Streektaalprijs

Zoeken

  • In Woest en Ledig
    Google

    WWW
    woestenledig.com

Wenken voor gebruik

  • Zonder toestemming en duidelijke verwijzing mogen geen berichten en foto's van Woest en Ledig worden overgenomen. Persberichten, vragen en opmerkingen kunt u mailen naar woestenledig@home.nl

Nachtkastje

  • Hedwig Baartman: Offerschaap
  • Ton van 't Hof e.a.: Flarf, een bloemlezing
  • Tsjebbe Hettinga: Equinox
  • Menno Wigman: De droefenis van copyrettes
  • Willem van den Berg & Piet Couttenier: Alles is taal geworden

Recensies en kritieken

Mijn foto

13-7-09

Alles is taal geworden: Niet voor een, maar voor allen

AllesIsTaalGeworden Op de middelbare school leerden we dat de Nederlandse literatuur pas na 1880 de moeite waard werd. De Max Havelaar (1860) van Multatuli uitgezonderd, was alle poëzie en proza van voor die tijd hoogdravend en sentimenteel. Als hoofdschuldigen werden de dominees en onderwijzers aangewezen, hobbyschrijvers met een romantische inslag, in de verste verte geen kunstenaars.

 

Twee jaar geleden verscheen de biografie van de man die dit misverstand de wereld in heeft geholpen: Conrad Busken Huet, de Gerrit Komrij van zijn tijd. Als criticus legde Busken Huet (1826 – 1886) in de negentiende eeuw onze literatuur langs een internationale meetlat en concludeerde vervolgens dat het allemaal beneden de maat was. Tot groot genoegen van de Tachtigers, de nieuwe generatie van wie hij  het werk niet meer kon veroordelen.

 

In Alles is taal geworden, waarin Willem van den Berg en Piet Couttenier de geschiedenis van de Nederlandse literatuur tussen 1800 en 1900 behandelen, wordt het stereotiepe beeld omver getrokken. Natuurlijk, niet alles uit de eerste helft van de negentiende eeuw leest even fris en makkelijk weg, maar het idee dat het een ingeslapen boel was in de Nederlandse en Vlaamse letteren blijkt domweg uit de lucht gegrepen.

 

Een greep uit de veranderingen: na 1800 werd literatuur een zaak van de gemeenschap met veel aandacht voor het nationaliteitsdenken, het boekenvak professionaliseerde, dankzij het verbeterde onderwijs en de opkomst van de leeszalen nam het aantal lezers toe, overal werden clubs opgericht voor welsprekendheid, de literaire kritiek ontstond, de wetenschappelijke belangstelling voor literatuur nam toe.

 

Ondertussen waren alle schrijvers amateur. “Geen van hen kon van de pen leven, zoals Busken Huet en Multatuli later als broodschrijvers gedwongen waren”, schrijven Van den Berg en Couttenier. “De enige uitzondering vormde (de in Groningen begraven) J.J.A. Goeverneur, tevens redacteur van het familieblad De Huisvriend, dankzij talloze bewerkingen en vertalingen van zijn hand.”

 

Geheel in de geest van de Tachtigers is literatuur tegenwoordig ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’. Vóór die tijd was het een groepsgebeuren, waarbij literatuur gezamenlijk en tijdens optredens werd beleefd. In Alles is taal geworden wordt in dat verband het boek De Declamatie uit 1848 besproken, geschreven door de Groninger hoogleraar Lulofs, over ‘de kunst van het declaméren of recitéren’

 

Het boek van Lulofs is niet alleen vanwege ‘de uitbeelding van welsprekende gebaren’ een fascinerende uitgave. In Groningen wordt de literatuur nog steeds nadrukkelijk gemeenschappelijk beleefd. Denk aan het bestaan van de rederijkerskamers, denk aan het grote aantal leesclubs in Drenthe en Groningen en denk ook aan de vele podiumdichters die in het Noorden actief zijn.

 

In Alles is taal geworden worden meer lijntjes tussen heden en verleden blootgelegd. De aversie van critici tegen de streekroman bijvoorbeeld, ook als die streekroman opvallend veel realiteit blijkt te bevatten. Of anders het bejubelen van woordkunst en onnavolgbare esthetica boven vormvaste poëzie waarin herkenbare gevoelens worden vertolkt. En, jawel, de opnieuw actuele discussie over maatschappelijke betrokkenheid van literatuur.

 

Maar de belangrijkste (literaire) gebeurtenis is toch wel de breuk tussen het individu en het collectief. Ergens halverwege ‘Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten’ van Willem Kloos uit 1894 en ‘Wien Neêrlands bloed in d' aders vloeit’ van Hendrik Tollens uit 1815 liggen de parels van de negentiende eeuw voor het oprapen. Het zijn er aanzienlijk meer dan ons op school werd verteld.

 

Boek: Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800 en 1900. Auteurs: Willem van den Berg en Piet Couttenier. Uitgeverij: Bert Bakker. Prijs: €59.95 (834 blz)

8-7-09

’Le petit prince’ nu ook in het Drèents

DeKleinePrins Streektaalfunctionaris Abel Darwinkel heeft Le petit prince van de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry overgezet in het Noord-Drents: De kleine prins. De 96 bladzijden tellende vertaling is verschenen bij Tintenfass Verlag uit Neckarsteinach, een Duitse uitgever gespecialiseerd in klassiekers in minderheidstalen.

 

Darwinkel liep bij zijn vertaalwerk onder meer tegen het ontbreken van een Frans- Drents woordenboek aan. “Franse woorden die ik niet kende moest ik dus opzoeken in een woordenboek Frans-Nederlands en vervolgens moest ik het Nederlandse woord overzetten in het Drents”, vertelt hij in Dagblad van het Noorden.

 

Af en toe pakte Darwinkel de Friese vertaling, De lytse prins, erbij. “Een ander specifiek probleem was dat ik het af en toe plechtige Frans van sommige personages moest overzetten in gewoon alledaags Drents. Desondanks ben ik er volgens mij in geslaagd de boodschap van De kleine prins te behouden."

7-7-09

Cor Hoppenbrouwers en de omgekeerde 'Buddenbrooks'

CorHoppenbrouwers Bij het afscheid geeft Cor Hoppenbrouwers (foto: Jan Zeeman) een exemplaar van zijn boek Het regiolect uit 1990 cadeau, waarin hij het verbleken van dialect tot algemeen Nederlands beschrijft. En in de deurpost zegt hij, terugblikkend op het interview over zijn  roman Door Drentse Venen en het zojuist verschenen vervolg Naar het nieuwe licht: “Ik voelde me even weer helemaal docent.”

 

Hoppenbrouwers (Valkenswaard, 1936) heeft wat uit te leggen. Over waarom een in Noord-Brabant geboren en in Haren woonachtige, voormalig aan de universiteit in Groningen verbonden taalkundige heeft besloten een trilogie te schrijven over een vervenersfamilie bijvoorbeeld. En of die Drentse geschiedenis ook wat kan vertellen over de huidige economische neergang en de culturele veranderingen van dit moment.

 

Dat van die trilogie was geen vooropgezet doel. “Eigenlijk wilde ik een of twee boeken schrijven. Heel dikke banden. Maar dat leek de uitgever geen goed idee. Daarna is er in de tekst geschoven en geschrapt. Zo zat het einde van deel 2 eerst in het begin van deel 1. En van een lang stuk over het ontstaan van de Semslinie, de grens tussen Groningen en Drenthe, is maar één bladzijde overgebleven.”

 

Vermorzel je pronkjuwelen - bij Hoppenbrouwers zijn dat er nogal wat. In Door Drentse venen en Naar het nieuwe licht beschrijft hij niet alleen de lotgevallen van een Veenkoloniaal gezin, maar ook de opkomst en ondergang van de turfindustrie, de ontwikkeling van het platteland, verschuivingen in de streektaal, sociale en politieke veranderingen, de groeiende welvaart. “Eigenlijk is het een bildungsroman waarin de vooruitgang wordt beschreven”, vat hij samen.

 

Het idee Zuidoost-Drenthe als decor te gebruiken, stamt uit Hoppenbrouwers’ tijd als dialectspecialist aan de universiteit. “Destijds heb ik met studenten de streektaal in Emmer-Compascuum nader onderzocht. Een interessant gebied omdat eind negentiende eeuw in die omgeving Groningers, zand-Drenten, Drenten uit de omgeving van Hoogeveen, Friezen, maar ook Duitsers en mensen uit Overijssel zijn neergestreken.”

 

Staan in Door Drentse Venen nog veel dialogen in de streektaal, in Naar het nieuwe licht is dat  beduidend minder. “Jochem Trip, de hoofdpersoon, moet van zijn schoonmoeder – een zand-Drent – minder knauwen. Daarna raakt hij bevriend met een onderwijzer uit Friesland – dus praten ze Nederlands. Zo gaan veranderingen. De mobiliteit neemt toe, mensen leren mensen uit andere streken kennen en de taal van de familie raakt op de achtergrond.”

 

Soepeltjes verweeft Hoppenbrouwers grote en kleine gebeurtenissen in zijn vertelling: de entree van de fiets, de Eerste Wereldoorlog, de Spaanse Griep, de introductie van de radio. Halverwege het tweede deel zet het verval van ‘Drents Californië’ in. De overeenkomsten met de huidige crisis zijn frappant. “Inmiddels weet ik dat het niets nieuws is; de econoom Keynes heeft dit soort ontwikkelingen al in de jaren dertig beschreven. Het is ook niet vergelijkbaar. Emmen en Klazienaveen staan er heel anders voor dan begin vorige eeuw.”

 

De familie Trip trekt in de nieuwe roman noodgedwongen weg, om te werken in de Philipsfabrieken in Eindhoven. Op het perron worden ze door de lokale bevolking bespuwd en uitgescholden voor turftrappers en jeneverdrinkers. Daarna worden ze ondergebracht in een ‘Drents dorp’. Hoppenbrouwers laat een brief van de fabrieksdirectie zien waarin de Drentse Philips-arbeiders worden omschreven als ‘de Hunnen’. “Het is de integratieproblematiek van die tijd.”

 

NaarHetNieuweLicht Deel drie zal zich vrijwel volledig in Noord-Brabant afspelen, Hoppenbrouwers heeft het manuscript bijna klaar. Mogelijk volgt daarna nog een vierde deel, want aan vertelstof en inspiratie geen gebrek. “Aanvankelijk wilde ik een historische roman schrijven volgens de Franse traditie. Daarna werd het een omgekeerde Buddenbrooks van Thomas Mann, over een arbeidersfamilie die het steeds beter krijgt. Inmiddels is het een streekroman, een familieroman, een historische roman in één. Nu wil ik alles vertellen.”

 

Boeken

 

De romans Door Drentse venen (€16,95, 240 blz.) en Naar het nieuwe licht (€17,95, 288 blz.) van Cor Hoppenbrouwers worden uitgegeven door Noordboek. De auteur wordt 16/8 tussen 11.00 en 12.00 uur geinterviewd door Lukas Koops in het Radio Drenthe-programma 'Op verhaal komen met...'

2-7-09

Stellingwerver tekst uit de Middeleeuwen ontdekt

In het Gelders Archief in Arnhem is de tekst ontdekt van het Middeleeuwse landrecht van Stellingwerf. Volgens de universiteit Groningen is het uitzonderlijk dat in onze tijd nog Middeleeuwse rechtsregels van een gebied worden teruggevonden. Tot dusver was niets bekend over eigen Middeleeuws recht in de Stellingwerven. De tekst wordt vrijdag gepresenteerd.

 

De gevonden tekst is een Nederlandse vertaling uit de late vijftiende eeuw en bestaat uit tien rechtsregels die zijn vastgelegd in opdracht van de ‘stellingen’, de bestuurders van de landsgemeente Stellingwerf. De regels bevatten bepalingen op het gebied van erfrecht en strafrecht waaronder een boete op het maken van inbreuk op de Friese vrijheid.

 

Het gebied waarop de tekst betrekking heeft, viel tot 1328 onder het gezag van de bisschop van Utrecht. Na een opstand vormde het bijna twee eeuwen lang een vrije, zichzelf besturende landsgemeente. In 1500 werd Stellingwerf onder hertog Albrecht van Saksen bij Friesland ingelijfd waar het tegenwoordig nog altijd deel van uit maakt.

26-6-09

Tsjêbbe en Dirk via bluetooth op de 06 in de trein

Zaterdag 27 en zondag 28 juni wordt de Dag van de Architectuur gehouden, een jaarlijks evenement bedoeld om architectuur onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Thema is dit keer ‘architectuur & mobiliteit'.

 

Treinreizigers op de trajecten Assen- Groningen en Groningen – Leeuwarden kunnen bij deze gelegenheid via bluetooth op hun mobiele telefoon vooraf ingesproken columns en verhalen over het noordelijke landschap en de bebouwing ontvangen.

 

De columns zijn ingesproken door dichter Tsjêbbe Hettinga of landschapsarchitect Dirk Sijmons en hebben betrekking op gebouwen en de omgeving langs de treintrajecten. “Het enige wat u hoeft te doen, is in de eerste of tweede coupé van de trein plaats te nemen met uw mobiele telefoon”, beloven de organisatoren.

 

Bij Cercle Meudon, het Architectuurpodium in Assen, wordt  28 juni gedebatteerd over infratructuur en mobiliteit toegespitst op Assen. Deelnemers zijn onder anderen beeldend kunstenaars Anne Jaap de Rapper en Gert Wijlage, architectuurtheoreticus Geert Hovingh en stedebouwkundige Frans Beune. Locatie is Venestraat 88 tussen 15.00 tot 17.00 uur. Toegang gratis.

 

24-6-09

Tom America in Zwolle, Brel in het Gronings

FestivalZwart Vanaf donderdag 25 juni wordt in Zwolle de tweede editie van festival Zwart gehouden, een vierdaags evenement met veel theater, beeldende kunst en muziek. De kern van het festival bestaat uit 32 kunstproducties in en rondom de binnenstad van Zwolle. De producties zijn ondergebracht in acht routes van elk drie of vier voorstellingen; elke route zal 60 tot 90 minuten duren.

 

Een van de routes is ‘ingericht’ door Tom America. De Tilburgse componist, tekstschrijver en kunstenaar is gekoppeld aan de kunstenaars Yoko Heiligers & Floor Rieder, Anna Cosper & Anna Skubisz, Isil Vos, Anne Harbers & Joeri Vos en Sandra Lange. De Zwolle-America lijn belooft 'fietsen in de Sassenpoort, Tjechov in de Koestraat en herinneringen in de Sassenstraat en een ode aan burgemeester Mooiweer'.

 

Ander onderdeel van de programmering is een reeks concerten waarbij ‘wereldsterren’ in streektaal worden vertolkt. De concerten worden gegeven in de Goudsteeg, steeds om 20.15 uur en op zondag om 15.00 uur. Kaarten kosten € 7,50.

 

Zo spelen Martin Korthuis en zijn band werk van Jacques Brel en Townes van Zandt in het Gronings. Paul van Loo & Ivo Rosbeek spelen Bob Dylan, Lou Reed en Ede Staal in het Limburgs. Gooswijn van Rees speelt Tom Waits, Raymond van het Groenewoud en de Rolling Stones in het Genemuiders. En Piter Wilkens speelt Cornelis Vreeswijk en Leonard Cohen in het Fries.

JM Prijs 2009 voor essay Hein Klompmaker

Hein Klompmaker is met zijn essay Onderweg. Over de maakbaarheid van identiteit uitgeroepen tot winnaar van JM Prijs 2009. In de categorie proza ging de prijs naar Froukje Postma met haar verhaal Tsien jier wachtsje en in de categorie poëzie Elske Kampen met Altyd de loft.

 

Dat is dinsdag bekendgemaakt in Oranjewoud. De JM Prijzen zijn ingesteld door het Je Maintiendrai Fonds. Dit keer had de prijs de vorm van een schrijfopdracht over regionale identiteit. "Geen enkele literaire prijs in het Noorden van het land kent bij ons weten een zo hoog prijzenbedrag, tezamen een kleine 30.000 euro", aldus de jury bij monde van Goffe Jensma.

 

Het niveau van de essays viel de jury overigens tegen. "Een essay hoort een originele, scherp geformuleerde, persoonlijke visie op een bepaald onderwerp te zijn. In deze, misschien ook wel moeilijkste categorie vonden we veel bijdragen erg voorspelbaar en was de persoonlijke insteek vaak afwezig", aldus Jensma.

 

In zijn bijdrage vertelt Klompmaker, directeur van het Hunebed Informatiecentrum in Borger, hoe een man tijdens een autorit van Frankrijk onderweg allerlei regionale identiteiten waarneemt. Hij komt tot de volgende conclusie: "Ik ben een optimist. Ik geloof in de maakbaarheid van (regionale) identiteit door positieve keuzes te maken, die onze binding symboliseren.’ ‘Met de Focus rij ik mijn oprit op. Ik ben thuis, maar blijf onderweg."

 

In de categorie proza won Froukje Postma met een verhaal waarin een moeizame verhouding tussen een vader en een dochter wordt verweven met één van de iconen van de noordelijke identiteit: het schaatsenrijden. Het gedicht Altyd de loft van Elske Kampen beschrijft hoe een meisje uit het noorden en een jongen uit het zuiden onder dezelfde lucht hun jeugd beleven.

 

"Zowel in zijn techniek als in zijn uitdrukking en taalgebruik is het een voortreffelijk gedicht", aldus de jury waarin naast Jensma ook Marga Kool en Rutger Kopland zitting hadden.

20-6-09

Martin Hillenga streektaalfunctionaris Groningen

Martin Hillenga uit Veendam is benoemd tot de nieuwe streektaalfunctionaris van Groningen. Zijn aanstelling als opvolger van Siemon Reker is vrijdag bekendgemaakt op het provinciehuis in Groningen.

 

Hillenga (Zuidlaarderveen, 1972) is van huis uit historicus met als specialisatie het Noord-Nederlandse verleden. Zo was hij onder meer betrokken bij de driedelige uitgave over de provinciale geschiedenis van Groningen en de totstandkoming van de Encyclopedie van Drenthe.

 

Met Hillenga krijgt Groningen een streektaalfunctionaris van het 'rekkelijke' soort. Tijdens zijn eerste optreden gaf de nieuwe functionaris aan dat hij de invloed van het Hollands op het Gronings niet per definitie slecht vindt en dat hij waarde hecht aan een gelijkwaardige behandeling van de Groninger taal, cultuur en geschiedenis.

 

Door afstand te nemen van het taalpurisme zet Hillenga de lijn van Reker voort. Die heeft de afgelopen 25 jaar als streektaalfunctionaris vooral de rijkdom en mogelijkheden van de Groninger taal voor het voetlicht gebracht. In zijn afscheidstoespraak riep Reker gisteren wederom op tot meer waardering voor de verscheidenheid van de streektaal.

14-6-09

Uitgelaten Zomerzinnen 2009

Zomerzinnen Alsof er in gansch Drenthe niets anders te doen was, zo druk was het zaterdag op de Brink in Dwingeloo tijdens de derde editie van literatuurfestival Zomerzinnen. Druk tijdens de optredens, druk voor de bierkraam, druk bij de kraampjes. De omvang van mensenmassa’s laat zich altijd lastig schatten, maar tussen de 1500 en 2000 bezoekers moeten er zeker zijn geweest. Zeker meer dan in Veenhuizen, vorig jaar, ook meer dan in Wezup, in 2007.

 

Wat wil je: gratis en een uitstekend programma met optredens van Herman Koch, Tommy Wieringa, Rosita Steenbeek, Herman Pleij, Nico Dijkshoorn, Rick Launspach, Judith Koelemeijer, Marga Kool, Gerard Stout en Gerard Nijenhuis. Op verschillende locaties, veelal in verhitte tenten. Woest & Ledig wist tot vier maal toe een compleet optreden bij te wonen, moest daarvoor flink doorlopen, en trof steeds een opvallend jolige stemming aan. Alleen bij de muziek van Nits, Henk Hofstede en Robert Jan Stips, werd ietwat bedrukt gekeken.

 

Herman Pleij bijvoorbeeld kreeg een overvolle tent plat met een razend referaat over de Nederlandse identiteit doorspekt met karikaturen en verwijzingen naar de leuzen ‘weg met die dikke koppen boven maaiveld’ en ‘doe maar gewoon want dat geeft ons een geruststellend gevoel’. Hilarisch, maar gaandeweg kroop er bij deze verkneukelpartij toch iets van plaatsvervangende schaamte naar boven. Gelukkig hebben alle voorbeelden van Pleij louter betrekking op Holland.

 

Het optreden van Nico Dijkshoorn spande de kroon, met fijn gekozen voorleesfragmenten uit De tranen van Kuif den Dolder, wat kort werk en een paar gedichten. Alles op de populaire cynische toffe jongens toon. “Het volgende gedicht is mijn meest geslaagde gedicht over voetbal. Compact, alles staat er in: ‘Kut, een dochter’. Speciaal voor Dwingeloo had Dijkshoorn ook nog een gedicht geschreven over Mart Smeets op Zomerzinnen: ‘Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen.’

 

Na afloop even langs de stand van uitgeverij kleine Uil gelopen: drie heren glunderend vanwege de goede handel. Het Basisboek literatuur bleek het meest verkochte werk op Zomerzinnen. En niet ten onrechte. Daarna nog een blik geworpen op afsluiter Vrouw Holland, dat Nederland wil vertegenwoordigen tijdens het Eurovisie Songfestival. Laten we er dit van zeggen: als het ze lukt, is weer een mooie aanleiding om een boek te pakken.

13-6-09

Jonge ambassadeurs met een boodschap

IMG_3914 Lammert Doedens mag als docent geschiedenis graag retorische vragen stellen. “Dus ik vraag aan een leerling: ‘Wat kreeg Anne Frank voor haar verjaardag?’ Krijg ik als antwoord: ‘Een joodse ster, mijnheer.’ Kwáád dat ik werd. Ik schrok er zelf van.”

 

De kans dat een leerling van het Nassaucollege in Beilen nog eens zo’n antwoord geeft, is klein. Zeker zolang Doedens en zijn collega Ton Peters het project Een schuldig landschap mogen uitvoeren en leerlingen kunnen opleiden tot gids op Kamp Westerbork. Jonge ambassadeurs met een boodschap: dit nooit weer.

 

“Het is dé manier om ze iets over de Tweede Wereldoorlog te leren. Kinderen nemen eerder iets aan van leeftijdgenoten dan van volwassenen,” weten Doedens en Peters. Hun project werd in het leven geroepen toen leerlingen neonazi dreigden te worden.

 

Vrijdag kregen de ambassadeurs van Doedens en Peters ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Anne Frank een rondleiding over het kampterrein van Bergen-Belsen. Maar eerst werd er voorgelezen uit Het Achterhuis. In het Frans, het Duits, het Engels, maar vooral in het Nederlands, de taal waarin van Anne haar gedachten over haar leven en toekomst heeft opgeschreven.

 

“Anne staat symbool voor de jodenvernietiging, maar ze is ook een gewoon meisje van vijftien”, vertelt directeur Habbo Knoch van Herinneringscentrum Bergen-Belsen. “Wij willen juist op haar verjaardag haar stem laten horen. Jongens en meisjes van vijftien, zestien kunnen dat het beste.”

 

Jaarlijks komen 300.000 mensen naar Bergen-Belsen. De plaatselijke bevolking worstelt nog altijd met de gebeurtenissen, vertelt gids Evelyn Thiel. “Ik merk dat ze het er liever niet over hebben. Maar de jongere generatie voelt zich minder belast en is nieuwsgierig naar wat hun ouders en grootouders verzwijgen.”

 

Thiel leidt de Drentse jongeren over een kampterrein waar, net als in Westerbork, geen barak meer overeind staat. In de jaren negentig hebben jeugdgroeperingen de fundamenten weer zichtbaar gemaakt. Wel intact gebleven zijn de grafheuvels waar de Britse bevrijders met hulp van shovels duizenden lijken moesten begraven. Daartussen moet Anne Frank ergens liggen.  “Ze is in ieder geval niet alleen”, stelt Jantine Schokker bitter vast.

 

In het bezoekerscentrum gaat het lezen ondertussen onverminderd voort. Tegen middernacht komen de laatste dagen in Het Achterhuis aan bod. Alles wat daarna is gebeurd, haalde nooit het dagboek, maar bleek een nog vreselijker geschiedenis. “Het is een groot wonder dat ik mijn hoop niet opgegeven heb”, weet Anne nog op papier te krijgen.

 

Haar dagboek eindigt op 1 augustus 1944. Anne en haar familie worden via Westerbork naar Auschwitz overgebracht en vervolgens wordt ze gescheiden van haar ouders op 28 oktober op transport gezet naar Bergen-Belsen. Ergens in maart, kort na de dood van haar zus Margot, sterft ze. Op 15 april wordt het kamp door de Britten bevrijd. Ze treffen er 60.000 mensen aan, massagraven en duizenden onbegraven lichamen.