Denkend aan de nieuwe winnaar van de Anton Wachterprijs

Anton Wachterprijs
Zaterdag 22 juni, ook wel bekend als morgen, wordt in Harlingen de Anton Wachterprijs uitgereikt voor het beste Nederlandstalige prozadebuut van de afgelopen twee jaar. Omdat ik nog enigszins in de jurymodus verkeerde, las ik voor Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant de zes genomineerden en sprak in dit stuk mijn voorkeur uit.

Vervolgens probeerde ik bij de organisatie het juryrapport los te praten. Om onder embargo een bericht in elkaar te kunnen zetten, want zaterdag ben ik de hele dag slingerend op pad om iets van de literaire evenementen in Noord-Nederland mee te krijgen. Er zijn er drie: Het Grote Midzomer Slochter Vrijstaat Festival in Woudbloem, het tweedaagse festival En daar achter in Warffum en het Literair Festival in Harlingen. Dat laatste evenement begint overigens na de receptie van de prijsuitreiking.

Maar nee, het rapport kreeg ik niet, hoe ik ook smeekte en met mijn perspas zwaaide. De organisatie zelf had het immers ook niet mogen inzien van juryvoorzitter Geart de Vries, werd mij verteld. Want de vorige keer, toen de winnaar wel vooraf bekend was gemaakt, leidde dat tot een verontrustende mediastilte bij de nationale pers. Gerbrand Bakker had daar achteraf schande van gesproken.

Vandaar dat dit keer is gekozen de spanning zoveel mogelijk op te voeren. Voor extra pret zijn alle genomineerden naar Harlingen gelokt om die spanning in aanwezigheid van het publiek aan den lijve te voelen en uit te stralen: Fien Veldman (Xerox), Dieuwertje Mertens (Moeders. Heiligen), Martien van Achtmaal (Het objectief), Gijs Wilbrink (De beesten), Tiemen Hiemstra (W.) en Rinske Bouwman (Een soort eelt).

Om 14.10 uur leest Geart de Vries zijn rapport voor. Aansluitend reikt de burgemeester van Harlingen, Ina Sjerps, mooie naam is dat voor iemand met een ceremoniële functie, de prijs uit.

Ik kijk op dat moment in Woudbloem hoe Auke Hulst samen met Jutta Koolhoven op de bus stapt voor een rondrit door de fictieve Vrijstaat Slochteren en denk dat tegen de tijd dat ik in Harlingen arriveer Gijs Wilbrink al dronken is.


Leest ‘Mijn hospita’ van Gerrit Kleis

Mijn hospita (2024) Gerrit Kleis
Een dikke maand geleden werd de 84-jarige Gerrit Kleis tot zijn verrassing benoemd tot stadshistoricus van Coevorden. De verrassing zat in het gegeven dat Kleis, over wie ik ooit dit bericht plaatste, al jaren stadshistoricus van Coevorden ís.

Nu is er een nieuwe verrassing. Artistiek Bureau heeft een boekje gemaakt waarin diezelfde Kleis herinneringen ophaalt aan Annet Eikeboom, de vrouw die halverwege de jaren zestig zijn hospita was toen hij in Amsterdam Nederlandse taal en letterkunde studeerde en later leraar werd aan onder meer het Barlaeus Gymnasium.

Een boekje over de hospita van een man die zijn dagen slijt in Zuidoost-Drenthe, wie zit daar op te wachten? Een enkeling, 250 mensen, hoop ik. Want zo groot is de oplage van Mijn hospita.

Het boekje is voorbeeldig in elkaar gezet, onder redactie en eindredactie van de zeldzame precieze Nick ter Wal. Die als baas van Artistiek Bureau ontwerper Martien Frijns inschakelde, de druk liet doen in Werkendam en het bindwerk liet verzorgen in Zaltbommel. Ik zou nog meer details kunnen opsommen, bij een mooi boek komt veel kijken, maar ik wil niet in de hoek van de bibliofielen belanden, de nerds van de papieren wereld.

Kleis was ooit zo’n nerd. Eind jaren zestig schafte hij een eigen pers aan. Halverwege de jaren zeventig zette hij als ‘drukker in de marge’ Sub Signo Libelli op met uitgaven in kleine oplagen van onder anderen Hans Warren, Gerrit Komrij, Boudewijn Büch en Louis Couperus. Zie verder dit interview van Nick ter Wal uit 2013.

In de wereld van Kleis, en Ter Wal, draait het om details. Zo kan het gebeuren dat de lezer op de eerste bladzijden van Mijn hospita wordt getrakteerd op een ongelofelijk nauwgezette beschrijving van de kamer die Kleis in de jaren zestig bij Annet Eikeboom huurde. De detaillering is functioneel. Kleis wil, denk ik, ermee benadrukken dat Eikeboom een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld.

Wat mij nog meer bevalt, is hoe hij daarna over het leven van zijn hospita schrijft. Dat ze een zeer moderne vrouw was, wat niet altijd vanzelfsprekend is geweest. En vooral hoe ze zich staande wist te houden, ondanks relaties met de grote liefdes van haar leven, de atheïst en antimilitarist Anton Constandse en daarna de anarchist Hans Eikeboom. Twee activisten, zouden we nu zeggen. Twee narcisten misschien ook.

Haar echte naam was Johanna van Kerkvoorde (1896 - 1984), dochter van een gevallen vrouw uit Steenwijk die haar kind afstond aan een echtpaar dat via Appelscha in Enschede belandde. Johanna slaagde erin aan de gruwel van de Twentse textielindustrie te ontsnappen en werd uiteindelijk kinderjuf in Den Haag waar ze de vrijdenker Constandse leerde kennen.

Wat zeer fascinerend is aan Mijn hospita is de schijnbare achteloze wijze waarop Kleis laat zien hoe een vrouw uit ‘de lagere klasse’ haar waardigheid weet te handhaven, ook als ze vele illusies armer de eindjes aan elkaar knopend op latere leeftijd in Amsterdam toiletjuffrouw wordt. Waarom ken ik niemand die toiletjuffrouw is, bedacht ik mij. En zelfs: had ik maar zo’n toiletjuffrouw gekend.

Dat laatste zegt veel over het effect dat Kleis met Mijn hospita weet te sorteren. Bij mij althans. Stadshistoricus van Coevorden zijn is een eer. Mooie boekjes maken en postuum mensen in de marge eren doet daar niet voor onder.

Nu weer verder lezen.


Het jaarlijkse overzicht met openluchtspelen in Drenthe en Groningen (+ appendix)

Kijken en spelen in de openlucht 2024
Ieder jaar probeer ik aan het begin van de zomer in mijn krant, Dagblad van het Noorden, een overzicht te publiceren met de openluchtspelen in Drenthe en Groningen. Dat doe ik in de veronderstelling lezers een plezier te doen. Kunnen ze goed voorbereid een plekje uitzoeken in de openluchttheaters van het Noorden.

Nu moet ik bekennen dat ik het begrip openluchttheater hier en daar wat oprek. Peergroup en Zummerbuhne staan er dit jaar tussen met respectievelijk Atropos en De grote vloed, hoewel zij niet in een bestaand theater spelen, maar op locatie in Koekangerveld en Oosterwijtwerd – net als de maken van De vlinderprinses dat in Zweeloo doen.

Toneelgroep Jan Vos haalde het overzicht niet, hoewel ze een flink aantal dagen in Onnen de voorstelling Wind spelen. In ben ervan uitgegaan dat het hier een reprise betreft waarbij het publiek overdekt zit, net als vorig jaar in Eelde. Het gaat dus om de open lucht en de kans een regen bui op de kop te kunnen krijgen.

Met name Drenthe telt een aardig aantal openluchtheaters, het zijn er meer dan de website van de Vereniging Nederlandse Openluchttheaters doet vermoeden. Die van Diever, waar het Shakespearetheater is gevestigd, is met afstand de bekendste en het grootste. Maar je hebt ze ook in Borger, Aalden, Havelte, Ruinen, Schoonlo, Roderwolde en Assen.

Laatstgenoemde plaats ontbreekt dit jaar in het overzicht van de papieren krant, simpelweg omdat ik te laat op de hoogte werd gesteld dat Theatergroep Maria in Campis deze zomer een voorstelling geeft. Wat ik niet weet, kan ik niet melden. Op de website is het gefixed. Bij wijze van appendix het volgende:

Warenhuis op stelten

Tekst: Elise van der Laan

Regie: Hilde Tuijt

Waar: Tivoli, Stadsbroek 11A Assen

Wanneer: 4/7 (try out), 5/7 (première), 6/7, 7/7, 12/7, 13/7 en 14/7

www.buitentheatertivoli.nl

Verhaal:

Warenhuis Van Der Turf wordt gerund door twee families, nadat hun gezamenlijke betovergrootmoeder het heeft nagelaten. De families kunnen echter niet door één deur. Te star om hun aandeel op te geven, proberen ze er het beste van te maken. Totdat er een verboden liefde ontstaat tussen de dochter van de ene familie en de zoon van de andere familie.


Hoe Friezen en Nedersaksen voor hun taal strijden (en het daarbij tegen elkaar opnemen)

Nedersaksich
Wat te denken van de taalstrijd die is uitgebroken tussen de Friezen en de Nedersaksen? Vijf stukken heb ik er al over gelezen, vooral in de Leeuwarder Courant.

Wat wil het geval? Een wethouder van de gemeente Ooststellingwerf gispte in april een gedeputeerde van de provincie Fryslan over de manier waarop de Fryske taal in Ooststellingwerf moet worden bevorderd of beschermd – het is maar hoe je er tegenaan kijkt.

De gedeputeerde is van mening dat de gemeente daar meer werk van moet maken. De wethouder heeft daar bedenkingen bij, want in zijn gemeente wordt van oorsprong Nedersaksisch gesproken en daar hoort hij de gedeputeerde niet over, terwijl die taal volgens allerlei convenanten eveneens bescherming verdient.

En toen besloot Anne Doornbos uit het Drentse dorp Een zicht met de kwestie te bemoeien – iemand moet het doen. Volgens deze Drentse schrijver, die ook bestuurslid is van de Samenwerkende Organisaties in het Nedersaksisch Taalgebied (SONT), is het provinciebestuur van Friesland bezig met ‘een sluipende verfriesing in niet-Friestalige gebieden’.

SONT-bestuurslid Doornbos stuurde in mei een ingezonden stuk naar zowel Dagblad van het Noorden als Leeuwarder Courant. De slotzin in zijn betoog is gericht aan zowel bestuurders in Brussel, Den Haag als Leeuwarden: “Taal is een instrument van de macht om de identiteit van minderheden te marginaliseren.”

Dat leidde tot een nieuw ingezonden stuk, in de Leeuwarder Courant. Johannes Elzinga uit Franeker wijst erop dat ‘een grote minderheid’ in de dorpen van Ooststellingwerf Fries spreekt. Hij adviseert Doornbos zijn pijlen niet op de Friese taalbevorderaars te richten, maar samen met de Friestaligen te strijden tegen de dominantie van het Nederlands.

Leuk bedacht van Elzinga, maar Doornbos vindt dat juist een taak voor het provinciebestuur Friesland. Die spreekt niet toevallig deze week over de provinciale taalnota Fansels Frysk en de plannen voor het taalbeleid van 2025 tot en met 2028. In die nota, waar een investering van tien miljoen euro mee gemoeid is, wordt geen aandacht besteed aan het Nedersaksisch.

Hoe dan ook, een paar dagen later memoreerde LC-columnist Pieter de Groot dat in 1980, toen het Fries verplicht werd in het basisonderwijs in de hele provincie Friesland, een busje van de Friese taalbevorderaars Afûk ‘zonder voorafgaande waarschuwing’ een schoolterrein in Weststellingwerf opreed. Dat zette kwaad bloed bij de Nedersaksen.

“Het duurde jaren voordat de gewapende vrede werd getekend”, aldus De Groot. “In West-Stellingwerf werden op scholen in plaats van het verplichte Friese vak lessen ‘huishoudkunde’ gegeven. Daarin leerden de kinderen over de geschiedenis van hun eigen wijk en leerden ze ook Stellingwerfs en Fries, echter vrijblijvend.”

Vorig week verscheen alweer een ingezonden stuk in Leeuwarder Courant over de kwestie, dit keer afkomstig van de SONT – Doornbos had zijn troepen verzameld. De SONT roept leden van provinciale staten op de gemeente Oost-Stellingwerf ontheffing te verlenen voor de bevordering of bescherming van het Fries en, in een moeite door, niet te bezuinigen op een subsidie voor Stellingwarver Schrieversronte.

Het Fries verplicht stellen in gebieden waar van oudsher Stellingwerfs wordt gesproken, hoort niet, zegt de SONT. “Op die manier wordt voorbijgegaan in aan de sociaal-culturele identiteit van de gemeente en aan de belangen van de inwoners. De verfriesing van oorspronkelijk Saksische gebieden kan geen doelstelling zijn van de wet die het Fries wil beschermen. Dat lijkt op oneigenlijk gebruik van de wet.”

Ook dit leverde een ingezonden stuk op, nu geschreven door Wietze de Boer, woonplaats mij niet bekend. De brief van De Boer heeft de krant (nog) niet gehaald. Misschien omdat hij de boel verder op het spits drijft. (Of omdat ook deze brief in het Stellingwerfs is opgesteld, wat ze in Leeuwarden mogelijk liever niet lezen.)

De Boer wijst erop dat sommige dorpen in Oost-Stellingwerf, zoals Haulerwijk en Waskemeer, zijn ontstaan door de komst van  Friestalige veenarbeiders. En ook in Appelscha en Donkerbroek wonen al eeuwenlang Friestaligen. Alleen al dat gegeven rechtvaardigt bevordering en bescherming van de Friese taal, aldus De Boer.

“Et verbieden van et Fries vienen ze bi’j SONT taelriekdom”, schampert hij. “Wat as et Stellingwarfs starven zol? Et is annemelik dat zoks over niet al te laange tied gebeuren kan. Wat dan? A’k de keuze heb tussen Fries en Nederlaans, dan kies ik liever parti’j veur de aandere tael van Ooststellingwarf; et Fries.”


Het betere borduurwerk van Jasper Abels, te zien in Stadsmuseum ANNO te Zwolle

3 Jasper Abels Turning Pages Zwolle
En zo kwam ik weer eens in Zwolle. Waar het Stedelijk Museum aan de Melkmarkt sinds 2022 ANNO Stadmuseum Zwolle heet, met aanstellerig gebruik van kapitalen in de naam tot gevolg.

In ANNO, zo werd mij ter plekke verteld, worden alle erfgoedcollecties van Zwolle bij elkaar gebracht en gepresenteerd. Het heet een uniek concept in Nederland te zijn, maar geeft te denken. Alle collecties presenteren, daar is het gebouw toch veel te klein voor? Hoe dan ook, het concept maakte op mij geen diepe indruk. Na een uur was ik klaar.

2 Jasper Abels Turning Pages Zwolle
Wat niet wil zeggen dat ik spijt heb van mijn bezoek, te meer ik ongevraagd een persoonlijke rondleiding kreeg door het Drostenhuis. Door Drentse ogen bezien, is dat museumonderdeel een grote poppenkast. Wat er heel goed aan was, en nog is, is dat de museumdirectie er een hedendaagse kunstenaar op heeft losgelaten.

Die kunstenaar is de in Tubbergen geboren Jasper Abels (1971). Als (mode)fotograaf werkte hij voor glossy’s als Vogue, Vanity Fair en Harpers Bazaar, maar Abels doet ook andere, meer autonome dingen. Voor Zwolle, waar hij zijn kunstopleiding genoot, maakte hij op basis van het Zwols erfgoed verspreid over meerdere zalen de tentoonstelling Turning pages. Citaat van de museumwebsite:

‘Door terug te grijpen naar historische gebeurtenissen en deze te vertalen in een wereld van fantasie en verbazing, vraagt Abels je anders te kijken naar het heden en de toekomst. Kunst slaat hier een brug. Duik in de sprookjesachtige wereld die Abels schetst en laat je verbeelding de lege bladzijdes van morgen vullen.’

1 Jasper Abels Turning Pages Zwolle
Hoogtepunt van Turning pages is wat Abels met de keuken van het Drostenhuis heeft gedaan. Verwijzend naar de textielindustrie van Twente bouwde hij als ode naar de tijd dat werk nog een ambacht heette een installatie in de vorm van een zeventiende eeuws interieurschilderij vol citaten uit de (kunst)geschiedenis. Echter niet met verf, maar met borduurwerk dat hij ergens op een rommelmarkt op de kop heeft getikt.

Gaat dat zien. Tot en met 15 september. Zie ook deze link.


Dit is ook Polen, een fotoboek van U.G. van der Korput

Dit is ook Polen
In maart dit jaar verscheen bij uitgeverij De Harmonie een vervolg op Net niet verschenen boeken van Gummbah, effectief getiteld Net niet verschenen boeken. Appendix. Omdat dit boek naar mijn mening te weinig is opgemerkt, vooral door anderen, wil ik het vandaag opnieuw onder de aandacht brengen.

Met het oog op het begin van het Europees Kampioenschap voetbal in Duitsland, waarbij onze Mannschaft komende zondag in Hamburg mag aantreden tegen Die Mannschaft van Polen is de keuze gevallen op bladzijde 34 en 35. Als de keuze was gevallen op bladzijde 36 en 37 had hierboven een spread gestaan met links de cover van de dichtbundel Draaimolen naar de hel van Bibi Leder en rechts het titelgedicht.


Nieuwe Drentse bandjes kijken in Podium34 te Borger

Happenstance Foto Marcel Krijgsman
Eenmaal bekomen van het Hello Festival kunnen luisteraars in Drenthe zich opmaken voor twee avonden met nieuwe muziekjes. Nee, dat heeft geen betrekking op het Holland International Blues Festival dat – met onder anderen Buddy Guy - vanaf donderdag drie dagen achtereen plaatsgrijpt in Grolloo.

Hier wordt verwezen naar twee gratis toegankelijk Baseline-avonden in Podium 34 in Borger met acts die zijn geselecteerd voor Drentsch Peil XL, het coachingtraject van The Bake Shop en Stichting Kunst & Cultuur. Tijdens Baseline krijgen nieuwe Drentse bands en solotypes feedback van experts om hun optredens te verbeteren. Aanvang is steeds 19.30 uur. De line up is als volgt:

15 juni 2024

  • Moonlighter (Borger)
  • Happenstance (Assen – foto)
  • The Meadow (Assen/Steenwijk)
  • Gargalesis (Annen)
  • Joining Ends (Emmen)

22 juni 2024

  • Wood for the Trees (Roden/Borger/Assen)
  • Josue Davis (Assen)
  • State of the Art (Zuidlaren)
  • Radiant Sculptures (Emmen)

Leest ‘Gedeelde verhalen’ van Lisa Kuitert

Gedeelde verhalen Lisa Kuitert
Omdat ik het afgelopen jaar veel fictie moest/mocht lezen, schoot de non-fictie erbij in. In een poging een beetje bij te lezen, ben ik begonnen aan Gedeelde verhalen van Lisa Kuitert over de bijna 150 jaar omspannende geschiedenis van uitgeefconcern Veen Bosch & Keuning. Dat lezen gaat met sprongen, van voor naar achter en weer terug.

Zo’n vijftien jaar geleden voelde ik mij enigszins verwant aan VBK, zoals het concern afgekort heet. Het boekenbedrijf was in 2005 een fusie aangegaan met de NDC Mediagroep, uitgever van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant, mijn kranten.

Een of misschien twee jaar later, kregen we in de centrale hal van het krantenbedrijf aan de Lubeckweg in Groningen, een cassette met het verzameld werk van Gerard Reve uitgereikt, een uitgave van L.J. Veen. Als lijmmiddel vermoedelijk, al kan het ook een poging zijn geweest de ramsj voor te zijn.

Afgaand op het papier was de cassette ergens gedrukt in Tsjechië, zeker niet in de drukkerijen van Groningen of Leeuwarden. In entree naar die hal prijkten inmiddels aan de wand grote portretten van de VBK-succesauteurs als Nicci French, Nelleke Noordervliet en Geert Mak. Aan de Sixmastraat in Leeuwarden (foto) hangen ze nog, als is daar recentelijk een verbouwing begonnen.

NDC VBK Sixmastraat Leeuwarden
Een enkele keer had ik last van de fusie. Bijvoorbeeld als ik door een marketingmedewerker van één van vele uitgeverijen onder de VBK-paraplu erop werd gewezen dat het ook in mijn belang zou zijn als aandacht werd geschonken aan een VBK-titel. Hoezo? Wie schoot er iets mee op als ik zou schrijven dat schrijver zus of zo een belabberd boek had geschreven?

Of die keer in 2010 dat ik van mijn chef het verzoek ontving Renate Dorrestein te interviewen over haar roman De Leesclub, omdat ‘we’ daar een actie mee zouden doen, iets met een boottocht. De Leesclub was een uitgave van het NDC/VBK-onderdeel Contact dat twee jaar laten zou opgaan in Atlas Contact.

Ik reisde naar Wassenaar en voerde met Dorrestein een gesprek over onder meer het nadrukkelijk noemen van het whiskymerk The Famous Grouse in De Leesclub. Datzelfde merk was sponsor van voornoemde boottocht. Aan mij de taak lezers op het idee te brengen De Leesclub te kopen en zich aan te melden voor de tocht middels een kadertje onderaan mijn artikel.

Tijdens het gesprek ging het ook over de keer dat Dorrestein vrouwenglijmiddel Lubricare had opgevoerd in haar roman Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor. Duizend euro had ze ervoor gekregen. Een schijntje voor een boek waar uiteindelijk honderdvijftigduizend exemplaren van zijn verkocht.

Met de vermenging van literatuur, commercie en journalistiek was niets mis, concludeerde Dorrestein. Zolang het maar duidelijk is en voor iedereen zichtbaar op tafel ligt. Ik schreef het allemaal zo transparant mogelijk op.

Lisa Kuitert staat in het vlot geschreven Gedeelde verhalen uitvoerig stil bij de fusie. En dus ook bij de oorzaak van het mislukken. Dat had zeker te maken met de aankoop van schoolboekenuitgeverij Thieme Meulenhoff voor heel veel geld, juist in een tijd dat het onderwijs op grote schaal begon te digitaliseren en de kredietcrisis uitbrak.

In 2012 werden NDC en VBK opgesplitst. “Er is geen synergie tussen boeken, kranten en educatieve uitgaven,” concludeerde directeur Wiet de Bruijn. De kranten bleven achter met een flinke schuld die het schrappen van banen noodzakelijk maakte.

Blijkbaar had ik mijn werk niet goed gedaan.

Wat onder meer goed is aan het boek van Kuitert is dat het laat zien dat de wereld van het uitgeven, vooral de laatste decennia, een wereld is geworden waarin in steeds hoger tempo vissen elkaar schrokkerig opeten. Dat was welbeschouwd al zo toen Lambertus Jacob Veen op 23-jarige leeftijd in 1887 in Amsterdam een uitgeverij begon, L.J. Veen. ‘Om een fonds op te bouwen moest hij beginnen met bestaande titels over te kopen van anderen’, schrijft Kuitert aan het begin van het boek.

Wat begon met het overkopen van titels, veranderde gaandeweg in het overkopen van auteurs, personeel, fondsen en daarna complete bedrijven. Dit voorjaar werd bekend dat VBK in zijn geheel eigendom wordt van de Amerikaanse uitgeefgigant Simon & Schuster. Zelf werd Simon & Schuster in 2023 voor 1,5 miljard euro gekocht door een private-equityfonds.

Aan het slot van Gedeelde verhalen schrijft Kuitert dit:

‘De geschiedenis van het bedrijf laat zien dat het evenwicht tussen kwaliteit en commercie soms kwetsbaar is. Dat de waan van de dag niet altijd een goede raadgever is, en dat fusies en alsmaar groeien rampzalige gevolgen kunnen hebben. Het zijn die lessen van wijsheid uit de geschiedenis waarmee het bedrijf de grote verwachtingen kan gaan waarmaken. Maar als er iets is wat hopelijk zal blijven hangen, dan is het wel dat uitgeven mensenwerk is.’

Nu weer verder lezen.


Denk ook eens aan kunst en erfgoed als je voor of tegen de uitholling van de Europese Unie stemt

Joost Klein
Terwijl de Europese Verkiezingen dit jaar vooral over ‘de ruk naar rechts’ lijken te gaan en wat dat betekent voor het klimaat, immigratie, de oorlog in Oekraïne en hoe de economie in Europa zich verhoudt tot die van China en de Verenigde Staten, doet ‘Brussel’ ook aan cultuurbeleid.

De Europese Unie heeft het zogeheten Creatief Europa-programma opgesteld voor het ondersteunen van de culturele en creatieve sector van de lidstaten. Voor de jaren 2021 tot en met 2027 is een budget beschikbaar van 2,44 miljard euro. In de jaren daarvoor was dat 1,47 miljard. Dit jaar gaat het om zo'n 320 miljoen euro.

Creatief Europa heeft twee hoofddoelen: ‘het beschermen, ontwikkelen en bevorderen van de Europese verscheidenheid van cultuur en taal en van het culturele en taalkundige erfgoed van Europa’ en ‘het versterken van het concurrentievermogen en het economisch potentieel van de culturele en creatieve sectoren, met name de audiovisuele sector’.

Op deze website is na te lezen waar het programma op gericht is:

  • Financiering: Creatief Europa biedt financiële steun aan culturele en creatieve projecten, zoals films, muziek, literatuur, kunst en erfgoed. Organisaties en professionals kunnen subsidies aanvragen om hun activiteiten te ontwikkelen.
  • Samenwerking: Het programma stimuleert grensoverschrijdende samenwerking tussen culturele instellingen, kunstenaars en professionals. Dit bevordert culturele diversiteit en uitwisseling van ideeën.
  • Toegang tot markten: Creatief Europa helpt bij het vergroten van de zichtbaarheid en distributie van culturele werken. Het ondersteunt ook de internationale promotie van Europese kunst en cultuur.
  • Talentontwikkeling: Het programma investeert in opleiding, netwerken en vaardigheden voor professionals in de culturele en creatieve sector.
  • Cultureel erfgoed: Creatief Europa ondersteunt projecten die gericht zijn op het behoud en de toegankelijkheid van Europees cultureel erfgoed.

Nu hoor ik iemand roepen 'ja, dat is mooi en aardige propaganda, maar hoeveel van dat geld komt in Nederland terecht?'. Die opmerking kan ik niet een-twee-drie beantwoorden. Ik ken uit mijn hoofd maar een cultuurclub in Nederland die geld uit Brussel ontvangt: festival Eurosonic Noorderslag.

Volgens persbureau Knip & Plak ontvangt ESNS 2,1 miljoen euro subsidie voor het European Talent Exchange Program (ETEP), dat Europese bands en artiesten helpt aan optredens op zestig grote Europese festivals. Sinds 2003 zouden meer dan vierhonderd acts met behulp van dit programma op ruim 1100 festivals buiten hun eigen landsgrenzen hebben opgetreden.

Speciaal voor mensen die niet van kunst houden, maar wel van erfgoed is het wellicht aardig om te weten dat het Rijksmuseum in Amsterdam EU-financiering heeft gebruikt voor renovatie en modernisering, dat de Domtoren in Utrecht en St. Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch geld uit Brussel hebben ontvangen voor restauratie en behoud en dat Kasteel de Haar in Haarzuilens dankzij Brussel open kan blijven voor publiek.


Het Verdriet van Drenthe keer terug, net als de TaalTheaterNacht in Emmen

Ik zinspeelde erop met dit bericht, er komt een nieuw deel in de essayreeks ‘Het verdriet van Drenthe’. Journalist Marijke de Vries treedt in de voetsporen van onder anderen Willem van Toorn, H.H. ter Balkt, Frank Westerman, Marcel Möring, Mariët Meester en Tomas Ross.

De Vries, opgegroeid in Nieuw-Amsterdam, schreef bijna vier jaar geleden voor dagblad Trouw een essay getiteld: ‘Als jongere liever vandaag dan morgen weg uit je geboortedorp: inzichten van een uitvlieger’. Als de link werkt en DPG heeft er geen betaalmuur omheen gebouwd, is het stuk hier nog na te lezen. De reacties destijds staan hier

Aanleiding voor het schrijven van De Vries is de terugkeer van de TaalTheaterNacht op vrijdag 22 november in Emmen ter viering van het 35-jarig bestaan van Stichting Taalpodium Emmen (STEM). De stichting, tegenwoordig onder meer bekend van het jaarlijkse Nederlands Kampioenschap light verse-dichten, organiseerde in 1990 de eerste en in 2007 de laatste TaalTheaterNacht.

Citaten afkomstig uit een vorig week verstuurd persbericht:

“In nauwe samenwerking met Facet organiseert STEM nu de 19de editie van de TaalTheaternacht. Twee artiesten van deze eerste TaalTheaterNacht komen ook nu, 35 jaar later, naar Emmen om voordrachten te geven: de Drentse schrijver Jan Veenstra en Jean Pierre Rawie, dichter en columnist van het Dagblad van het Noorden.

Het volledige programma, met landelijke, noordelijke en lokale schrijvers, dichters, muziek, kleinkunst, jong talent en meer, wordt direct na de zomer bekend gemaakt. Ook voor jongeren is er een prominente plaats ingeruimd. Op maar liefst 8 podia wordt er een boeiend programma geboden tussen 19.30 en 01.00 uur.

De TaalTheaterNacht vindt plaats op vrijdag 22 november bij Facet, in het centrum van Emmen. Inmiddels is de ticketverkoop gestart via de webshop van Facet. Voor jongeren t/m 21 jaar is het gratis toegankelijk (een ticket is wel noodzakelijk), voor 22 jaar en ouder voor een feestprijsje van slechts € 10,00.’