Nieuwe muurkunst in Assen, op initiatief van het Mauritshuis in Den Haag

Sake Elzinga-DMmural-Dotterbloemflat
De afdeling marketing en communicatie van het Drents Museum stuurde foto’s die Sake Elzinga maakte van een muurkunstproject dat vorig week is opgeleverd in de wijk Vredeveld in Assen. Het betreft een schildering door muralist Nina Valkhoff voor een flat aan de Dotterbloemlaan.

Valkhoff nam werk van metaalkunstenaar Johanna van Eijbergen als uitgangspunt en combineerde dat met het object ‘de boerhoorn van Wijster’, Geranium van graficus Julie de Graag en Onkruid verbrandende boer van Vincent van Gogh. Drie kunstenaars van rond 1900 derhalve en een bewerkt gebruiksvoorwerp uit de achttiende eeuw.

De nieuwe muurkunst in Assen houdt verband met een groter project dat is opgezet door het Mauritshuis. Het museum in Den Haag heeft ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan in 2022 twintig musea gevraagd mee te werken aan muurschilderingen geïnspireerd op de collectie van die musea.

''Streetart gaat verder dan het traditionele canvas en brengt kunst naar daar waar geleefd, gewerkt en gespeeld wordt", aldus de mensen van het Mauritshuis. "Verspreid door heel Nederland maken de Museum Murals de omgeving mooier. Midden in een woonwijk. Er is geen ontsnappen aan deze enorme meesterwerken." Zou het een stagiair zijn geweest, die dit schreef? 

Volgens de meest recente gegevens hebben tot dusver tien musea gevolg gegeven aan het verzoek, al zijn niet alle muralisten  reeds bekend. Zie ook museummurals.nl.

Het Scheepvaart Museum werkt of gaat werken met Matthieu Pommier, het Nederlands Fotomuseum met Dalal Mitwally, Stedelijk Museum Alkmaar met Telmo & Miel, Het Noordbrabants Museum met Studio Giftig, het Fries Museum met NeSpoon en het Groninger Museum met Mick la Rock.


Kuunst in de Rensenhut. Korrels zijt gij en tot korrels zult gij wederkeren

Legacy Loes Heebink Rensenhut
Op de valreep naar de Rensenhut in het Rensenpark te Emmen geweest. Kijken of deze inderdaad geschikt is voor beeldende kunst. Loes Heebink liet er als lid van de Drentse kunstcollectief Kuunst tot en met zondag op uitnodiging van het tegenwoordig nomadische Centrum Beeldende Kunst een installatie zien.

Wat ik zag, deed aan een Japanse tuin denken, en aan een graf, aangeharkt en wel. In de hut was een perkje uitgezet met fijne witte korrels en middenin twee delen van een mal die, afgaand op de vorm binnenin, een vaasje hadden omklemd. Waar was het vaasje? Wat werd hier herdacht?

Tegenover het ‘perk’ had Heebink een beeldscherm opgehangen waarop een korte film werd vertoond waarin eerst een gebouw werd opgeblazen, daarna een meisje met een theeservies speelde en vervolgens het servies een eigen leven begon te leiden. Aan het einde van de film raakte het servies ondergesneeuwd door fijne witte korrels.

Een tekstbordje naast het scherm gaf de titel van de installatie en film prijs: Legacy. (In de hut hing nog een scherm, waarop eveneens een filmpje werd vertoond. Die laat ik in deze tekst gemakshalve even buiten beschouwing. Dit soort kunst beschrijven is al ingewikkeld genoeg.)

Dankzij de titel, maar vooral dankzij voorkennis, kon ik het werk in de hut enigszins een plek gegeven – zonder was het mij niet gelukt. Die voorkennis betreft een film, Fluisteraars van Saskia Jeulink, waarin Heebink een prominente rol speel. In de film is te zien hoe ze beelden van plexiglas tot korrels vermaalt met een idee een nieuw werk te maken.

Fluisteraars gaat over de vraag wat er met het werk van kunstenaars moet gebeuren als zij er niet meer zijn. Heebink speelt met de gedachte te laten vastleggen dat alles van haar hand vernietigd moet worden. Legacy ligt in het verlengde. Om de een paar regels uit het Bijbelboek Genesis te parafraseren: want korrels zijt gij en tot korrels zult gij wederkeren.

Dan het antwoord op de vraag waar dit stukje mee begon: is de Rensenhut geschikt voor beeldende kunst? Dat antwoord luidt ja. Aan de andere kant: is niet alles geschikt voor beeldende kunst? In geval van conceptuele en hermetische Legacy lijkt mij de wervende werking overigens beperkt. 

Komende twee weken is het de beurt aan Kuunst-kunstenaar Nicoline Goris. Daarna volgen nog Peter Veen, Laura van Gaans, Gabrielle Kroese  en Hilja Timmer. Steeds voor een heel korte periode. De film Fluisteraars van Saskia Jeulink is dankzij omroep MAX op woensdag 24 juli te zien om 19.00 uur op NPO2.


Voor wie zijn insectenhotels bedoeld, voor het ecosysteem of voor de economie?

1 Insectenhotel Geesbrug
Een paar jaar geleden kreeg ik een insectenhotel cadeau, een bouwwerkje dat is bedoeld om de biodiversiteit te stimuleren en insecten, het liefst bijen, een kans te geven zich voor te planten zodat ze daarna bloemen kunnen bestuiven en zich mogen laten opeten door de vogels. Ik gaf het hotel een plek in onze tuin en wachtte af. Een succes werd het niet. Blijkbaar voldeed het niet aan de wensen van de vliesvleugeligen.

Sindsdien kijk ik ietwat jaloers naar wat er zoal op dit gebied gaande is. En dat is nogal wat. Achter het verschijnsel lijkt een complete industrie schuil te gaan, die wordt aangejaagd door natuurorganisaties en geëxploiteerd door bouwmarken en tuincentra. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat er behoorlijk wat geld in omgaat - een ecosysteem waarbij eco staat voor economie. Je kunt er subsidie voor krijgen, daar begint het meestal mee, heel goed dat er een overheid is. 

1 Bijenkerk Sleen

Ondertussen worden de insectenhotels steeds groter en buitenissiger. Duurder ook, vermoed ik. Dit voorjaar trof ik een fraaie bij de kerk van Sleen, met een architectuur geïnspireerd op diezelfde kerk. Bij nadere inspectie leken er geen insecten te logeren. Misschien was het nog te koud, misschien was het seizoen nog niet daar, misschien keek ik niet goed. Wat ik wel zag, was kort gemaaid gras in de omgeving. Volgens mij houden insecten daar niet van.

Deze week zag ik bij Geesbrug, ja ik ben een man van de wereld, een minstens zo bijzondere variant. Het plaatselijke hotel was gebouwd in de vorm van de letter ‘g’ en fungeerde meteen als een dorpsmarkering. Slim bedacht, zeker vanuit toeristisch oogpunt. Het kon niet anders of er was veel bouwplezier aan voorafgegaan. Knutselende mannen in een schuurtje, vrouwen die komen kijken, biertje erbij. Jubelende kinderen. Gezellig, gezellig. Sociale cohesie is goed voor de mens en de leefbaarheid. 

Maar ook hier zag ik nergens insecten.


Schrijven = denken = leven

1 Gerard Stout Trouw
Een van mijn favoriete in Drenthe woonachtige schrijvers stond afgelopen zaterdag in dagblad Trouw. Zeer prominent over zes kolom in de bijlage 'De verdieping', met een foto van Reyer Boxem. Gerard Stout uit Peize had zich laten interviewen door Bert Nijmeijer – die komt uit Hoogeveen, maar woont in Groningen, net als Boxem.

Dat ik deze plaatsen prominent noem, heeft ermee te maken dat Stout zich in het verleden regelmatig een regionaal schrijver heeft genoemd. In veel van zijn boeken, en ik heb er nogal wat gelezen, is Drenthe het decor. Met name Zuidoost-Drenthe speelt in zijn boeken een belangrijke rol, ook omdat Stout daar geboren is.

In het interview gaat het veel over de fascinatie van Stout voor de Duitse avonturier en schrijver Johann Gottfried Seume (1763 – 1810). Stout vertaalde en bewerkte diens Wandeling naar Syracuse en Mijn leven. Daarna zette hij zich aan Mein Sommer uit 1805.

Het interview gaat echter vooral over wat schrijven voor een mens kan betekenen. Bij Stout, zo vat ik het samen, staat het gelijk aan denken. En denken staat vervolgens gelijk aan leven. Waar je dat doet, in Peize of New York, in Erica of Amsterdam, maakt niet uit.

De genoemde boeken heb ik nog niet gelezen. Wegens andere bezigheden heb ik mijn vinger niet durven opsteken. Daarbij: er zijn ook andere schrijvers die boeken schrijven. Dat zijn overigens, om niet te zeggen ‘vreemd genoeg’, meestal geen schrijvers die in Drenthe wonen.

Mijn laatste van Stout is overigens het 860 bladzijden tellende Eyoum. Chicken Curry Madras uit 2023, een werkelijk overweldigend boek dat zich niet laat samenvatten en waarin naar mijn mening alles zit – en staat – wat hem als schrijver uitzonderlijk maakt. Van harte aanbevolen.

Dat geldt ook het inleidende stuk in Trouw. Zie ook deze link en daarna vooral deze link.


Een muurgedicht in Emmen, aan de gevel van woonzorgcentrum Holdert

1 Muurgedicht Emmen
Het aantal gedichten in de openbare ruimte van Emmen, mijn woonplaats, is zo schaars dat ik van maar twee plekken met ‘straatpoëzie’ weet.

Een bevindt zich in de hal van een parkeergarage en omvat regels van drie verschillende dichters: Marja Boet, Pim te Bokkel en Josephine Banens. De ander hangt aan de muur van de McDrive en bestaat uit regels van Daniël Lohues’ Op fietse.

Drie jaar geleden verstrekte de burgemeester van Emmen, Eric van Oosterhout, op de informele wijze die hij als geen ander machtig is een opdrachtje aan zowel de Gemeentedichters van Emmen als Stichting Taalpodium Emmen (STEMM) om meer straatpoëzie mogelijk te maken. ‘Wie weet er nog een gevel?’, opperde Van Oosterhout destijds.

Sindsdien is er bij mijn weten geen dichtregel bij gekomen in Emmen. STEMM heeft het druk met het 35-jarig bestaan, dat later dit jaar wordt gevierd in Facet, naast de ingang naar voornoemde parkeergarage. De Gemeentedichters van Emmen zijn, zoals altijd, druk met het zoeken naar inspiratie die de gloriejaren 2015 en 2016 kunnen doen herleven.

De door Van Oosterhout begeerde gevel bevindt zich ondertussen aan de, meen ik, oostzijde van woonzorgcentrum Holdert. Zie foto.


Van 2,25 euro per Drentse inwoner naar 3,03 euro. De verdeling van cultuursubsidies blijft scheef

Verdeling Cultuursubsidies Drenthe 2025 - 2028
Het is nu bijna twee weken geleden dat de Raad voor Cultuur en de belangrijkste cultuurfondsen bekendmaakten wie wat hen betreft de komende jaren Nederland van kunst en cultuur mogen voorzien.

Door afleidende werkzaamheden heb ik op deze plek nog niet gemeld wat een en ander voor Drenthe betekent. Met dank aan de woordvoerder van cultuurgedeputeerde Jisse Otter hierbij alsnog de reactie van de provincie op de verdeling:

‘We zijn blij om te zien dat er dit jaar meer geld naar de Drentse Cultuursector komt, echter zien we ook dat hiermee enkele instellingen achter het net vissen. Loods13 is zo’n voorbeeld, ze hebben een positieve beoordeling ontvangen maar helaas vallen zij buiten het beschikbare toe te kennen budget.

Ook zien we dat er nog te grote verschillen zitten tussen de provincies: provincie Drenthe is van 2,25 naar 3,03 euro aan per inwoner besteed geld voor Cultuur vanuit het Rijk. In de provincie Noord-Holland ligt dit op 72,02 euro (voorheen 60,94 euro). Graag gaan we dan ook in gesprek met het Rijk over de verdeling van de Matchingsgelden Verbreding en Vernieuwing.

Wij willen dat de middelen anders verdeeld worden, op een manier die meer (of beter gezegd: goed!)  aansluit bij de echte witte vlekken in de culturele infrastructuur in Nederland en de beoogde bijdrage van het Rijk per inwoner per provincie beter verdeeld wordt. Hiervoor gaan we, zowel in de samenwerking met We The North als ook als provincie, politiek Den Haag oproepen om dit te veranderen. Want immers ook hier geldt: Elke Regio Telt!’

Loods13 heeft aangekondigd bezwaar aan te tekenen tegen het besluit van het Fonds voor Cultuurparticipatie om geen geld beschikbaar te stellen voor een positief beoordeeld plan. Peergroup gaat bij het Fonds Podiumkunsten bezwaar aantekenen tegen een negatief advies dat uit de lucht is komen vallen.


Fotograaf Harry Cock laat in Leens zijn blik op het alledaagse zien

Foto-harry-cock
Het is vaker beweerd, Noord-Nederland telt uitzonderlijk goede fotografen – dat herhalen kan geen kwaad. Zeker niet nu een van hen een solo-expositie heeft in Borg Verhildersum in Leens.

Harry Cock, over hem hebben we het, toont tot en met 3 november in het koetshuis van Museum Borg Verhildersum te Leens foto’s onder de titel Blik op het Noorden. Het doet vermoeden dat Cock foto’s laat zien die in Noorden zijn gemaakt, wat ook zo is, maar wat de expositie extra bijzonder maakt is de ondertitel ‘reddende alledaagsheid’.

Gevraagd naar wat hij daarmee bedoelt, vertelt Cock (Assen, 1952) hoe hij sinds begin jaren 80 foto’s in opdracht maakt, journalistiek en documentair, en dat hij daarnaast vrij werk schiet. Wie hem bezig heeft gezien, weet hoe dit gaat. De opdracht wordt tot in de puntjes en achter de komma verzorgd. Maar om het verlangde resultaat te bereiken doet Cock nog iets anders: hij fotografeert voor zichzelf ‘de dingen eromheen’.

“Werken in opdracht kan tot sleur leiden”, vertelt Cock. ,,Ik red mij daar uit door om mij heen te blijven kijken, vaak naar alledaagse dingen. Dat houdt de creatieve bevrediging aan de praat. Die foto’s hoeven niet hoogdravend te zijn, dat geeft vrijheid.”

Het fotograferen van de ‘dingen eromheen’ zou je kunnen vergelijken met het bijhouden van een dagboek zoals schrijvers doen, of met trainen dat voorafgaat aan de finale. Wie lang genoeg een dagboek bijhoudt, of traint, weet op een gegeven moment dat het onmisbaar en zeer persoonlijk wordt. De ware aard van een sporter toont zich niet tijdens de wedstrijd, maar daarvoor.

Sinds een paar jaar is Cock bezig met het publiceren van dit vrije werk. Hij doet dat in speciaal daartoe vormgegeven en gedrukte boeken in kleine oplage: 15 stuks à 950 euro. Elk boek is getiteld Reddende alledaagsheid. Deel 1 is inmiddels uitverkocht, van deel 2 zijn nog een paar exemplaren te koop, deel 3 is net verschenen, deel 4 is in de maak.

De tentoonstelling in borg Verhildersum laat een keuze van zo’n dertig dagboekfoto’s in verschillend formaat zien, die in Noord-Nederland zijn geschoten. Het bijzondere zit erin dat de foto’s voor noorderlingen herkenbaar kunnen zijn, maar steeds iets laten zien wat van die herkenbaarheid afleidt, of soms versterkt. Wie naar een foto van Harry Cock kijkt, ziet het steeds net iets anders.


Herman Roozen stript zich de geschiedenis van Coevorden in

3 Coevorden in stripvorm
Het Stedelijk Museum Coevorden telt slechts twee etages, en op de bovenste loop je voortdurend gevaar je kop te stoten. Maar het meest verrassende is dat het museum er steeds weer in slaagt de lokale geschiedenis op een verrassende manier te belichten.

Deze zomer is de hulp ingeroepen van Herman Roozen, voormalig Striptekenaar des Vaderlands. Op de tentoonstelling Coevorden in stripvorm wordt zijn werk gecombineerd met museale objecten die het verhaal van de oudste stad van Drenthe vertellen. Een gans en een ganzenhoedster fungeren als gids.

Vier thema’s worden behandeld: tradities, fabels en legenden, karakteristieke gebouwen en archeologische opgravingen. Wat betreft het laatste wordt een verse vondst getoond: een zilveren munt die tussen 1367 en 1378 is geslagen en tamelijk recent in Rosmalen, Noord-Brabant is teruggevonden.

2 Coevorden in stripvorm

Ook is een ridderspoor te zien; Coevorden heeft als voormalige vestingstad een flinke krijgsgeschiedenis achter de rug. De grondvondst is aangegrepen om Roozen te laten vertellen dat bijna alle striptekenaars moeite hebben met tekenen van paarden. Ter illustratie laat hij tekenschriftjes uit zijn middelbare schooltijd zien toen hij een ridderstrip probeerde te tekenen.

De hunebedden komen eveneens aan bod; het gaat in het Stedelijk Museum niet alleen om de geschiedenis van de stad. De link bestaat hier uit de in Coevorden overleden, fantasierijke dominee Johan Picardt (1600 – 1670) die in Annales Drenthiae beschreef dat de 'steenhopen' gebouwd zijn door reuzen.

Wat betreft de karakteristieke gebouwen wordt verteld hoe de strocartonfabriek Hollandia uit 1926 de aanzet gaf tot een muziekvereniging die in de Tweede Wereldoorlog bij een bombardement alle instrumenten verloren zag gaan. Het gespaard gebleven vaandel wordt getoond in combinatie met een prent van Roozen waarin muziek een rol speelt en een strip waarin fabrieksmatig een (corona)probleem wordt opgelost.

1 Coevorden in stripvorm

Roozen spit als striptekenaar graag in het verleden; een van zijn eerste centsprenten ging over het IJzerkoekenoproer uit 1770.  In het museum komt de combinatie strips en historie soms geforceerd over, maar origineel is het wel. Daarbij: wie trek heeft in meer geschiedenis kan terecht op een visueel aantrekkelijke eerste verdieping met nog veel meer verleden.

Dat laatste verklaart wellicht het lege bureau op zolder waar de stripmaker wordt geacht te werken. Zijn jasje hangt over de stoel, zijn tekenspullen liggen er, net als het boek dat hij heeft gemaakt ter afsluiting van zijn Stripmanschap des vaderlands. Roozen was tijdens mijn bezoek nergens te bekennen. Vermoedelijk even de benen strekken. Of elders geschiedenis schrijven

De tentoonstelling Coevorden in stripvorm. De historie van Coevorden in twaalf strips is te zien tot in maart 2025.


Dit zijn de kanshebbers voor de Drentse Anjer Prijs en voor de Groene Anjer Prijs

Drentse Anjer Prijs Groene Anjer Prijs
De uitreiking laat nog even op zich wachten, tot 29 november door Jetta Klijnsma, maar de nominaties voor de Drentse Anjer Prijs en Groene Anjer Prijs zijn bekend gemaakt. Dat gebeurde via een persbericht dat is verstuurd door het Cultuurfonds Drenthe. Begeleidende foto is van vorig jaar.

Drentse Anjer Prijs

Stichting Koorschool Viva la Musica, De Wolden en Meppel

Dit is een zang- en kooropleiding voor kinderen en jeugd van 4 tot en met 24 jaar. Zij heeft in Drenthe kinder- en jeugdkoren in Zuidwolde en Meppel en daarnaast in Zwolle. De koorschool werd in 1989 in Zuidwolde opgericht door Wilma ten Wolde. Sinds 2007 is de artistieke leiding in handen van Ceciel van der Zee. Er zingen momenteel ruim 80 leerlingen bij Viva. De jury is onder de indruk van de mogelijkheden aan muzikale vorming die het koor jongeren al 35 jaar biedt, de laagdrempeligheid en de verbindende rol. De koorschool draagt volgens de jury in belangrijke mate bij aan het vergroten van het culturele bewustzijn en de waardering ervan door de jongeren.

Kunst aan de Vaart, Assen

Elk jaar organiseert Kunst aan de Vaart (KadV) een kunstevenement waarbij bewoners en bedrijven langs de Vaart hun huizen en tuinen openstellen voor kunstenaars en musici (veelal uit het Noorden). Veel van deze panden zijn van grote historische en monumentale waarde. De jury heeft waardering voor de organisatie die ieder jaar samen met vele vrijwilligers inzet pleegt op het professionaliseren van het evenement. Ook is de jury enthousiast over de samenwerking met Minerva en de samenwerking met het Prins Claus Conservatorium. Hiermee biedt Kunst aan de Vaart aanstormend talent niet alleen een bijzonder podium maar ook een waardevol leerproces.

Stichting Cultureel Bolwerk Veenkoloniën, Valthermond

Culturele activiteiten in de Veenkoloniën worden gestimuleerd, onder andere door de instandhouding van een architectonische concertzaal in de monumentale concertboerderij d’Rentmeester. Hier kan de bezoeker concerten beleven in een huiskamer maar dan één met proportionele afmetingen. In de boerderij vinden concerten tot 200 personen plaats, waarbij je iedere noot hoort én voelt. De kenmerkende akoestiek en warme sfeer in de concertboerderij maakt optredens tot een ware beleving. De jury is positief over het podium dat geboden wordt aan lokale artiesten en allerlei cultuurdisciplines. Volgens de jury leveren de activiteiten een positieve bijdrage aan de culturele bloei van de Veenkoloniën.

Groene Anjer Prijs

Stichting Steenuilenwerkgroep Drenthe

De werkgroep houdt zich niet alleen bezig met onderzoek naar de steenuil, maar zet de kleinste uilensoort van Nederland ook in als ambassadeur voor behoud van het kleinschalige Drentse landschap. De jury vindt het bewonderenswaardig dat de stichting niet alleen veel vrijwilligers aan zich weet te binden, maar ook goede contacten onderhoudt met de bewoners die steenuilen op hun erf hebben. Inmiddels bezoeken de vrijwilligers van de werkgroep jaarlijks zo’n duizend erven. Door educatie en voorlichting profiteert niet alleen de steenuil van het intensieve beschermings- en voorlichtingswerk maar ook een keur aan andere soorten in het agrarische cultuurlandschap.

Vereniging voor natuurbescherming Zuidwolde e.o.

Drenthe kent veel natuurverenigingen met een lange geschiedenis. Een daarvan is de Natuurvereniging Zuidwolde. Al vijftig jaar zet de vereniging zich in voor behoud, bescherming en ontwikkeling van het landschap rond het dorp Zuidwolde. Met maar liefst zestien verschillende werkgroepen houden ze zich bezig met onderzoek, onderhoud en versterking van het landschap, educatie en nog veel meer. Het spreekt de jury erg aan dat ze ook volop inzetten op jeugdeducatie en in en om Zuidwolde een groot bereik en draagvlak hebben onder de inwoners. Van het onlangs gemaakte boek over de natuurwaarden op de begraafplaats van Zuidwolde, ter ere van het vijftigjarig bestaan, werden bijna 5000 exemplaren huis-aan-huis verspreid in het dorp en de omliggende buurtschappen.

Stichting Natuurbelang De Onlanden

De stichting zet zich sinds 2000 in voor het ‘nieuwe’ natuurgebied dat is ontstaan in de Kop van Drenthe, onder de rook van Groningen. In het gebied, dat ook als waterbergingsgebied is aangemerkt, komt ze vooral op voor het behoud en de ontwikkeling van de unieke natuurwaarden die zijn ontstaan. Jaarlijks levert ze onder meer een uitgebreid en professioneel broedvogelrapport op, maar brengt ze ook actief en constructief het belang van de bijzondere flora en fauna voor het voetlicht bij allerlei ruimtelijke plannen in en rondom het gebied. De stichting, met een relatief kleine harde kern, heeft veel donateurs – ook wel Onlanders genoemd – aan zich weten te binden. Ze is daardoor een belangrijke sparringpartner voor de terrein beherende organisaties en overheden en omvangrijk in haar werkzaamheden en invloed.


Oog in oog met een wolf in Westenesch

Wolf in Westenesch
Ik ben geen kenner, en mijn ogen zijn niet meer wat ze geweest zijn, desondanks meende ik zaterdagmorgen bij Westenesch net voorbij de brug over het Oranjekanaal een wolf te hebben gezien.

Fiets op de standaard. Telefoon pakken. Even swipen. Geruisloze klik.

Verrast was ik niet. Er gaat geen week voorbij of de wolf is in het nieuws. Volgens de website BIJ12.nl hebben inmiddels bijna duizend mensen een melding gemaakt van een wolf in Drenthe. Meestal worden ze gezien in de gemeenten Westerveld en Midden-Drenthe waar zich roedels bevinden.

In de gemeente Emmen worden ze minder vaak gesignaleerd. En dat terwijl bij Zweeloo, niet ver van Westenesch, in 2015 de eerste wolf in Nederland in 150 jaar werd gespot. 'De wolf is welkom', luidde destijds de officiële reactie op het provinciehuis in Assen. Een jaar later werd er een monument voor het dier opgericht.

Daarna bleek de wolf minder en minder welkom.

De wolf van Westenesch, als het al een echte wolf was, een slag om de arm kan nooit kwaad, oogde verveeld. Hij – of zij – keek even in mijn richting en verdween daarna uit beeld, achter een huis met een paar pony’s in de wei. Teleurgesteld misschien, omdat hij – of zij – niets van gading vond. Slechts raaigras, een beginnend maïsveld en het Oranjekanaal.

Ik borg mijn telefoon op, stapte weer op de fiets en vervolgde eveneens mijn weg. Aangekomen bij Noord-Sleen moest ik denken aan de das die ik ooit heb gezien in een grasveld bij Westerbork. Ik was verbaasd hoe groot die beesten konden zijn.