Van media-aandacht moet Tonnus Oosterhoff niet veel hebben, maar tegen prijzen zegt hij geen nee. Nadat de dichter uit Klein-Ulsda eerder de Buddingh'-prijs, de Gorter-prijs, de Multatuliprijs, de Jan Campertprijs en de VSB-prijs toegekend had gekregen, mocht hij donderdag de P.C. Hooftprijs in ontvangst nemen. Oosterhoff kreeg de prestigieuze literatuurprijs uitgereikt voor zijn oeuvre als dichter, in het Letterkundig Museum in Den Haag.
Hij deed dat door eerst de knieën te buigen, alsof hij bezweek onder het gewicht van de P.C.Hooft-sculptuur. Daarna door de wenkbrauwen zo op te trekken dat op zijn gezicht een uitdrukking verscheen van 'zie mij, zie jullie, zie ons'. En tot slot door meer dan bereidwillig te glimlachen naar alles wat een camera inclusief flitser hanteerde. Er leek een knop omgezet, omwille van de verzamelde bewonderaars, de jury en uiteraard het bijhorende geldbedrag dat hem in staat stelt twee jaar ongestoord te werken.
Tijdens zijn dankwoord droeg Oosterhoff (Leiden, 1953), uit het hoofd, een gedicht van J.H. Leopold voor. Vervolgens gunde hij zijn gehoor een glimp op een aantal van zijn opvattingen. Die doen we op deze plek ongetwijfeld te kort, maar het komt er ongeveer op neer dat onbevooroordeeld waarnemen zeer moeilijk is, dat we meer kijken met onze kennis dan met onze zintuigen en dat waarnemen vooral het aanpassen is van de werkelijkheid aan onze verwachtingen.
Collegadichter K. Michel had in zijn lofrede Oosterhoff eerder als volgt geciteerd: "Het moet ongeveer zo zijn: om de wereld te begrijpen en te beheersen zijn we genoodzaakt gigantische reducties te plegen. De taal dwingt ons in een denkschema; onbruikbare verschijnselen blijven naamloos, mede daardoor worden ze niet opgemerkt of onmiddellijk vergeten. Vaak zien we die gereduceerde wereld aan voor de echte. Maar er valt duizelingwekkend veel meer zien en te ervaren, en poëzie verwijst daarnaar. Elke dichter heft zo, op zijn eigen manier, iets van die reductie op."
De jury had maar even nodig om Oosterhoff te kiezen, na een kwartier was 't klaar, verklapte voorzitter Kees Verheul. "Zijn vernieuwende poëzie heeft de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en een bijzonder talent voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties. Oosterhoffs werk is bijzonder fris, geestig, diepgravend en origineel."
En het is nog gewoon te koop in de boekhandel ook, in verzamelde vorm. Sinds gisteren onder titel Hier drijft weg. Zie vooral ook www.tonnusoosterhoff.nl.




