Arjen Lubach (Groningen, 1979) werd tien jaar geleden plotseling bekend als Slimme Schemer die samen met Tido, alias Janine Abbring, een nationale hit scoorde met Jelle. Daarna ontwikkelde hij zich tot een duizendpoot: radiomaker, cabaretier, ideeënman en grappenmaker, medewerker aan televisieprogramma's en schrijver. Voor zichzelf én anderen. Onlangs presenteerde hij zijn derde roman Magnus.
Lutjegast
"Ik ben in een ziekenhuis in Groningen geboren, maar opgegroeid in Lutjegast, in een gezin met twee broers. Mijn moeder is jong overleden; daardoor is er voor mij een periode vóór haar dood en na haar dood. Ik heb tot mijn vijftiende jaar in Lutjegast gewoond. Ik heb er een prettige jeugd gehad, al waren we wel import en ik werd ook wel gepest, maar als het er op aan kwam was ik wel hún import."
Piano
"Mijn ouders hebben beiden een juridische achtergrond, mijn vader werkte voor de universiteit. Ik kom niet uit een echt cultureel nest. Er werd wel veel gelezen en er was een piano, waarop mijn vader speelde terwijl hij de krant las of met ons praatte. Hij improviseerde op de piano, niet dat hij virtuoos was, maar wel goed, en alsof het een bijzaak was. Op een of andere manier leefde bij ons thuis het idee dat je van de kunst niet je beroep moest maken, dat andere dingen net iets belangrijker waren."
Filosofie
"Als kind had ik geen idee wat ik wilde worden. Nog niet trouwens. Als ik een vacature zie, vakantiehulp op Terschelling of zo, dan denk ik soms 'ja, dat is wat ik moet doen!'. Er is een tijd geweest dat ik diplomaat wilde worden: in het buitenland verblijven met een doel, meerdere talen spreken. Dat ik filosofie ben gaan studeren, was omdat ik geïnteresseerd ben in filosofie. En dan vooral in logica en argumentatieleer."
Jelle
"Dat het met de studie anders is gelopen, komt door Jelle. Die plotselinge hit bracht zoveel met zich mee dat ik vanwege Slimme Schemer en Tido even geen tijd had voor college. Muzikaal stelde het niet zo veel heel voor. Jelle was een parodie (op Stan van Eminem, red.) en met de tekst namen we Syb van de Ploeg in de maling. Ik heb een jaar kunnen leven van die hit. Het heeft mijn ogen geopend: je kunt dus wel van zoiets bestaan."
Radio
"Hoe komt iemand bij OOG Radio? Het begint met rondhangen, denk ik. Zo ben ik tenminste begonnen. Later heb ik meegewerkt aan Die Toffe Gasten, het wekelijkse programma van Karel ten Haaf en Stefan Nieuwenhuis. Na OOG Radio wilde ik naar 3FM, mede vanwege Ruud de Wild en Giel Beelen, dj's die een tijdlang alle radiowetten aan hun laars lapten. Ruud door overal doorheen te praten, Giel door helemaal geen muziek te draaien. Vanwege 3FM ben ik naar Hilversum verhuisd. Ik dacht: als ik bij 3FM wil werken, is het vast handig om alvast in Hilversum te wonen. En dat klopte. Via via werd ik producer voor het programma van Claudia de Breij."
Rapservice
"Als kind had ik al een behoefte om dingen te maken. Als wij naar de Efteling waren geweest, bouwde ik van Brinta-dozen een voorstelling die je met touwtjes kon bedienen. Op de middelbare school maakte ik met cassetterecorders een rap waarbij ik de stem van onze leraar Latijn nadeed. Waarom? Het werd leuk gevonden. Daarom waarschijnlijk. Het heeft ongetwijfeld ook met ijdelheid te maken, maar het gaat mij vooral om dingen doen die ik leuk vind om te doen. Zo moet je ook het maken van de 'Rapservice' bij Koefnoen zien."
Monica da Silva Trio
"Via Op sterk water (improvisatie-collectief, red) ben ik in het theater beland. Heel onervaren; in het begin stond ik met mijn rug naar het publiek op het podium. Via Op sterk water heb ik Tim Kamps leren, met wie ik nu het Monica da Silva Trio doe; volgende week hebben we première. We maken liedjes waar je om kunt lachen en waarvan ik hoop dat er na tweede beluistering ook nog iets blijft hangen. Kleinkunst? Cabaret? Popmuziek? We zoeken de grenzen op."
Johan Harstad
"Ik heb veel inspiratiebronnen, maar die zul je niet direct in mijn werk terugzien. A.L. Snijders bijvoorbeeld. Harry Mulisch was voor velen De Grote Een, Snijders is dat voor mij. En de Noorse schrijver Johan Harstad (van Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?, red.). Ik kende hem niet, totdat iemand mij wees op een opvallend aantal overeenkomsten: uiterlijk, leeftijd, werk, gevoel voor humor. Daarop heb ik een radiodocumentaire over hem gemaakt. Ik heb hem opgezocht, en we hadden inderdaad heel veel gemeen. Hij schrijft boeken die ik zelf geschreven zou willen hebben."
Schrijven
"Ik ben geen schrijver in de klassieke zin. Er zijn collega-schrijvers die denken dat je in het plaatje van vroeger moet passen: een ribfluwelen jasje, een getergd bestaan vol writersblocks en veel drank. Ik ben niet iemand die alleen maar schrijft en het op een zuipen zet als hij is vastgelopen. Als ik vastloop, maak ik cabaret, bedenk ik een liedje of schrijf ik een filmscript. Ik wil niet doen alsof er alleen maar literatuur bestaat, want dat is niet zo. Ik wil daar ook niet in kiezen. Waarom zou ik? Ik denk zelfs dat het goed is voor de literatuur als je ook andere dingen doet – voor mij althans wel. Het lijkt mij erg lastig, alleen maar schrijver zijn. Als Shakespeare nu leefde, maakte hij misschien óók wel videokunst."
Magnus
"Magnus vertelt over een ik-figuur, Merlijn, die zijn jeugdliefde is kwijtgeraakt en op onderzoek uitgaat als in Zweden geld wordt uitgegeven met zijn creditcard. Het boek gaat over identiteit, over wat er gebeurt als mensen met elkaar opgescheept zitten en wat tijd met je doet. Het verhaal speelt in Amsterdam, in Zweden en Zwitserland, maar ook in Groningen en Drenthe. Het is na Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend en Bastaardsuiker mijn derde roman. Ik kan niet vertellen wat mijn thema's zijn, dat moeten anderen maar uitmaken. Ik kan alleen zeggen dat ik hoop dat mijn romans mensen emotioneren, laten lachen en dat ze iets lezen wat ze niet eerder hebben gelezen."