Groningse dichters hebben een tijd de gewoonte gehad hun bundels samentrektitels mee te geven. Bombloesem. Zavelreis. Meisjespijn. Kanaalkoorts. Wondpoeier. Pingpongtong. Wouter Godijn woont en werkt ook in Groningen, maar deed daar nooit aan mee. Zijn voorkeur gaat uit naar het gevarieerde werk. Alle kinderen zijn van glas, Langzame nederlaag, De karpers en de krab, Kamermuziek, of De weg naar onverschilligheid, De zieken breken, Wiegeliederen en blaaskikkermuziek.
Zijn zevende dichtbundel heeft een titel als een jongensboek: Hoe HH de wereld redde. Daar gaat iets heel geruststellends van uit – zeker na de eerdergenoemde nederlaag en onverschilligheid. De ziekte, waar het bij Godijn vaak over ging, lijkt naar de achtergrond verschoven. Godijn toont ons nog steeds zijn wereld vol problemen, maar belooft ook een happy end. Dat alles dankzij ingrijpen van een held. Kennen wij H.H.? Weten wij uit welke hoek de redding komt?
Moeilijk, moeilijk.
Het motto, afkomstig van Bob Blumenthal, helpt ons op weg: ‘(…) this listener would not hesitate to go Empyrean.' Waarbij empyrean vertaald kan worden als de hoogste hemel. Volgens het orakel Google is Blumenthal een Amerikaans jazzcriticus en is het citaat afkomstig van diens linernotes voor het album Empyrean Isles van jazzpianist Herbie Hancock. En laat die tegen het einde van Hoe HH de wereld redde nou net opduiken in het titelgedicht.
Hoe een jazzpianist de wereld kan redden? Het mogelijke antwoord op deze welbeschouwd onzinnige vraag geeft Godijn via een omtrekkende beweging, die iets gemakkelijker te volgen is voor wie ook zijn eerdere werk heeft gelezen. En Godijn zou Godijn niet zijn als hij in de eerste regel van zijn openingsgedicht niet ook daar de draak mee steekt: 'zie mijn vorige bundels, koop ze, o, koop ze toch, lezen kan desnoods achterwege blijven, als u ze maar, o, u zo dankbaar, lebber, lebberlebber (…)'
Godijn is geen man van de eenduidige versjes. Nee, hij is de dichter van de gedachte achter de gedachte, boven en onder de gedachte. Van relativeringen zo verlammend dat een lezer ervan gaat stuiptrekken. Van stemmen die door elkaar klinken. Van de beroemde veelkantige werkelijkheid. Van typografische grappen waar letterzetters de lol niet van inzien. Van een openingsgedicht dat begint met geslijm en eindigt met een getekend spoor van punaises.
Hij schrijft ook romans. In zijn laatste, Mijn ontmoeting met God en andere avonturen (2010), het voorlopige hoogtepunt in zijn oeuvre, worden alle beschikbare registers opengetrokken voor een verhaal dat zich niet laat samenvatten, maar duidelijk maakt wat literatuur voor heeft op, bijvoorbeeld, wetenschap en filosofie. Hoe HH de wereld redde ligt onmiskenbaar in het verlengde van zijn roman. Wederom zijn er geen regels en wetten, de logica kan overboord, de vrijheid is enorm.
Daardoor schakelt Godijn net zo gemakkelijk en snel van gebabbel over naar bezwering, van anekdote naar gesprek, van toilet naar supermarkt. Een lezer kan en zal er dol van worden. En niet alleen de lezer, ook de dichter zelf: 'neem ons! Neem ons! Regels vol echo's,/ verdund kattengejammer,' dicht hij. 'Een dichter die met z'n kop/ onder het vloerkleed vlucht, rolt zich erin/ en rolt door de kamer. Krijgt kol niet meer weg./ Ik heb haar zelf gemaakt! Ik haat wat ik liefheb!'
De taal van Godijn zit vol huis-tuin-en-keukenwaanzin. Hij gebruikt vertrouwde woorden. Spreektaal uit de wachtkamer, à la Tonnus Oosterhoff, zoals in Smeren: 'hallo ja wat zeggie ja/ ik ben nou toch maar overgeschakeld/ op die andere ja met die hormonen/ ik bedoel op een gegeven moment blijf je smeren/ plakt alles aan elkaar vast zonder dat je een stap verder komt gisteren/ dacht ik nog dat het lek boven was'.
Het spoor van punaises uit het begin van de bundel leidt uiteindelijk naar … noem het kroos – wat evenmin prettig wandelt. Helemaal als je nooit écht hebt leren zwemmen. Kopje onder dus, happen naar lucht, troebel water binnenkrijgen en dan hoestend en proestend, alsof het toch vanzelf gaat, watertrappelen. Met andere woorden: improviseren. Als een jazzmusicus.
In het begin is het een beetje pijnlijk en vermoeiend. Want improviseren is niet hetzelfde als 'zomaar iets doen'. Houvast is als vanouds ver te zoeken. Maar na een paar keer oefenen gaat het vanzelf. Soms. Doe dus wat op een onbepaald moment het beste lijkt, ga als lezer mee in de stroom van Godijns hyperbewustzijn. Vanuit het vertrouwen of de hoop dat het uiteindelijk wel goed zal komen. Of niet. Wat u wilt. Aan u de keuze.
Boek Hoe HH de wereld redde Auteur Wouter Godijn Uitgever Atlas Contact Prijs 24,95 euro (62 blz.)




