Streektaalprijs

Zoeken

  • In Woest en Ledig
    Google

    WWW
    woestenledig.com

Wenken voor gebruik

  • Zonder toestemming en duidelijke verwijzing mogen geen berichten en foto's van Woest en Ledig worden overgenomen. Persberichten, vragen en opmerkingen kunt u mailen naar woestenledig@home.nl

Nachtkastje

  • Hedwig Baartman: Offerschaap
  • Ton van 't Hof e.a.: Flarf, een bloemlezing
  • Tsjebbe Hettinga: Equinox
  • Menno Wigman: De droefenis van copyrettes
  • Willem van den Berg & Piet Couttenier: Alles is taal geworden

Recensies en kritieken

Mijn foto

13-7-09

Alles is taal geworden: Niet voor een, maar voor allen

AllesIsTaalGeworden Op de middelbare school leerden we dat de Nederlandse literatuur pas na 1880 de moeite waard werd. De Max Havelaar (1860) van Multatuli uitgezonderd, was alle poëzie en proza van voor die tijd hoogdravend en sentimenteel. Als hoofdschuldigen werden de dominees en onderwijzers aangewezen, hobbyschrijvers met een romantische inslag, in de verste verte geen kunstenaars.

 

Twee jaar geleden verscheen de biografie van de man die dit misverstand de wereld in heeft geholpen: Conrad Busken Huet, de Gerrit Komrij van zijn tijd. Als criticus legde Busken Huet (1826 – 1886) in de negentiende eeuw onze literatuur langs een internationale meetlat en concludeerde vervolgens dat het allemaal beneden de maat was. Tot groot genoegen van de Tachtigers, de nieuwe generatie van wie hij  het werk niet meer kon veroordelen.

 

In Alles is taal geworden, waarin Willem van den Berg en Piet Couttenier de geschiedenis van de Nederlandse literatuur tussen 1800 en 1900 behandelen, wordt het stereotiepe beeld omver getrokken. Natuurlijk, niet alles uit de eerste helft van de negentiende eeuw leest even fris en makkelijk weg, maar het idee dat het een ingeslapen boel was in de Nederlandse en Vlaamse letteren blijkt domweg uit de lucht gegrepen.

 

Een greep uit de veranderingen: na 1800 werd literatuur een zaak van de gemeenschap met veel aandacht voor het nationaliteitsdenken, het boekenvak professionaliseerde, dankzij het verbeterde onderwijs en de opkomst van de leeszalen nam het aantal lezers toe, overal werden clubs opgericht voor welsprekendheid, de literaire kritiek ontstond, de wetenschappelijke belangstelling voor literatuur nam toe.

 

Ondertussen waren alle schrijvers amateur. “Geen van hen kon van de pen leven, zoals Busken Huet en Multatuli later als broodschrijvers gedwongen waren”, schrijven Van den Berg en Couttenier. “De enige uitzondering vormde (de in Groningen begraven) J.J.A. Goeverneur, tevens redacteur van het familieblad De Huisvriend, dankzij talloze bewerkingen en vertalingen van zijn hand.”

 

Geheel in de geest van de Tachtigers is literatuur tegenwoordig ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’. Vóór die tijd was het een groepsgebeuren, waarbij literatuur gezamenlijk en tijdens optredens werd beleefd. In Alles is taal geworden wordt in dat verband het boek De Declamatie uit 1848 besproken, geschreven door de Groninger hoogleraar Lulofs, over ‘de kunst van het declaméren of recitéren’

 

Het boek van Lulofs is niet alleen vanwege ‘de uitbeelding van welsprekende gebaren’ een fascinerende uitgave. In Groningen wordt de literatuur nog steeds nadrukkelijk gemeenschappelijk beleefd. Denk aan het bestaan van de rederijkerskamers, denk aan het grote aantal leesclubs in Drenthe en Groningen en denk ook aan de vele podiumdichters die in het Noorden actief zijn.

 

In Alles is taal geworden worden meer lijntjes tussen heden en verleden blootgelegd. De aversie van critici tegen de streekroman bijvoorbeeld, ook als die streekroman opvallend veel realiteit blijkt te bevatten. Of anders het bejubelen van woordkunst en onnavolgbare esthetica boven vormvaste poëzie waarin herkenbare gevoelens worden vertolkt. En, jawel, de opnieuw actuele discussie over maatschappelijke betrokkenheid van literatuur.

 

Maar de belangrijkste (literaire) gebeurtenis is toch wel de breuk tussen het individu en het collectief. Ergens halverwege ‘Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten’ van Willem Kloos uit 1894 en ‘Wien Neêrlands bloed in d' aders vloeit’ van Hendrik Tollens uit 1815 liggen de parels van de negentiende eeuw voor het oprapen. Het zijn er aanzienlijk meer dan ons op school werd verteld.

 

Boek: Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800 en 1900. Auteurs: Willem van den Berg en Piet Couttenier. Uitgeverij: Bert Bakker. Prijs: €59.95 (834 blz)

9-7-09

Kijken en lezen, lezen en kijken - 4 prentenboeken

Als er één conclusie kan worden getrokken uit de recente toekenning van Griffels voor jeugdboeken dan is het dat het prentenboek er zeer goed voorstaat. En hoewel de makers zich voornamelijk op peuters en beginnende lezers richten, wil dat allerminst zeggen dat ze allemaal op dezelfde manier hun pijlen afschieten. In de regel is de toon die wordt aangeslagen lieflijk, beschermend en onschuldig. Het verschil wordt gemaakt door de vorm, zowel in tekst als beeld.

 

KlopKlopKlop Dat geldt ook zeker voor de nieuwste oogst. Klop klop klop van Ard Agteresch en Tineke Meirink uit Garmerwolde blijft nog aan de veilige kant. Het verhaal van Agteresch, over een verveelde big die zijn buren wil verrassen, roept Kikker van Max Velthuijs in herinnering, ook iemand vriendschap en samenzijn hoog in het vaandel heeft. De ongecompliceerde tekeningen van Meirink sluiten goed bij de eenvoudige vertelling aan.

 

KlopKlopKlaar Noëlle Smit en Riet Wille gaan ingenieuzer te werk. Smit kennen we onder meer van haar illustraties voor de boeken van Harm de Jonge. In Klop klop klaar… ben je daar zet ze een flink stap vooruit. Dieren vormen nog steeds haar grote specialiteit, maar dit keer heeft Smit extra werk gemaakt van de interieurs; er zit nu meer diepte en fijnzinnigheid in haar werk. Wille levert het verhaal over twee zusjes die verstoppertje  spelen en waarin veel baker- en kinderrijmpjes zijn verwerkt.

 

Liever Lief Is bij Riele de poëzie bedoeld voor kinderen, Reine De Pelseneer mikt met Liever lief tevens op de ouders. Samen met Leen De Pelsenaar maakte ze een prentenboek in de geest van de bestseller Jij bent de liefste van Hans & Monique Hagen en Marit Tornqvist. De vrije verzen van Reine zijn direct en zintuiglijk, de lichtvoetige illustraties van Leen – veelal collages waarin met typografie wordt gespeeld – nadrukkelijk decoratief.

 

DeDeftigeDame Ook Sandra op de Beek heeft voor een dichtvorm gekozen. Haar De deftige dame is bedoeld om kinderen in groep 4 middels eindrijm de beginselen van het lezen bij te brengen en vertelt hoe in een dierentuin een aapje een dameshoed weet te bemachtigen. Ronduit bijzonder zijn de illustraties van het in Groningen woonachtige tekentalent Chuck Groenink: dromerig en quasi-naïef, maar vooral mysterieus en zeer spannend.

 

Hoe we het ook wenden of keren, de opmars van de beeldcultuur is niet tegen te houden.

 

Boek: Liever lief. Auteurs: Reine De Pelseneer (tekst) & Leen de Pelseneer (ill.). Uitgever: De Eenhoorn. Prijs: €16,95.

Boek: Klop klop klaar… ben je daar? Auteurs: Riet Wille (tekst) & Noëlle Smit (ill.) Uitgever: Lannoo. Prijs: €14,95.

Boek: De deftige dame. Auteurs: Sandra op de Beek (tekst) en Chuck Groenink (ill.) Uitgever: Pica.  Prijs: €7,95.

Boek: Klop Klop Klop. Auteurs: Ard Agteresch (tekst) & Tineke Meirink (ill.). Uitgever: Clavis. Prijs: €14,95.

8-7-09

’Le petit prince’ nu ook in het Drèents

DeKleinePrins Streektaalfunctionaris Abel Darwinkel heeft Le petit prince van de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry overgezet in het Noord-Drents: De kleine prins. De 96 bladzijden tellende vertaling is verschenen bij Tintenfass Verlag uit Neckarsteinach, een Duitse uitgever gespecialiseerd in klassiekers in minderheidstalen.

 

Darwinkel liep bij zijn vertaalwerk onder meer tegen het ontbreken van een Frans- Drents woordenboek aan. “Franse woorden die ik niet kende moest ik dus opzoeken in een woordenboek Frans-Nederlands en vervolgens moest ik het Nederlandse woord overzetten in het Drents”, vertelt hij in Dagblad van het Noorden.

 

Af en toe pakte Darwinkel de Friese vertaling, De lytse prins, erbij. “Een ander specifiek probleem was dat ik het af en toe plechtige Frans van sommige personages moest overzetten in gewoon alledaags Drents. Desondanks ben ik er volgens mij in geslaagd de boodschap van De kleine prins te behouden."

7-7-09

Cor Hoppenbrouwers en de omgekeerde 'Buddenbrooks'

CorHoppenbrouwers Bij het afscheid geeft Cor Hoppenbrouwers (foto: Jan Zeeman) een exemplaar van zijn boek Het regiolect uit 1990 cadeau, waarin hij het verbleken van dialect tot algemeen Nederlands beschrijft. En in de deurpost zegt hij, terugblikkend op het interview over zijn  roman Door Drentse Venen en het zojuist verschenen vervolg Naar het nieuwe licht: “Ik voelde me even weer helemaal docent.”

 

Hoppenbrouwers (Valkenswaard, 1936) heeft wat uit te leggen. Over waarom een in Noord-Brabant geboren en in Haren woonachtige, voormalig aan de universiteit in Groningen verbonden taalkundige heeft besloten een trilogie te schrijven over een vervenersfamilie bijvoorbeeld. En of die Drentse geschiedenis ook wat kan vertellen over de huidige economische neergang en de culturele veranderingen van dit moment.

 

Dat van die trilogie was geen vooropgezet doel. “Eigenlijk wilde ik een of twee boeken schrijven. Heel dikke banden. Maar dat leek de uitgever geen goed idee. Daarna is er in de tekst geschoven en geschrapt. Zo zat het einde van deel 2 eerst in het begin van deel 1. En van een lang stuk over het ontstaan van de Semslinie, de grens tussen Groningen en Drenthe, is maar één bladzijde overgebleven.”

 

Vermorzel je pronkjuwelen - bij Hoppenbrouwers zijn dat er nogal wat. In Door Drentse venen en Naar het nieuwe licht beschrijft hij niet alleen de lotgevallen van een Veenkoloniaal gezin, maar ook de opkomst en ondergang van de turfindustrie, de ontwikkeling van het platteland, verschuivingen in de streektaal, sociale en politieke veranderingen, de groeiende welvaart. “Eigenlijk is het een bildungsroman waarin de vooruitgang wordt beschreven”, vat hij samen.

 

Het idee Zuidoost-Drenthe als decor te gebruiken, stamt uit Hoppenbrouwers’ tijd als dialectspecialist aan de universiteit. “Destijds heb ik met studenten de streektaal in Emmer-Compascuum nader onderzocht. Een interessant gebied omdat eind negentiende eeuw in die omgeving Groningers, zand-Drenten, Drenten uit de omgeving van Hoogeveen, Friezen, maar ook Duitsers en mensen uit Overijssel zijn neergestreken.”

 

Staan in Door Drentse Venen nog veel dialogen in de streektaal, in Naar het nieuwe licht is dat  beduidend minder. “Jochem Trip, de hoofdpersoon, moet van zijn schoonmoeder – een zand-Drent – minder knauwen. Daarna raakt hij bevriend met een onderwijzer uit Friesland – dus praten ze Nederlands. Zo gaan veranderingen. De mobiliteit neemt toe, mensen leren mensen uit andere streken kennen en de taal van de familie raakt op de achtergrond.”

 

Soepeltjes verweeft Hoppenbrouwers grote en kleine gebeurtenissen in zijn vertelling: de entree van de fiets, de Eerste Wereldoorlog, de Spaanse Griep, de introductie van de radio. Halverwege het tweede deel zet het verval van ‘Drents Californië’ in. De overeenkomsten met de huidige crisis zijn frappant. “Inmiddels weet ik dat het niets nieuws is; de econoom Keynes heeft dit soort ontwikkelingen al in de jaren dertig beschreven. Het is ook niet vergelijkbaar. Emmen en Klazienaveen staan er heel anders voor dan begin vorige eeuw.”

 

De familie Trip trekt in de nieuwe roman noodgedwongen weg, om te werken in de Philipsfabrieken in Eindhoven. Op het perron worden ze door de lokale bevolking bespuwd en uitgescholden voor turftrappers en jeneverdrinkers. Daarna worden ze ondergebracht in een ‘Drents dorp’. Hoppenbrouwers laat een brief van de fabrieksdirectie zien waarin de Drentse Philips-arbeiders worden omschreven als ‘de Hunnen’. “Het is de integratieproblematiek van die tijd.”

 

NaarHetNieuweLicht Deel drie zal zich vrijwel volledig in Noord-Brabant afspelen, Hoppenbrouwers heeft het manuscript bijna klaar. Mogelijk volgt daarna nog een vierde deel, want aan vertelstof en inspiratie geen gebrek. “Aanvankelijk wilde ik een historische roman schrijven volgens de Franse traditie. Daarna werd het een omgekeerde Buddenbrooks van Thomas Mann, over een arbeidersfamilie die het steeds beter krijgt. Inmiddels is het een streekroman, een familieroman, een historische roman in één. Nu wil ik alles vertellen.”

 

Boeken

 

De romans Door Drentse venen (€16,95, 240 blz.) en Naar het nieuwe licht (€17,95, 288 blz.) van Cor Hoppenbrouwers worden uitgegeven door Noordboek. De auteur wordt 16/8 tussen 11.00 en 12.00 uur geinterviewd door Lukas Koops in het Radio Drenthe-programma 'Op verhaal komen met...'

25-6-09

Poesie Parnassi en de kunst van het combineren

Parnassi Donderdagavond 25 juni gaat om 22.30 uur in De Spieghel in Groningen Poesie Parnassi van start, een podium voor vernieuwende poëzie. Bedoeling is steeds de laatste donderdag van de maand te experimenteren met het combineren van gedichten en andere kunstdisciplines. Initiatiefnemer Edwin Lotz legt uit.

 

Vernieuwende poëzie? Wat moeten we ons daar bij voorstellen?

 

"Het uitgangspunt is om de voordracht van gedichten te combineren met bijvoorbeeld filmbeelden, met dans, met samples, met beeldende kunst, met muziek – dance, jazz, klassiek. Er ligt een idee om een dirigent woorden in plaats van noten te laten dirigeren. En er is een plan om tijdens de avond losse zinnen te verzamelen waar vervolgens een gedicht van wordt gemaakt. Wat mij betreft is echt alles mogelijk."

 

Kun je dat nog wel poëzie noemen?

 

"Poëzie is wel steeds bepalend voor de inhoud, alleen de vorm is anders. Dit initiatief wil juist iets met die vorm doen. Op dat terrein gebeurt natuurlijk wel wat, vooral op het gebied met poëzie en muziek, maar er kan veel meer. Idee achter Poesie Parnassi is ook om mensen bij elkaar te brengen die geïnteresseerd zijn in dit soort experimenten. Zie het als een feestje. Als het niet leuk is, ligt het ook aan jou. Je moet er zelf wat van willen maken."

 

Hoe is het idee ontstaan?

 

"Ik ben zelf een haiku-dichter en woon regelmatig poëzieavonden bij. Na een half uur beginnen die voordrachten mij soms te vervelen. Het is allemaal vrij statisch. Als je naar een bandje kijkt, luister je ook niet alleen naar de muziek, dan kijk je ook naar hoe de muzikanten bewegen en of ze een show brengen. Met poëzie moet dat ook kunnen."

 

Heb je zelf ervaring met vernieuwende poëzie?

 

"Een paar jaar geleden heb ik met Rense Sinkgraven als muzikant opgetreden tijdens festival Wintertuin in Nijmegen. Toen deden we hardrockpoëzie. Dat was een succes, het publiek reageerde zeer verrast. Verder heb ik in het Grand Theatre met Wim Sebo het project Optische echo gedaan waarbij we met samples een mix van beelden, geluiden en woorden hebben gemaakt. En tijdens het International Film Festival Rotterdam heb ik in Groningen ook een keer poëzie, dans en muziek gecombineerd. "

 

Wat biedt de eerste bijeenkomst?

 

"We hebben een optreden van Nyk de Vries, die zijn gedichten uit de bundel Motorman op muziek heeft gezet. Anneke Claus zal nieuw werk brengen met Wim Sebo en Sander Trispel: gedichten met samples en dans. We hebben de band Electropoezie, elektronische muziek met beats en gedichten. En DJ Vinylzuchtig komt." 

 

24-6-09

JM Prijs 2009 voor essay Hein Klompmaker

Hein Klompmaker is met zijn essay Onderweg. Over de maakbaarheid van identiteit uitgeroepen tot winnaar van JM Prijs 2009. In de categorie proza ging de prijs naar Froukje Postma met haar verhaal Tsien jier wachtsje en in de categorie poëzie Elske Kampen met Altyd de loft.

 

Dat is dinsdag bekendgemaakt in Oranjewoud. De JM Prijzen zijn ingesteld door het Je Maintiendrai Fonds. Dit keer had de prijs de vorm van een schrijfopdracht over regionale identiteit. "Geen enkele literaire prijs in het Noorden van het land kent bij ons weten een zo hoog prijzenbedrag, tezamen een kleine 30.000 euro", aldus de jury bij monde van Goffe Jensma.

 

Het niveau van de essays viel de jury overigens tegen. "Een essay hoort een originele, scherp geformuleerde, persoonlijke visie op een bepaald onderwerp te zijn. In deze, misschien ook wel moeilijkste categorie vonden we veel bijdragen erg voorspelbaar en was de persoonlijke insteek vaak afwezig", aldus Jensma.

 

In zijn bijdrage vertelt Klompmaker, directeur van het Hunebed Informatiecentrum in Borger, hoe een man tijdens een autorit van Frankrijk onderweg allerlei regionale identiteiten waarneemt. Hij komt tot de volgende conclusie: "Ik ben een optimist. Ik geloof in de maakbaarheid van (regionale) identiteit door positieve keuzes te maken, die onze binding symboliseren.’ ‘Met de Focus rij ik mijn oprit op. Ik ben thuis, maar blijf onderweg."

 

In de categorie proza won Froukje Postma met een verhaal waarin een moeizame verhouding tussen een vader en een dochter wordt verweven met één van de iconen van de noordelijke identiteit: het schaatsenrijden. Het gedicht Altyd de loft van Elske Kampen beschrijft hoe een meisje uit het noorden en een jongen uit het zuiden onder dezelfde lucht hun jeugd beleven.

 

"Zowel in zijn techniek als in zijn uitdrukking en taalgebruik is het een voortreffelijk gedicht", aldus de jury waarin naast Jensma ook Marga Kool en Rutger Kopland zitting hadden.

23-6-09

Marc Reugebrink dingt naar Walschap Literatuurprijs

De romans Het grote uitstel van Marc Reugebrink en Dorstige rivier van Rodaan Al Galidi zijn genomineerd voor de Gerard Walschap Literatuurprijs, een tweejaarlijkse aanmoedigingsprijs (€7500) voor 'jonge Nederlandstalige auteurs'. Dat heeft de jury dinsdag bekendgemaakt.

 

Reugebrink is in 1960 geboren in Goor en heeft reeds zeven titels op zijn naam. Al Galidi heeft tien titels op zijn naam. Wanneer hij geboren is, is niet bekend. De Walschap-prijs wordt dit najaar in Antwerpen uitgereikt. Eerdere winnaars waren Erwin Mortier, Josse De Pauw, Ilja Leonard Pfeiffer en Désanne van Brederode.

Ben Crom: ’Het was een cadeautje’

BenCromMarcelJurianDeJong Ben Crom (Leeuwarden, 1962) debuteerde in 2007 als schrijver met de roman Een goed jaar voor de rozen over een zoektocht naar wat er in de Tweede Wereldoorlog met de joden van Winschoten is gebeurd. Vorige maand verscheen zijn tweede boek, De eendenkooi, waarin de Tweede Wereldoorlog wederom een grote rol speelt.

 

Leeuwarden

 

"Tot mij zestiende heb ik altijd gedacht dat Leeuwarden de enige stad was waar ik ooit zou kunnen en willen wonen. Maar mijn vader vond het nodig om naar Drachten te verhuizen. Hij was provinciaal ambtenaar, en wij moesten natuurlijk mee. Ik vond het vreselijk. In Drachten heb ik het VWO afgemaakt, daarna ben ik naar Groningen vertrokken om te studeren. Ik heb er een geweldige tijd gehad. Ik voel mij sindsdien een Groninger."

 

Bedrijfskunde

 

"Na mijn studie ben ik bedrijfskundige geworden. In staffuncties voor defensie gewerkt, voor bedrijven, voor het Martiniziekenhuis. Het is een hardnekkig misverstand om te denken dat een bedrijfskundige zich alleen met cijfertjes bezighoudt. Juist niet. Het gaat om het functioneren van organisaties, om psychologie, om gedragswetenschap, hoe mensen functioneren. In 2005 ben ik gepromoveerd op de rol van externe budgetparameters in de interne budgettering van ziekenhuizen."

 

 Marktwerking

 

"Geld heeft altijd een belangrijke rol gespeeld binnen de zorg. Ook toen er nog geen marktwerking was. Maar het is nu nóg meer een issue geworden. Persoonlijk vind ik dat het stelsel dat er was beter dan het huidige met veel marktwerking. Al had ook het oude stelsel nadelen. Het is een heel complexe materie waarbinnen allerlei belangengroepen een rol spelen - specialisten, de farmaceutische industrie, patiënten. Juist daarom is volgens mij een sterke overheidsinvloed zo noodzakelijk."

 

Tia

 

"In 1998 kreeg ik een tia (voorbijgaand herseninfarct, red.) en heb ik een week in het ziekenhuis gelegen. Tijdens een gesprek met de arts ontdekte ik dat die tia geen wonder was. Ik leidde eigenlijk nog steeds het leven van een student. Veel sociale contacten, veel werken, voortdurend verhuizen. Toen heb ik mij voorgenomen het anders te doen, dat ik een boek wilde schrijven. Ik heb altijd graag geschreven. Rapporten, beleidsstukken en verslagen maken was voor mij geen straf. Op een gegeven moment ben ik naast mij werk aan een roman begonnen, over monniken in Noordlaren."

 

 Winschoten

 

"Tijdens een bedrijfsuitje in Winschoten hoorde ik in 2005 een verhaal over de vondst van een koffer met alleen maar rechterschoenen. Toen ik thuiskwam, heb ik dat boek over die monniken weggestopt – zeven jaar werk zat er in – en ben ik opnieuw begonnen. Voor Een goed jaar voor de rozen heb ik mij ondergedompeld in de oorlogsliteratuur. Mijn vrouw wist van niets. Ik zat boven en deed alsof ik met mijn werk bezig was. Ik leidde een dubbelleven. Natuurlijk ging dat niet goed. Tijdens het schrijven van mijn proefschrift had ze bijna alles alleen moeten doen, en nu moest ze dat weer."

 

 Eendenkooi

 

"Mijn tweede roman is voortgevloeid vanuit Een goed jaar voor de rozen. We gingen een week met de jongens naar Terschelling. Op het eiland aangekomen las ik een krantje over een eendenkooi, hoe tamme eenden worden gebruikt om wilde eenden te lokken en te vangen. Ik zag direct overeenkomsten tussen die kooi en kamp Westerbork. Mijn hoofd zat nog zo vol van die oorlog. Ik had een laptop mee en moest mij bedwingen dat ding niet open te klappen om meteen te gaan schrijven. Dat kon ik mijn vrouw niet aandoen. Dus ik heb op het toilet aantekeningen gemaakt en die thuis uitgewerkt. Het was een cadeautje, zo makkelijk ging het."

 

Schrijversschap

 

"Een goed jaar voor de rozen heeft me veel gekost, maar ook veel opgeleverd. Het gevoel dat ik iets goeds heb gepresteerd. Er komen nog steeds reacties binnen. Laatst van een man die met mijn boek naar Tel Aviv wil om te eten in het restaurant dat ik heb beschreven - terwijl ik daar nooit ben geweest. Of een reactie van iemand die tijdens de oorlog het servies van joodse familie heeft bewaard en dat nu, na lang zoeken, aan een van de nazaten gaat overhandigen. Ik kreeg een uitnodiging voor het Boekenbal, waarschijnlijk vanwege De eendenkooi. Het schrijversschap brengt zoveel leuke, onverwachte dingen met zich mee."

 

 Leesclub

 

"Ik herinner mij dat ik als twaalfjarige een boek over de oorlog las met op de laatste bladzijde een foto van twee mannen in een concentratiekamp die mij met holle ogen aankeken. Dat beeld is mij altijd bijgebleven. Ik ben van huis uit niet met literatuur opgevoed. Mede daarom ben ik lid geworden van een leesclub. Zo ben ik Dostojevski en Faulkner gaan lezen. De structuur van De eendenkooi, waarbij je als lezer steeds in een ander hoofd zit, is vergelijkbaar met als As I lay dying van Faulkner."

 

Handboek

 

"Naar aanleiding van mijn proefschrift werd ik door het ziekenhuis in Leeuwarden uitgenodigd voor een lezing. Ik vertelde dat ik een handboek voor ziekenhuizen wilde schrijven over budgettering, maar dat ik daar geen tijd voor heb omdat ik ook publicaties moet doen. Die zijn belangrijk, maar zo’n handboek vind ik nog belangrijker. Dat is een dilemma: ik wil iets doen dat een maatschappelijk belang heeft, maar voel me ook verplicht tot onderzoek. Daarom ben ik zo blij met Een goed jaar voor de rozen en De eendenkooi – die boeken zie ik als mijn bijdrage aan een betere wereld."

22-6-09

‘De avonden’ volgens Theo Zwinderman

DeAvonden Gezien bij galerie Van Strien: een reeks tekeningen van Theo Zwinderman naar romans, veelal uit de Nederlandse literatuur. Waaronder De avonden (1947) van Gerard Reve. Zwinderman is een in Nieuwe Pekela woonachtige kunstenaar die op vele terreinen actief is en onder meer als illustrator werkte voor uitgevers als Wolters Noordhoff, Malmberg, Zwijsen en Leopold. Te zien in Nieuw-Amsterdam tot en met 4 juli.

21-6-09

‘Drukkerij Giethoorn Ten Brink in Meppel failliet’

Drukkerij Giethoorn Ten Brink in Meppel dreigt failliet te gaan, meldt de website van Dagblad van het Noorden. "De Rabobank heeft vrijdag de kredietkraan dichtgedraaid en de productieruimten van de drukkerij op industrieterrein Noord in Meppel gesloten", aldus het DvhN.

 

De 152 medewerkers van Giethoorn ten Brink, drukker van veel literatuur, worden maandagmiddag ingelicht over het mogelijke faillissement. De drukkerij maakt deel uit van de Giethoorn Media Groep met 450 medewerkers en vestigingen in Polen, Hongarije en diverse plaatsen in Nederland zoals Deventer, Hardenberg, Houten, Amersfoort en Rotterdam.

 

Volgens het DvhN zou het gerenommeerde bedrijf ten onder zijn gegaan aan tegenvallers bij een dochter in Hongarije vorig jaar, waardoor de financiële reserves uitgeput raakten. De huidige economische crisis betekende de genadeslag.