Het is een inmiddels vertrouwd evenement, het Drentse Open Dicht Poëzie Festival. Jong en onervaren dichters treden er op naast oud en onbekend, op een speelweide in de bossen bij Schoonoord. Tijdens een programma met muziek, hapjes en andere onderbrekingen. Héél ontspannen, zodat er geen eind aan lijkt te komen. En na afloop krijgt de beste dichter een juryprijs.
Zondag ging die naar Delia Bremer. De dichteres uit Nieuweroord ontving ‘m voor een optreden waarin ze, onder gitaarbegeleiding, zwoel draaiend met de heupen, wapperend met heur haar en smijtend met een gietijzeren pan (!), erotische poëzie ten gehore bracht. Waarmee weer eens bewezen werd, dat Bremer – galeriehoudster, tekstschrijfster, workshopper, olifantenschilderes – niet voor de poes is.
En dus ook in de bossen bij Schoonoord, waar hij twee keer mocht aantreden. De eerste keer voor een interview met Serge Vinkenvleugel waarin hij onthulde dat hij sinds een half jaar durft te zeggen dat hij publicist is. "Met een rooie kop. Schrijver gaat mij nog iets te ver." En vertelde dat hij graag de provincie intrekt. "Ik zou natuurlijk makkelijk in de Randstad kunnen blijven hangen. Maar ik vind het fijn als het kan mislukken. Ik kom graag op plekken waar iets te veroveren valt."
Oftewel: Voor iemand die het tot BN-er heeft geschopt door bij De wereld draait door met een schrijfblok tussen het klapvee te gaan zitten, is Dijkhoorn is eigenlijk heel gewoon gebleven.
De tweede keer droeg hij voor uit eigen werk. Eerst een lang gedicht over ‘fucking Joop Zoetemelk’. Nou ja, gedicht, je zou het ook een opstel kunnen noemen, want zoals meer moderne dichters heeft Dijkshoorn aan afspraken, regels en eindrijm geen boodschap. "Van mij moet niks," had hij eerder verklaard. Daarna een ruime keuze uit de bundel Daar schrik je toch van. De eerste duizend gedichten die hij als P. Kouwes schreef achter de schutting van website GeenStijl.
Zijn aankondigingen gaan ongeveer zo: "Het volgende gedicht gaat over een andere angstgegner; dat ik daar voor wordt uitgenodigd. Dia-avond: ‘Kijk/ hier wil ik dood.’" Ter ontnuchtering gevolgd door de opmerking: "Laat u niks wijsmaken mensen, iedereen kan het. En dan nu het gedicht Jon Bon Jovi in het Spaans: ‘Gon/ bon/ Goofy’." Ook aardig is het gedicht Moderne dokter: ‘U wilt dood?/ Sluit af met een hekje’.
Het inmiddels bekende gehak op Mart Smeets liet Dijkshoorn achterwege. Wel was er een lied, over een spooktrucker, niet onaardig gezongen. En, o ja, Arthur Japin werd weggezet als De Nachtwacht, omdat hij zich te nadrukkelijk als De Schrijver zou opstellen. Eerst de man, dan pas de bal, dat is de volgorde waar de gewezen Amstelveense bibliotheekmedewerker zich tot in voetbalkantines geliefd mee maakt. Ondanks een grijns die een permanente obstipatie doet vermoeden en een scheiding op de schedel zo imposant dat je er een jaar lang roddelbladen mee kunt vullen.
Met andere woorden: een inspirerend type die Dijkshoorn, die kun je er goed bij hebben.




