“Groningers hebben een geheim”, zegt Bennie Roeters (foto Corné Sparidaens) aan een tafeltje in een overvol café in de Groninger binnenstad. En hij kijkt er wat moeilijk bij. “Ik weet niet wat het is. Het zit, denk ik, in de taal. In het verschil tussen wat ze zeggen en doen, misschien. Vergelijk het met mensen in Amsterdam. Die zeggen soms meer dan ze doen. Hoe dan ook, bij Groningers heb je altijd het gevoel dat er dat er nóg iets is. Iets wat zich niet laat definiëren.”
Roeters (Uithuizen, 1952) was een jaar of 25 toen hij Groningen verruilde voor het Westen. Hij ging er aan de slag als scenarioschrijver voor film en televisie, maar knipte de banden met Noorden nooit door. Vorige week was hij weer even terug voor de promotie van Gagarins engelen, een roman waarin het communisme belangrijke rol speelt en de hoofdpersoon, Roelf Mik uit Nieuw-Scheemda, slachtoffer wordt van de ongrijpbare machinaties van de Koude Oorlog.
Mik is losjes gemodelleerd naar Kurt Stek, uit De Graanrepubliek van Frank Westerman. Net als Stek reist Mik op jonge leeftijd af naar de Sovjet-Unie, op dat moment een wereldmacht vol veelbelovende ontwikkelingen. “Het is geen afrekening met het communisme”, waarschuwt de schrijver. “Mijn roman gaat meer over de vraag of het leven bepaald wordt door een systeem – een politiek systeem, een religieus systeem – en in hoeverre je je daar aan kunt onttrekken.”
Roeters raakte gefascineerd door de Sovjet Unie toen hij als kind aan de Korreweg in Groningen woonde. “Ik sliep met mijn broer op één kamer. Op een avond vertelde hij over het bestaan van een ijzeren gordijn en over een land met drie soorten vrouwen: hordeloopsters met enorm lange benen, potige vrouwen die wijdbeens op de grond stonden en enorme oorvijgen konden uitdelen, en ronde moedertjes die je kon afpellen waarna er een ander vrouwtje tevoorschijn kwam.”
Jaren later besloot Roeters zelf achter het ijzeren gordijn te gaan kijken. Geïnspireerd door berichten over de vakbeweging Solidarność reisde hij in 1980 naar Polen. Negen jaar daarna, in 1989, bij de val van de Muur in Berlijn, bezocht hij Oost-Duitsland. Nog weer later volgde ook Rusland. “Door de verhalen van mijn broer, maar ook door wat ik nu weet van het nazisme en communisme, was het zeer opwindend om daar rond te kijken. Ik moest voortdurend denken aan wat Armando ooit een schuldig landschap heeft genoemd.”
In Gagarins engelen wordt hoofdpersoon Roelf Mik, zoon van een Groninger communist, in 1967 tot zijn verrassing uitgenodigd om in de Sovjet-Unie de vijftigste verjaardag van de revolutie mee te maken. Eenmaal in Moskou raakt hij de ene na de andere reisgenoot kwijt en blijkt hij opgenomen in een programma met moeilijk te doorgronden doelen. Mik probeert zich te bevrijden, met alle gevolgen van dien.
Gagarins engelen leest als een spionageverhaal én een thriller, maar is in feite een ontwikkelingsroman. “De Graanrepubliek is een inspiratiebron, maar ook A spy who came in from the cold van John le Carre en Kinderen van de arbat van Anatoli Rybakov”, vertelt Roeters over zijn inmiddels derde roman. “In mijn vorige boek zitten elementen uit een soap. Ik wilde nu eens een verhaal schrijven met een klassieke opbouw, lezers meenemen naar een onbekende wereld.”
Kort na de publicatie van zijn boek ontdekte Roeters tot zijn verrassing iets dat hij tijdens het schrijven van Gagarins engelen nog niet had gezien. “Net als aan Groningers, kleeft er ook aan de Russen iets geheimzinnigs. Het heeft er mee te maken dat ze zich beide niet snel bloot geven, of misschien zelfs niet willen bloot geven. Het is als bij de babuschka’s. Net als je denkt te weten hoe het zit, blijkt er weer een andere laag onder te zitten.”
Boek
Gagarins engelen van Bennie Roeters is verschenen bij uitgeverij Anthos. Prijs: 18,95 (224 blz). eerder verschenen van zijn hand de romans ‘Het fins plot’ en ‘De verstopte stad’. Zie ook www.bennieroeters.nl




