Crossing Border is veel meer dan alleen literatuur, maar vergelijk het eens met de eerste editie van Het Grote Gebeuren, de poging van stichting Letter & Stad en de openbare bibliotheek Groningen om een serieus prozafestival van de grond te tillen. Tegenover de Haagse overdaad stonden zaterdag en zondag in Groningen vijf activiteiten die matig werden bezocht.
Was de markt met kleine uitgevers en boekenmakers zaterdag in de Groninger bibliotheek geanimeerd, de belangstelling voor het jongerenprogramma viel zwaar tegen en de bekendmaking van de prijs voor het Beste Groninger Boek was ronduit ongepast. Nadat eerder uitgevers hadden verzuimd werk in te sturen, werden voor, tijdens en na de uitreiking de genomineerden aan hun lot overgelaten en bleken de winnaars zelfs afwezig.
Het hoofdprogramma maakte veel goed, maar niet alles. Zo’n vijftig bezoekers waren ’s avonds in Het Paleis bijeen voor vier schrijvers en een muzikant: Coen Peppelenbos, Kristien Hemmerechts, Esther Gerritsen, Thomas Rosenboom en Jan Veldman. Centraal thema was engagement – tevens het onderwerp van het debat op zondagmiddag – geen van de schrijvers bleek er iets mee te hebben.
Dat het toch onderhoudend en boeiend werd, was te danken aan de vragen van Annette Timmer en de welwillendheid van de schrijvers. Waarbij Esther Gerritsen, schrijfster van Een kleine miezerige god, wist te verrassen met háár maatschappelijke betrokkenheid: “Ik werk nu aan een roman met de titel Superduif, over een vrouw die verkleed als duif oudere mensen wil redden. Dat speelt nogal veel tegenwoordig.”
Een handvol sympathieke ideeën en een paar interessante gasten maken nog geen goed prozafestival. Het probleem van Het Grote Gebeuren lijkt in de voorbereidingstijd, de communicatie en het geld te zitten. Het hoeft niet meteen een Crossing Border te zijn, maar met een budget à la Zomerzinnen (80.000 euro), een jaar voorbereiding, wat marketing en zoiets als een website moet je ook in Groningen een eind kunnen komen.
Alle begin is moeilijk, zullen we maar denken.




