En dat is drie. Nadat stichting Beeldlijn eerder films maakte over kunstenaarsvereniging De Ploeg en over de Groninger kunst tussen 1945 en 1975 is er nu ook een over wat daarna gebeurde. In Oude Helden, Jonge Meesters staat de ontwikkeling van de noordelijke figuratieve kunst sinds 1970 centraal. De documentaire werd 15 mei gepresenteerd in het Drents Museum.
Met vooraf een venijnig woord van Beeldlijn-voorzitter Carla Alma, die de verplatting van de regionale televisie hekelde. Oude Helden, Jonge Meesters wordt niet op de regionale televisie vertoond omdat een documentaire buiten het gekozen format van nieuws en verstrooiing valt. Zowel RTV Noord als RTV Drenthe zou liever aandacht besteden aan paarden in de sloot en nieuwe pakjes voor de fanfare dan aan serieus cultureel erfgoed.
Wat u onthouden wordt? Een interessante, informatieve film met archiefbeelden en recente interviews waarin is te zien waarom de figuratieve kunst prominent aanwezig is in het Noorden. Waarom zowel het Drents Museum als museum De Buitenplaats hun collecties er mee vullen. Welke rol galerie Wiek XX en vooral oprichter Hielke de Vries daarbij gespeeld heeft. En wat de impact is geweest van de zogeheten Fuji Art Association.
Dat laatste is lastig vast te stellen. De Association kwam niet voort uit de gedachte dat het tijd werd voor iets heel anders, zo blijkt. Het was geen beweging, zelfs geen stroming, maar een vriendenclub met wortels in café De Kale Jonker in Groningen, op kruipafstand van academie Minerva in Groningen. Gevormd door schilders van naam, aangevuld met de dichters C.O. Jellema, Jean Pierre Rawie en Fritzi ten Harmsen van der Beek.
Regisseur Buddy Hermans voert in de film drie duiders op: museumconservator Harry Tupan, oud-criticus Friggo Visser en oud-criticus Erik Beenker. De eerste twee benadrukken het belang en de verdiensten van de figuratieven. De derde zorgt voor een tegengeluid en geeft lucht aan een teleurstelling: dat na de frisse wind van de jaren zestig de vooruitgang en vernieuwing in het Noorden toch weer de kop werden ingedrukt.
De ‘schuldigen' krijgen in Oude Helden, Jonge Meesters alle lof toegezwaaid. Het is met name aan nestor Evert Musch, de vastberaden Diederik Kraaijpoel en de onvolprezen Matthijs Röling te danken dat klassieke schilderopvattingen op Minerva in zwang bleven en in praktijk werden gebracht door kunstenaars als Wout Muller, Clary Mastenbroek, Ger Siks, Trudy Kramer en later Herman van Hoogdalem.
Toen de tijdgeest wel vat kreeg op Minerva vond de schildersbent onderdak in Assen en vooral Eelde en werd later de Klassieke Academie van de grond getild. Met alle gevolgen vandien. Nog maar net bekomen van de Renaissance in het Noorden opende onlangs in het Drents Museum een tentoonstelling met werk van Röling, Muller, Mastenbroek, Kramer en vooral Siks. De Buitenplaats toont momenteel eindexamenwerk van de Klassieke Academie.
Dat niet iedereen gelukkig is met deze kolossale erfenis laat Hermans ook zien, dat is sterk aan Oude Helden, Jonge Meesters. Maar wat nu precies de bezwaren zijn van bijvoorbeeld Visser, Siks en Petri Leijdekkers blijft echter onduidelijk. Wellicht dat iemand over een paar jaar, in een volgende documentaire van Beeldlijn, het hoge woord over de inmiddels verstikkende werking van de figuratieven wel uitspreekt.
DVD
'Oude Helden, Jonge Meesters' is als dvd te koop via via www.stichtingbeeldlijn.nl. In september volgt een vertoning op Cultura 24.




