Het is een gewoonte op de letterenfaculteit van de universiteit in Groningen om het nieuwe academisch jaar te openen met een lezing. Nadat eerder onder anderen Marcel Möring, Elsbeth Etty en Hans Goedkoop hun licht lieten schijnen over dit of dat, was het dinsdag de beurt aan Ronald Giphart (foto Jan Willem van Vliet) met een uiteenzetting over ’humor als ondergeschoven stijlfiguur in de Nederlandse literatuur’.
Dat humor ten onrechte een onderschoven positie in de literatuur inneemt bijvoorbeeld. De houdbaarheid van een grap op papier mag dan beperkt zijn, het effect dat ermee wordt gesorteerd liegt er niet om. Wapperend met wetenschappelijk onderzoek wees Giphart zijn publiek op de heilzame werking van humor. "Lachen wapent de mens tegen virussen en kwaadwillende cellen. Wie lacht, leeft langer. Humoristische schrijvers zijn levensredders."
En dat allemaal dankzij een stofje dat in onze hersenen vrijkomt.
Lachen wordt vooral door de serieuze medemens niet hoog aangeslagen. "Je krijgt er een rare kleur van", citeerde Giphart Plato. "Het is oefenen in doodgaan en de meest afschuwelijke manier om de stilte te doorbreken." In de woorden van Charles Darwin: "Aangepast blaffen om de roedel op de hoogte te stellen van de vondst van een prooi." En volgens Freud: "Een hoeveelheid onbruikbaar geworden seksuele energie."
Je moet wel heel sterk in de schoenen staan om dan nog veel tijd en moeite in humor te willen steken. Ook in de literatuurwetenschap. Giphart: "Wetenschappers houden zich liever bezig met serieus onderzoek naar serieuze literatuur omdat ze zichzelf serieus willen nemen."
Vraag is ondertussen hoe humor werkt, waarom we om het een wel en het ander niet lachen, en waarom we bij voorkeur publiekelijk lachen. Het heeft onder meer met sociale hierarchie te maken, met het doorbreken van verwachtingspartronen en met het zichtbaar maken van vervreemding. Of volgens de formule van Igor Krichtavofitch: EH = PE • C/Tp + BM. Waarbij EH voor het effect van humor staat, PE voor persoonlijke empathie, C voor complexiteit, T voor de tijd die nodig is om het raadsel op te lossen en BM voor de bedding van de humor.
Een kind kan weer eens de was doen, welbeschouwd.
Ter afronding van zijn betoog, presenteerde Giphart de uitkomsten van een onderzoek naar welke schrijvers in Nederland als humoristisch worden ervaren. Semi-wetenschappelijk verricht in eigen kring; van de 36 benaderde kennissen, kwamen 24 lezers met 48 namen op de proppen. Daar zaten uiteraard veel usual suspects en grappenmakers uit de oude doos tussen: Constantijn Huygens, De Schoolmeester, Piet Paaltjens, Bomans, Carmiggelt, Reve, Campert en Van Kooten. Het meest genoemd werden echter Dimitri Verhulst, P.F. Thomése en de uiteindelijke winnaar: Herman Brusselmans.
Inderdaad, geen Ronald Giphart. Misschien is de schrijver toe aan een nieuwe kennissenkring.
IJsland
De nieuwe roman van Ronald Giphart vertelt over twee komieken die op IJsland de basis proberen te leggen voor hun nieuwe theatertournee. Hun vaste tekstschrijver, Giph, reist met hen mee en worstelt met de vraag ’waarom je het publiek aan het lachen zou proberen te maken als het lachen je zelf is vergaan’. IJsland verschijnt in oktober. Zie ook www.ronaldgiphart.nl.




