Zijn naam doet al enige tijd de ronde, en die ronde wordt steeds groter: Joost Oomen, dichter (Foto Jan Glas). Bekend van zijn gouden debuutbundel Vliegenierswonden. Inmiddels uitverkocht. En zijn slotactie als universiteitsdichter, waarbij een jaar geleden 's nachts de Groninger binnenstad van stoepkrijtgedichten werd voorzien. Winnaar van het Hendrik de Vries Stipendium. Kortom, hét jonge talent van Dichtstad Groningen.
Zaterdag staat Oomen (De Bilt, 1990) op de eerste editie van festival Dichter in de Tuin, een veelbelovend poëzie-evenement bij Museum De Buitenplaats in Eelde. Tussen grote namen: Rutger Kopland, Jean Pierre Rawie, Martin Koster, Erik Harteveld, Jan Glas, Coen Peppelenbos. Zeg maar gerust: het puikje van de noordelijke poëzie. Hoe dat is? "Tof. Kicken," concludeert Oomen bondig.
Twee keer vijftien minuten wordt van hem verwacht. Natuurlijk heeft hij bedacht hoe die tijd gevuld moet worden, met hulp van een stopwatch. "Voor een dichter is twee keer een kwartier optreden best lang. Je mag het publiek niet wegjagen, want dan horen de mensen jouw gedichten niet. Terwijl het daar toch om gaat. Dus ik dacht aan iets expressiefs en daarna een liefdesgedicht. Wat nieuw werk, een beetje afwisseling, zodat het spannend blijft."
Maar eerst: hoe Joost Oomen in de poëzie belandde. Daarvoor moeten we naar IJsbrechtum, een dorp bij Sneek waar hij naar de middelbare school ging en als drummer in bandjes speelde. "Op een gegeven moment had ik dat wel gezien, die verschillende ego's in een band", vertelt hij. "Ik had Lucebert gelezen en over de tijd van de Vijftigers met hun feesten. Dat wilde ik ook. Heel romantisch. Ik wilde dichter worden. Daarom ben ik Nederlands gaan studeren, om meer over poëzie te weten te komen."
Inmiddels is hij vierdejaars. Zijn afstudeerscriptie handelt over de Dichters uit Epiberen en hoe zij debuteerden bij uitgeverij Passage. "Een kwestie van geld," loopt Oomen vooruit op het eindresultaat. "Ze ontdekten dat ze meer geld konden vragen voor optredens als ze een bundel op naam hadden. Voor die tijd zorgde een dichtersdebuut voor symbolisch kapitaal, de Dichters uit Epibreren maakten er echt kapitaal van."
Het was Kasper Peters – oud lid van de Dichters uit Epibreren – die hem ontdekte, tijdens een poetry slam in Noord-Brabant. "Ik wilde optreden met mijn gedichten, dat leek mij logisch. Maar ik wist niet hoe dat ik in Groningen moest aanpakken, daarom deed ik mee in Boxtel. Die podiumdrang heb ik aan de popmuziek over gehouden, denk ik."
Hij vertelt over inspiratie. "Liefde, meisjes. Met de dood heb ik helemaal niks." En over dichters die hij bewondert. "Lucebert dus, maar ook Sybren Polet en en Vaandrager." Het meeste plezier beleeft Oomen aan het schrijven. "Het is gewoon tof om poëzie te schrijven, om de grenzen van taal op te zoeken en er soms over heen te gaan. De euforie als een gedicht ontstaat, de rush die door je lijf trekt. Soms heb je dat halverwege een gedicht, soms als je er vijf op een avond schrijft."
Tot slot laat hij zijn studentenkamer zien. Een bureau, twee boekenkasten, een kapstok met zijn hoeden. Posters, affiches en knipsels aan muren. Een foto van Simon Vinkenoog. De meest recente Nederlandse vertaling van Jack Kerouac's On the road. Bij zijn bed ligt Collected Poems van Allen Ginsburg. Hij werkt aan een eigen versie van Howl, eind dit jaar moet het voltooid zijn. Werktitel: Widescreen Kanaries. "Misschien draag ik zaterdag een stuk voor."
Festival
Festival Dichter in de Tuin wordt zaterdag tussen 11.00 en 16.00 uur gehouden bij museum De Buitenplaats in Eelde met optredens van 25 dichters, muziek van Flux (Irene Wiersma), Focus Vocaal en Luc Oostra. Entree €7. Tussen 13.00 en 14.00 uur is er een lunch met dichters. Presentatie 'Jakhals Thijs'. Zie ook www.museumdebuitenplaats.nl.




