Zaterdag vond in de bibliotheek in Emmen een debat plaats over kunst en cultuur. Deelnemers waren de partijen die om de stemmen strijden tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen. Vier keer per half uur werd een stelling besproken: het nieuwe theater, het culturele leven in de dorpen, de vraag naar een poppodium en de behoefte aan een museum. Schrijver dezes mocht de gesprekken leiden. RTV Emmen zorgde dat het rechtstreeks op de lokale radio te beluisteren was.
Of het nu een echt debat genoemd kon worden, is ongewis. De politieke partijen in Emmen lopen wat standpunten en ideeën betreft niet van elkaar weg en dat is op zich wel goed, want als iedereen in de verste uithoek gaat zitten komt er nooit iets klaar. Maar het kan ook aan de opzet en stellingen gelegen hebben. Hand in eigen boezem eerst: de gespreksleider slaagde er nauwelijks in de deelnemers zo tegen elkaar op te zetten dat een felle woordenstrijd ontstond en onderlinge verschillen aan het licht kwamen.
Toch was het geen tamme bedoening. Sterker, het was bij vlagen ontluisterend. Gevraagd naar wat de partijen van het culturele leven in Emmen vinden, rolden er allemaal dooddoeners over tafel als ‘sterk gevarieerd’, ‘levendig’ en ‘goede voorzieningen’. In de dorpen bloeit het verenigingsleven, beweren de partijen. In de ‘stad’ Emmen gebeurt veel en staat nog veel meer prachtigs te gebeuren. Kortom, Zuidoost-Drenthe is een Walhalla. Bijna af. Cultuur in Emmen is politiek een non-issue.
Het merkwaardige wil nu dat het Emmen volgens de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) als gemeente met meer dan honderdduizend inwoners aan van alles ontbreekt wat elders wel aanwezig is of zou moeten zijn. Er is géén poppodium, er zijn géén kunstenaarsinitiatieven, er zijn géén individuele subsidies en opdrachten, er is géén theaterwerkplaats, géén filmhuis, géén lokale televisie, er zijn géén aankoopregelingen voor beeldende kunst.
En dan wordt nog gezwegen over de huisvesting van kunstencentrum CQ, de artistiek oninteressante festivals en de belabberde staat van het huidige theater, waar per voorstelling steeds minder bezoekers op af komen en dat de komende jaren gewoon door moet modderen.
Wat niet weet, dat niet deert?
Los van de VNG-maatstaven heeft de provincie Drenthe inmiddels tweemaal gepeild wat inwoners vinden van het culturele leven in hun omgeving. Zuidoost-Drenthe scoorde in die onderzoeken opvallend slecht. Zo zijn Emmenaren van alle Drenten het minst tevreden met het culturele aanbod in de provincie. Daarnaast hebben de Emmenaren die, bijvoorbeeld, het theater bezoeken een sterke behoefte aan meer aanbod.
Kortom, er ontbreekt van alles en er is wel degelijk ontevredenheid.
Maar volgens de toekomstige bestuurders in Emmen is het wel goed zo. Het nieuwe theater wordt vast heel mooi en is het wachten waard, al moet het niet te veel gaan kosten en waarom nu over bezuinigingen praten als de bedragen niet bekend zijn? In de dorpen gaat ondertussen alles goed; de krimp is een hype. Vorig jaar groeide het inwonertal in de hele gemeente nog met 86 inwoners. Misschien dat er ooit een poppodium komt, maar daar moet nog diep over nagedacht worden. En een museum hoeft niet zonodig, als er maar een plek is waar exposities mogelijk zijn.
Met de kop in het zand zakken we weg in het veen. Zo komen we de jaren wel door.



