 euro


‘Het maakt totaal niet uit of je uiterst links of uiterst rechts stemt’

Stembusgang

Ik schreef maandag een commentaar voor Dagblad van het Noorden naar aanleiding van berichten over extremisten die met complottheorieën het vertrouwen in de democratische rechtsorde ondermijnen. Zie ook daar.

Geïnspireerd door minister Dilan Yesilgöz van Justitie en Veiligheid (‘Het is aan ons allen om onze stem te laten horen en zo onze democratie te beschermen’) stelde ik weer eens vast dat de meest effectieve manier om je stem te laten horen een gang naar de stembus is. Dat kan over vier maanden weer.

Het leverde onderstaande reactie op van een lezer uit Assen:

‘Vond het stuk van dhr. van Ruiten over het oplossen van de problemen met onze democratie door, volgens hem, te gaan stemmen.

Helaas slaat hij de plank zo verschrikkelijk mis, het is niet te geloven. Hij heeft duidelijk niet echt opgelet de afgelopen jaren. Het is absoluut duidelijk dat het totaal niet uitmaakt of je uiterst links, of uiterst rechts (en alles wat daar tussen zit) stemt; want geen van allen ook maar een bliksem aantrekt  wat de gewone man (vrouw) denkt of wil. Ze zitten in de regering (op welk nivo dan ook) en vinden dat alleen belangrijk. Er wordt niet geluisterd naar de gewone mens - die hun hebben gekozen om ze te vertegenwoordigen. Misschien zijn er hier en daar enkele uitzonderingen, maar die worden ondergesneeuwd door de "grote partijen" of ze kunnen het niet alleen en de mensen die hun willen helpen, komen ook alleen maar voor hun eigen ik.

Wanneer de politiek ECHT gaat luisteren en uitvoeren wat de gewone mens wil, dan begin ik (MISSCHIEN) te denken aan het weer meedoen in het stemhokje (Mag ook wel eens richting 21e eeuw getrokken worden en het rode potlood afdanken), maar ik ben bang dat het eerst nog veel erger wordt voordat het Misschien beter kan worden.’

Wie meer wil weten van het nihilisme verwijs ik graag naar de roman Vaders en zonen van Ivan Sergejevitsj Toergenjev.


Over 'Close' van Lukas Dhont en het jongensverdriet van C.O. Jellema

Filmstill_Close_Lukas_Dhont
Tussen de bedrijven door bezocht ik in de bioscoop van Forum te Groningen Close, de film van regisseur Lukas Dhont. De berichten vooraf bleken allerminst overdreven: zeer ontroerend, mooi verteld, knap geregisseerd, raadselachtig goed geacteerd. Fijne muziek ook. Er zaten zo weinig mensen in de zaal dat ik onbezwaard een boterham met jam kon eten.

Kijkers van een film laten huilen is niet moeilijk, denk ik. Het is een kwestie van een verhaal zo opbouwen dat de kijker de indruk krijgt dat het over hem, haar of die persoonlijk gaat. Close biedt daarvoor voldoende aanknopingspunten.

Wie heeft geen gehad last van groepsdruk? Wie is er niet in zijn jeugd in de steek gelaten door een vriend? Wie heeft niet iemand verraden en daar vervolgens mee geworsteld? Wie heeft op jonge leeftijd niet iemand verloren en kon daar toen geen woorden voor vinden?

Wie op al deze vragen het antwoord ‘Ik niet’ geeft, is net zo goed betreurenswaardig.

Ik ben op dit moment drie boeken aan het lezen over de dichter en essayist C.O. Jellema (1936 – 2003): de bloemlezing met zijn gedichten Omdat een droom mij aankeek, het proefschrift Verdwijnen in een woord van J.J.C. Dee en de nog te verschijnen biografie Aan rozen denk ik in de winter van Gerben Wynia.

In laatstgenoemde uitgave wordt onder meer verteld over de vriendschap van Jellema met ene Alex Ruys. Het is 1951, de dan 15-jarige hoogbegaafde en sensibele Jellema is kort daarvoor uit het geïsoleerde Beilen verhuisd naar Hoogland, vlakbij Amersfoort. Citaat:

“Ze kwamen met een groepje van vier, vijf jongens van het gymnasium en waren op weg naar huis. Onder druk van dat groepje liet Alex Ruys hem schieten. Ruys zou de tragiek van het moment nooit vergeten: ‘Jij ging linksaf, voorover gedoken, in een groene loden jas, gymnasiumgeleerdheid in je tas, maar helemaal alleen, in tranen meen ik. En wij rechtdoor, de Berkenweg. Er was misschien iets tussen ons van een vergroeiing, van een taal die de anderen niet verstonden, dus verachtten. Maar ook: ik wilde niet linksaf, ik wilde niet afsplitsen van die groep, ik wilde door de Berkenweg. Toch was er toen pijn, zoals bij alle afscheid, ook als dat onvermijdelijk is.’

Thuisgekomen zat Cor in de serre van de pastorie tegen zijn moeder aan te huilen. Ze vroeg hem wat er was gebeurd maar hij kreeg het niet over zijn lippen. Haar deelgenoot maken van zijn verdriet en uitleggen ‘wat het was, waarom’ hij moest huilen, lukte hem niet.”

Terug naar het knappe van Close. Een piepjonge acteur op het juiste moment in tranen krijgen, en wel zo dat je als filmkijker het idee krijgt dat het niet gespeeld, maar oprecht is, dat vraagt een bijzondere vaardigheid.


Denkend aan Frans Erens

Frans-Erens
Persbericht van het Literatuurmuseum: ze hebben in Den Haag het imposante archief van Frans Erens verworven, ‘een schatkist van literatuur- en kunstgeschiedenis’. Citaat:

“Wie zich bij de naam Erens vooral afvraagt ‘wie?’ en vergeefs in het geheugen zoekt naar de titel van een grote roman, valt niets kwalijk te nemen. Zijn rol in de Nederlandse literatuur was secundair maar in de marge speelde hij wel degelijk een prominente rol.”

Als liefhebber van de literatuur aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw heb ik, een jongeling nog, iets van Frans Erens (1857 – 1935) gelezen. Ik herinner mij dat hij tot de Tachtigers werd gerekend, maar een Limburger was en mede daardoor op afstand van het literair gewoel in Holland opereerde. Mij staat bij dat hij meer op Frankrijk dan op Nederland was georiënteerd, wat gezien de geschiedenis van Limburg niet vreemd is.

Begin jaren negentig leende ik uit de bibliotheek van Arnhem, waar ik toen woonde, het boek Vervlogen jaren, een deel uit de reeks Privé Domein. Van dat boek is mij de verstilling bijgebleven. Plus, iets concreter, een paar regels waarin Erens, in het voorbijgaan, twee oudere mensen op een bankje voor hun huis beschrijft: Zo stil, zo vredig, zo met innig elkaar, dat het leek alsof er niets meer door hen heenging.

Het tafereel kwam mij voor als een benijdenswaardige, wellicht hogere staat van zijn die in deze tijd onmogelijk is geworden. Niet alleen voor eenlingen, maar voor duo’s en grotere groepen helemaal.

Gelukkig hoef je niet in de volle trein naar het museum Den Haag om meer over Erens te weten te komen. Het kan ook thuis, stil, op een bankje. Met een laptop op schoot.


Een boek ter bestrijding van de ontlezing (4)

Cover_Woest_Ledig_JoepvanRuitenKon dat niet minder?

- Wat?

Die stukken in Dagblad van het Noorden vandaag. Pagina na pagina kom ik jouw naam tegen.

- O dat, ja, dat kon zeker minder. Ik ga er niet over. Om mezelf te citeren: 'Aandacht van de krant is als regen. Soms valt er veel, soms valt er niks. Soms komt het met bakken uit de lucht, dagen, weken achtereen. Daarna wordt het droog en heel misschien gaat het miezeren, of motregenen. Niemand heeft er grip op. Het komt ongevraagd, nooit zoals we willen.'

Publicitair is het goed getimed. Dat boekje van jou, Woest & ledig, verschijnt vandaag, niet?

- Vanavond mag ik in café De Amer te Amen het eerste exemplaar overhandigen aan Evert van Dijk, hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden. Het is overigens een boek, geen boekje. Boekje doet afbreuk aan het vele werk dat erin zit. Vooral aan het werk van anderen.

Excuses. Wel fijn voor je.

- En een beetje ongemakkelijk. Ik ben niet aan de rand van het land gaan wonen om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Het is nieuw voor mij. Hoe doe je zoiets? Wat zeg je erbij? Verklap je dat het niet echt het eerste exemplaar is? Die Van Dijk hecht nogal aan de waarheid. Annette Timmer had het boek al in handen toen ik het zelf nog niet eens had gezien. Zij interviewt mij, vanavond, voor of na P.F. Thomése, dat weet ik niet precies.

Hoe is het met jouw ego?

- Het is in de war. Of kan dat niet met ego’s? Het is een vreemde ervaring. Ik ging deze week op de foto, tussen Loon en Anderen. Dat leverde een prachtige plaat op van een dode boom en een dreigende lucht boven Drenthe, dankzij Marcel Jurian de Jong. Ik bedoel, steeds als ik een foto van mijzelf zie, word ik geconfronteerd met een gebrek aan eigenliefde. Steeds word ik heen en weer geslingerd tussen het belang van aandacht en het ongemak van ijdelheid.

Je had ook kunnen weigeren. De meeste boeken verschijnen zonder tamtam. De meeste schrijvers mogen al blij zijn met een plek in die rubriek van jou.

- Je bedoelt ‘Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven’. Ja, dat was ook mooi geweest. Maar uiteindelijk bepaalt de eindredactie. Dat zeg ik ook uit bescheidenheid.


Vanuit de stad lekker denigrerend doen over Zuidoost-Drenthe

Zwarte-Piet-Jan-Schenkman
Ik schreef woensdag een commentaar voor Dagblad van het Noorden naar aanleiding van de verstoring van een gemeenteraadsvergadering in Emmen door activisten die terstond van Zwarte Piet af willen. Zie ook daar. Strekking voor wie liever hier blijft: Emmen heeft tijd nodig om Zwarte Piet in zijn geheel af te schaffen en het verstoren van een vergadering waar dat punt niet aan de orde is, is ongepast.

Het leverde onderstaande reactie op van een lezer uit Beilen:

‘Moi,

Het redactioneel commentaar gaf vandaag weer eens schitterend de kloof weer tussen stad en platteland, tussen hoger en lager opgeleid (theoretisch vs praktisch opgeleid). Lekker denigrerend doen over Zuid-Oost Drenthe vanuit 'de stad'. Alles gaat daar langzamer dan in de rest van het land toch?

Ik woon al mijn hele leven op het Drentse platteland, net als al mijn voorouders.

En niemand maakte en maakt zich ooit druk over zwarte Piet. Dat is een dingetje voor de zg intellectuele elite, de woke goedmensen.. Politiek correct tot op het bot, uiteraard stemmend op GL, D66 PvdD cs. Dé partijen die de vijand zijn van een leefbaar platteland.

Kijk naar dat tuig wat in Emmen de raadszaal binnendrong. Extreem verwende rijkeluiskindjes, die niet werken, dat ook nooit zullen doen. Want hey, pappie en mammie betalen alles hé. En dan gaan ze zich vervelen. Het zijn dezelfde types als uit de extreem linkse kraakbeweging. Afkomstig uit heel Europa. Weten niet waarvoor ze 'aksie' voeren, maar ja, wat moet je anders met je vrije tijd nietwaar.’

Een 'Gr' kon er nog net af.