Met het verdwijnen van de papieren Tzum wordt de spoeling nog dunner, wat betreft de literaire tijdschriften uit Noord-Nederland. Roet houdt ondertussen stand, al verschijnen er soms nummers waarbij je gramietig denkt: ‘Zou het niet beter zijn als het Drents Letterkundig Tiedschrift werd samengevoegd met Maandewark Oeze volk en de Taolkraant?'
De voorjaarseditie – 34ste jaargang! – opent met een voorwoord waarin demissionair minister Liesbeth Spies voor lillik wicht wordt uitgemaakt, omdat ze zo dom is geweest het Nedersaksisch niet voor te dragen voor erkenning onder deel III van het Europees handvest voor regionale talen.
Het is tekenend dat de redactie daarna overgaat tot de orde van de dag, en geen schriftelijke actie onderneemt dit besluit aan te vechten. Middels een vlammend essay bijvoorbeeld, onderbouwd met argumenten. Opdat de mensen die de protestbijeenkomst van april niet hebben bijgewoond ook helder krijgen wat zo lillik is aan Spies en wat de gevolgen daarvan zijn. Aan debat doen ze niet bij Roet, vanwege Drenthe waarschijnlijk.
Enfin, naast de gebruikelijke gedichten dit keer zes lange prozastukken; van Gerard Stout, van Leny Hamminga, twee van de nijvere Tonko Ufkes en twee van Lukas Koops. De laatste verrast met een komische, erotische vertelling gesitueerd op de redactievloer van RTV Drenthe, waar blijkbaar geen plaats is voor passie en lust. De eerste met een melancholiek tafereel op het treinstation, waar wel plaats is voor passie en lust.
Tot slot een oproep een kort verhaal te schrijven met Drentse woorden waarmee je de ander of jezelf te kijk kunt zetten: dajakker, smakker, miethond, hiepenkriet, hoepsie of wiegelkont.
Tijdschrif Roet. Voorjaar 2012 Uitgever Het Drentse Boek Prijs 3,50 euro (32 blz.)




