In de kast ‘Over literatuur’

Van der Velde A-kerkhof1
Voor mijn aankopen ter gelegenheid van de Poëzieweek bracht ik een bezoek aan boekhandel Van der Velde aan het A-kerkhof in Groningen. Een mooie winkel, mede vanwege de verdieping met tweedehandsboeken. Ook daar nam ik een kijkje.

Gelukkig trof ik goed gezelschap in de kast met het opschrift ‘Over literatuur’. Gelukkig zag ik een goed gelezen exemplaar. 


Tentoonstelling en lezing over C.O. Jellema in de bibliotheek van Leens

C.O. Jellema in 1991. Foto Wladimir van der Burgh
Ter gelegenheid van de Poëzieweek en naar aanleiding van het verschijnen van de biografie Aan rozen denk ik in de winter opent vrijdag in de bibliotheek van Leens een tentoonstelling over de dichter en essayist C.O. Jellema (1936 – 2003).

Citaat uit een uitnodiging die werd toegestuurd door Stichting Behoud Bibliotheek de Marne: “De tentoonstelling toont nieuw, aansprekend beeld- en tekstmateriaal, waaronder gedichten, bijzondere uitgaven en videomateriaal, dat zowel liefhebbers van Jellema’s werk, als degenen die graag met deze bijzondere dichter willen kennismaken, zal interesseren.”

Jellema bracht de laatste veertien jaar van zijn leven door in Leens, waar hij met zijn partner Klaas Noordhuis het monumentale Leenster landhuis “Oosterhouw” bewoonde. In genoemde biografie laat Gerben Wynia zien dat hij er de rust en tevredenheid vond die hij gedurende zijn leven zocht.

De tentoonstelling, die te zien zal zijn tot en met 31 maart, wordt geopend door burgemeester Henk Jan Bolding van de gemeente Het Hogeland. Na de opening houdt biograaf Gerben Wynia een lezing.  Zie ook deze link.


Praten over de staat van de poëzie in Kunstplaza Schurer te Assen

Logo-PW-2023

Ingezonden mededeling van het Departement voor Filosofie en Kunst in Assen, kortweg DeFKa:

“Op woensdagmiddag 1 februari bekijkt DeFKa de wereld vanaf de 5e verdieping van Vanderveen in Kunstplaza Schurer op een poëtische manier. Indachtig het thema ‘Vriendschap’ met daarbij lettend op de woorden van Lieke Marsman: ‘In hemelsnaam meer kunstenaars in de politiek, hoe fijn zou dat zijn’ en ‘Eén van de belangrijkste dingen die poëzie mij geleerd heeft is niks doen’. Of Maxim Februari: ‘Onze dichters zijn van oudsher het best op vloeibaarheid voorbereid’.

We gaan het erover hebben: over De Staat van de Poëzie, met medewerking van Awater. Zij die willen participeren zijn welkom. Plaats/tijd: woensdag 1 februari, 14.00-16.00 uur, in Kunstplaza Schurer/Vanderveen.”

Wie in de stemming wil komen voor deze bijeenkomst, kan zich voorbereiden door een exemplaar van tijdschrift Awater te kopen, een extra dikke editie voor slechts 10 euro. En het stuk ‘Over de poëzie-enquête van Awater en Poëziekrant’ van Evi Aarens lezen op Neerlandistiek.


De appelboom van Rutger Kopland is nu een bureau (en te zien tijdens Poetry per tutti)

Rutger Kopland bureau

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

Zo begin het gedicht Onder de appelboom uit de bundel Onder het vee (1966) van Rutger Kopland. Die appelboom stond na het overlijden van ‘Kopland’ in de tuin van een van zijn dochters. Tot hij omwaaide en naar meubelmaker Peter van Eijsden in Haren is gebracht om er een bureau van te maken.

Vandaag is de appelboom van Kopland in Forum Groningen te bewonderen tijdens Poetry per tutti, een avond met gedichten en dichters. Aanvang 19.30 uur. Na afloop verhuist het bureau naar de dochter.

Voor het volledige gedicht klik hier. Voor meer over Poetry per tutti klik daar.


Bij ‘Marinetti en het futurisme’ in Rijksmuseum Twenthe te Enschede

Tullio-Crali-Duikvlucht-op-de-stad-1938

“Laat ze maar komen, de vrolijke brandstichters met hun verkoolde vingers! Daar zijn ze! Daar zijn ze… Kom op! Steek de bibliotheken in brand!... Verleg de loop der kanalen om de musea onder te laten lopen! Oh, wat een vreugde de oude roemrijke doeken, verscheurd en met uitgelopen kleuren te zien afdrijven!”

Probeer eens voor te stellen dat een Nederlandse krant een dergelijke oproep op de voorpagina zou zetten. De makers van Le Figaro deden het. In 1909.

Het leidde tot een beweging die – soms innovatief, soms agressief – een nieuwe kijk op het leven en maatschappij propageerde. Het oude moest weg. Hup! Het nieuwe moest ruim baan krijgen. Vooruit! Wat er daarna gebeurde is te zien in Rijksmuseum Twenthe.

Daar loopt deze winter een tentoonstelling over het futurisme, de explosieve kunststroming met bijbehorende levenshouding die door de Italiaanse dichter Filippo Marinetti op gang werd gebracht. Vijf zalen telt de expositie, plus twee afgeleide tentoonstellingen, samengesteld door schrijver Atte Jongstra en fotograaf Rein Jelle Terpstra. Dit voorjaar volgt nóg een futuristen-tentoonstelling, dan in museum Kröller-Müller.

De tentoonstelling in Enschede roept met schilderijen, sculpturen, publicaties, affiches, filmbeelden, geluiden en zelfs geuren de verwarrende eerste helft van de vorige eeuw in herinnering toen Italië door uitvindingen en industrialisatie ingrijpend veranderde. Honderd jaar later levert het een dynamische expositie op met tevens aandacht voor de dubieuze relatie van de futuristen met het fascisme van Mussolini.

Voorganger Marinetti (1876 – 1944) was een enthousiast opportunist. Hoewel hij zichzelf regelmatig tegensprak, lukte het hem kunstenaars voor zijn ideeën te winnen. Met fascinerende werken tot gevolg, zoals de sculptuur Auto + Race + Stad van Roberto Marcello Baldessari uit 1917. Een slimme keuze aan schilderijen maakt duidelijk dat de beeldopvattingen van de futuristen niet op zich stonden; sommige werken hadden ook in Frankrijk of Rusland gemaakt kunnen zijn.

Blikvanger van de tentoonstelling is Duikvlucht op de stad van Tullio Crali uit 1938, een dramatisch schilderij op karton waarop we vanuit de cockpit zien hoe een piloot zich naar beneden stort. “Maak steden met de grond gelijk”, schreef Marinetti in 1909 in Le Figaro . Aldus geschiedde, tijdens twee wereldoorlogen.

Marinetti en het futurisme is tot en met 19 februari te zien in Rijksmuseum Twenthe te Enschede.


Roosbeef opent concertreeks 5-jarig bestaan podium Vegafabriek Kolderveen

Roosbeef band  © Felix Baumsteiger
Post van de mensen achter De Vegafabriek in Nijeveen, voorheen een kijkplek voor hedendaagse beeldende kunst en daar weer voor de coöperatieve zuivelfabriek De Venen. Het podium aan de Kolderveen 26 bestaat vijf jaar en viert dat met een concertreeks die zondag 29 januari wordt afgetrapt door Roosbeef en haar band (foto Felix Baumsteiger).

Het toeval wil dat Roos Rebergen net een nieuw album uit heeft, Zomer in Nederland. Volgende maand gaat ze ermee op tournee. Het optreden in Nijeveen, dat medemogelijk wordt gemaakt door de Muziekcoöperatie Meppel, is derhalve een try-out. Aanvang 20.30 uur. Tickets zijn verkrijgbaar via www.devegafabriek.nl. Later volgen concerten van Litzberg (18 februari), Remy van Kesteren (11 maart), Loupe (1 april) en Freez (13 mei).


Op komst: Kunstcafé over 'Kunstenaars IN BEELD' bij CBK Emmen in De Fabriek

Op komst Kunstcafe Emmen1
Tot en met 5 maart is in De Fabriek aan de Ermerweg in Emmen bij CBK Emmen de tentoonstelling Kunstenaars IN BEELD te zien:

“In deze tentoonstelling staat het maakproces centraal. Er is veel kunst te zien, maar je krijgt als bezoeker ook een beeld van de werkwijze van de kunstenaar. Een aantal kunstenaars werkt in de tentoonstellingsruimte. Daarnaast zie je op video kunstenaars aan het werk in hun eigen atelier.”

Op basis van een open call selecteerde een selectiecommissie achttien kunstenaars: Melanie Banis, Wia van Dijk, Miriam Geerts, Marthe van de Grift, Wiesje Gunnink, Pieter Immenga, Ribal ElKhatib, Manja Kindt, Jolein Landeweer, Maarten van Leuken, Lyda Lichtenbeld, Anne-Will Lufting, Wietske Lycklama à Nijeholt, Sophie Mellema, Judith Schmidt, Eelco Smits, Monique Temmen en Anne Varekamp.

De tentoonstelling gaat gepaard met een Kunstcafé op 5 februari waarbij een aantal deelnemende kunstenaars vertelt over hun werk en werkwijze. Naast interviews, door cultuurjournalist Joep van Ruiten, is er muziek van Ribal ElKhatib met Pieter Immenga en Maarten van Leuken, draagt Eddie Zinnemers een gedicht en leest Pieter Immenga een column.

En uiteraard is er koffie, thee en drank. De middag begint om 15.00 uur en duurt tot ca 17.00 uur.


Bevriend raken met een dichter aan de vooravond van de Poëzieweek

Er Staat Te Gebeuren
Vooruitlopend op de Poëzieweek, die donderdag begint met Gedichtendag, interviewde ik voor Dagblad van het Noorden de ‘rebels neo-klassieke’ dichter Hester Knibbe. Ik wilde het met haar hebben over het Poëziegeschenk Er staat te gebeuren, maar ik wilde ook met haar praten over vriendschap, dit jaar het thema van de week.

Knibbe schreef het geschenk samen met Miriam Van hee, sinds een ontmoeting op Poetry International in 1985 een goede vriendin van haar. Aanvankelijk zou ik ook Van hee spreken, maar deze moest vanwege familieomstandigheden op het laatste moment verstek laten gaan.

Het interview was nog niet begonnen toen Knibbe vroeg of ze de uitgeschreven tekst vooraf mocht lezen. “Niet om jou te controleren, maar ik weet dat ik af en toe heel ongelukkig kan formuleren in het wilde weg en als ik dat dan teruglees, is dat geen pretje”, vertelde ze.

Ik schoot in de lach, vooral om dat van die dichter die heel ongelukkig kan formuleren, en zegde toe de tekst voor te leggen. Wat volgde was een ontspannen gesprek waarin we, in mijn beleving, openhartig spraken over poëzie en vriendschap, over hoe gedichten vrienden voor het leven kunnen worden en wat vriendschap kan betekenen.

Hoe maak je vrienden, vroeg ik Knibbe aan het einde. Dagblad van het Noorden wil graag een praktische krant zijn.

“Ik ben niet op zoek naar vriendschappen. Ze ontstaan spontaan”, antwoordde ze. “Miriam dicht daar in het geschenk heel mooi over. Zij dicht ook over hoe je ze moet onderhouden, want dat moet ook, zeker naarmate je ouder wordt. Op uitnodigingen ingaan, mensen uitnodigingen, mensen die het nodig hebben extra aandacht geven, zelf aandacht willen ontvangen. Openstaan, hartelijk zijn, vertrouwen.”

Zouden wij vrienden kunnen worden, vroeg ik.

“Best”, zei Knibbe.

Het eerste contact is gelegd, stelde ik vast. Wanneer merken we dat het verder gaat?

“Als we elkaar opnieuw ontmoeten”, zei Knibbe, die komende vrijdag in Groningen optreedt tijdens Poetry per tutti, samen met Van hee.

Daarna spraken we nog wat verder en tot slot herhaalde ze haar verzoek om het interview vooraf te mogen lezen. Geen probleem, antwoordde ik.

Daags na het toezenden van het stuk, reageerde ze. Met dank en de opmerking dat ze er weinig op aan te merken had. Slechts een paar correcties. En de suggestie om aan het slot de passage over het vriendschapsverzoek te verwijderen. Ze wist niet dat het nog bij het interview hoorde, schreef ze. Ze dacht dat ik mijn vraag tijdens ons gesprek als grap had bedoeld.

“Dat zegt genoeg over de ongedwongenheid waarmee jij een gesprek kunt voeren, dus het is een compliment.” Als ik er voor koos het slot te handhaven, wilde ze graag haar antwoord veranderd zien in ‘misschien’.

Lees dinsdag (en andere dagen) Dagblad van het Noorden. Op papier en online.


Bij 'Wegzehr' van Neo Rauch in het Drents Museum

Wegzehr Neo Rauch Drents Museum Assen
Ik ga op reis en neem mee. Water, brood en fruit. Proviand. Of zoals sommige Oost-Duitsers zeggen: Wegzehr. Is dat voldoende? Misschien voor een tijdje. Maar het hoofd wil ook wat. Herinneringen, gedachten en ideeën bijvoorbeeld. En een valies met dromen, zoals Jan van Nijlen ooit dichtte.

De Duitse kunstschilder Neo Rauch is zeer bedreven in het aanreiken van voedsel voor het hoofd. Wie zijn werk bekijkt, en dat kan deze winter tijdens de omvangrijke tentoonstelling Wegzehr in het Drents Museum in Assen, voelt de kop vollopen met vragen. Wat wordt hier verteld? Wat zegt dit over deze tijd, over ons leven?

De kunstenaar doet er het zwijgen toe. Volgens een muurcitaat is Rauch er zich van bewust dat hij opereert ‘op de grens waar het glad wordt en het gevaar op de loer ligt dat hij zich verliest in het vertellen van verhalen’. Volgens een ander citaat probeert hij ‘aangespoelde beeldingevingen als allegorische situaties in schilderkunst om te zetten’.

Het formuleren van antwoorden laat de kunstenaar aan anderen. Ieder zijn werk. De schilder schildert iets de wereld in. De kijker kijkt en denkt er het zijne van. Zo kan het gesprek op gang komen.

Rauch (Leipzig, 1960) staat te boek staat als ‘een van de belangrijkste figuratieve schilders van zijn generatie’. Volgens directeur Harry Tupan van het Drents Museum is hij zelfs dè belangrijkste. Sinds de millenniumwisseling staan kopers wereldwijd in de rij voor deze rockster in de kunst. Acteur Brad Pitt was een van hen.

Dat Rauch in Assen exposeert is niet zomaar. Het Drents Museum laat al vijftien jaar tentoonstellingen zien van kunstenaars die zijn opgeleid in Oost-Duitsland. In dit geval gaat het om werk op papier. Zo’n honderd stuks, groot en klein, schilderwerk en tekeningen. Niet alleen in de Abdijkerk, maar ook nog eens een verdieping hoger.

Wat zien we? Beelden die tegelijkertijd zowel aan de achttiende, negentiende als twintigste eeuw doen denken. Een mix van folklore en fantasie. Figuren met rare oren. Duitse titels. Verwijzingen naar de Romantiek. Traditionele bouwwerken met futuristische bollen op torens. Toegankelijk en toch mysterieus. Vertrouwd raadselachtig. Verhalen die nog verteld moeten worden. Schilderkunst om op te kauwen.

Wegzehr van Neo Rauch is tot en met 26 maart te zien in het Drents Museum.


Met het stijgen van de zeespiegel groeit voorbij Amersfoort het zelfvertrouwen  

Sander Schimmelpenninck
Sinds zijn column ‘Het platteland lijkt ontnuchterd, de plattelanders de schaamte voorbij’ lees ik met extra belangstelling de stukjes die Sander Schimmelpenninck langs de eindredactie van de Volkskrant weet te krijgen. Maandag werd die interesse beloond met een column onder de kop ‘De waarheid is dat het verschil tussen stad en platteland in Nederland erg klein is’. 

Fascinerend om te zien hoe sommige opiniemakers zich ontwikkelen.  

De crux zit dit keer in de volgende alinea: 

‘We hebben sinds de Tweede Wereldoorlog in onze ruimtelijke ordening ingezet op middelgrote steden, rijtjeshuizen en Vinexwijken, waardoor ons land een lappendeken van bebouwing is. We hebben geen échte steden, maar ook geen écht platteland. Het is net niks, in alle eerlijkheid. Daar voelen de meeste Nederlanders zich prima bij, maar het maakt wel dat de kloof tussen stad en platteland weinig meer is dan sensatiezoekerij van rechtse media.’ 

Net niks is bedoeld als grapje. De opmerking dat er geen échte steden en écht platteland bestaan in Nederland is alleen correct als je een échte stad definieert als een plek waar tientallen miljoenen mensen opeengepakt in beton en asfalt leven en werken en het échte platteland ziet als plek waar in het groen helemaal niets gebeurt. Een soort China, maar dan aan de Noordzee. 

Dè kloof bestaat niet, inderdaad. Je kunt niet allerlei regio’s op een hoop gooien en vervolgens tot platteland zonder steden bombarderen, minderbedeeld en verongelijkt. Dat wil zeggen: het kan wel, vrijheid van meningsuiting et cetera, maar het doet geen recht aan de werkelijkheid. 

Tegelijkertijd bestaan er wel verschillen, her en der. Die verschillen zijn soms verontrustend groot – lees het boek Een klein land met verre uithoeken van Floor Milikowski erop na. 

Ronduit vreemd is de oproep van Schimmelpenninck dat ‘het Nederlandse platteland, of wat daarvoor doorgaat, eens wat aan zijn minderwaardigheidscomplex zou moeten doen’. Welk minderwaardigheidscomplex wordt hier bedoeld? Laatst hoorde ik iemand beweren dat het zelfvertrouwen voorbij Amersfoort groeit naarmate de zeespiegel stijgt. 

Het lijkt erop dat Schimmelpenninck het in zijn sensatiezoekerij scoringsdrift – weer eens – slordig heeft geformuleerd. 

Waar hij bedoelt dat sommige mensen (Marga Bult, Caroline van der Plas) moeten ophouden in talkshows te doen alsof ze spreken namens de naamlozen met het gevoel dat zij, die naamlozen, door makers van de nationale televisie onvoldoende worden gehoord, had hij er beter aan gedaan te vertellen hoe goed het is als iemand onder de titel Sander en de kloof een televisieprogramma maakt waarin de vermogens- en kansenongelijkheid in ons land aan de kaak wordt gesteld.

Dat van het groeiende zelfvertrouwen door de stijgende zeespiegel kwam mij voor als een prikkelende gedachte. Stof voor een column. Geen een waar Friezen en Zeeuwen het mee eens zullen zijn.