Een sluitende definitie is er niet. Wel een hoop buzz. De Kunstraad Groningen organiseerde zondag een informatie- en discussiebijeenkomst over e-cultuur. Het is een vooralsnog vaag begrip waarover veel te doen is, waarschijnlijk omdat je er alle kanten mee op kunt.
Zo wordt het door kunstenaars gebruikt om aan te geven dat ze bezig zijn met onderzoek naar de mogelijkheden van met informatie- en communicatietechnologie. Organisaties en bedrijven zien e-cultuur als middel om nieuwe producten te bedenken en vervolgens ook te verkopen. En daartussen zweeft een groep nerds, nieuwe futuristen en handige jongens en meisjes die wel raad weten met nieuwe media en alle gevolgen van dien.
In Groningen moet het allemaal nog van de grond te komen. Dat wil zeggen: je hebt Pavlov Medialab, je hebt een festival waar films worden vertoond gemaakt met mobiele telefoons, er zijn kunstenaarsinitiatieven die verder kijken dan de kwast, je hebt Arling en Arling. Maar je hebt ook Marco Bentz van den Berg, directeur van de Groninger Kunstraad en zelfverklaard digibeet, die helemaal niets met e-cultuur heeft, maar het toch noodzakelijk vindt dat er in het Noorden over wordt nagedacht.
En dus schakelde hij Klaas Kuitenbrouwer van Virtueel Platform in, het expertisecentrum voor e-cultuur, die op zijn beurt zondag vier sprekers naar het Frank Mohr Instituut haalde. Stuk voor stuk jongens van een jaar of dertig die zijn opgegroeid in een wereld waar internet het boek als belangrijkste informatiebron heeft verdrongen, waar Engels de denktaal is en waar de smartphone en laptop tools zijn, apparaten die je gebruikt terwijl je ook met andere dingen bezig bent.
Joost Heijthuijsen van Incubate bijvoorbeeld, een festival in Tilburg met meer tweehonderd acts, dat alle denkbare sociale netwerken gebruikt om het publiek te informeren en te betrekken. Geheel volgens de principes ‘gratis is goed’, ‘een idee is ook maar een idee’ en ‘van samen delen wordt iedereen rijk’. Heijthuijsen houdt eigenlijk niet van festivals, maar weet als geen ander hoe je doelgroepen moet bereiken en vasthouden.
“E-cultuur is een gewoonte”, stelde Juha van ’t Zelfde van bureau Non-fiction. “Ik heb al vier jaar geen televisie meer in huis. Dan ontstaat vanzelf tijd voor nieuwe dingen.” In zijn geval komt dat neer op het runnen van een bedrijfje dat onder meer de Museumnacht in Amsterdam tot een broedplaats vol slimme ideeën voor erfgoed-instellingen heeft gemaakt. “Ik weet eigenlijk niet goed wat ik doe”, sprak Van ’t Zelfde terwijl hij over zijn bezigheden vertelde.
E-cultuur als Haarlemmer Wonderolie? “Nee hoor”, zegt Kuitenbrouwer van Virtueel Platform. “We hebben het over normale veranderingen. Cultuur vormt het hart van alle innovatie. Dat is met e-cultuur niet anders.”



