Bill Mensema (Delfzijl, 1960) kwam vorig jaar met Doem Dada, een roman waarin de hoofdpersoon – Bill – terugblikt op zijn weinig hoopvolle gestuntel in het Groninger muzikanten- en studentenleven van begin jaren tachtig. Het bleek een geslaagd debuut, vooral vanwege Mensema’s losse toon en voorliefde voor slapstick.
Had Doem Dada iets weg van een ontwikkelingsroman, Fietsen met Bob Dylan wordt gepresenteerd als zedenschets anno 2008. We leven in een rare tijd, stelt de schrijver: "Voor niemand was genoeg ook echt genoeg. Dat was het grootste probleem van deze tijd: de onstuitbare gulzigheid.”
Onder deze omstandigheden maken we kennis met een luie ict’er, de quasi-naïeve Bill die in een Groninger doorsneewoning een dankbrief probeert te schrijven aan zijn grote held Bob Dylan. De vriendin van Bill – Aisha – is koopziek. Zijn vriend Han is achterdochtig; hij roept Bills hulp in om zijn vrouw Annet in Delfzijl op overspel te betrappen. En dan is er nog Marc, een nieuwe collega die op George Clooney lijkt.
Veel ernstiger wordt het niet in Fietsen met Bob Dylan. Mensema heeft er voor gekozen op luchtige toon commentaar te leveren op de mens in het huidige, verwarrende tijdsgewricht. Over het lichaam van Bill bijvoorbeeld: "Ooit had God mij strak verpakt op deze aarde gezet, waarna Hij langzaam maar zeker het hulsje had weggetrokken – net als het folie van een bierworstje – waardoor het vlees zich nu op plekken verzamelde waar het esthetisch gezien beter niet kon zitten."
Over telefoonnummerinformatie: "Vroeger kostte het een paar centen om een nummer op te vragen, maar tegenwoordig ben je er dertig keer zoveel voor kwijt terwijl je het informatienummer niet weet." Of over het Nederlandse kunstklimaat: "Aan de ene kant werd hier zulke vergezochte kunst gemaakt dat niemand het nog echt begreep. Aan de andere kant was er het platte volksvermaak, dat zo populair was dat er hele voetbalstadions voor werden afgehuurd. Het was net alsof er nooit iets tussenin zat."
Bij vlagen doet de benadering van Mensema denken aan die van Herman Brusselmans, ook zo’n zwart-wit schrijver die in een razend tempo met alles en iedereen de spot drijft. Verschil is wel dat Brusselmans genadelozer is, meer over the top, en stilistisch reeds jaren geleden aan de schrijfuniversiteit is afgestudeerd. Mensema is eerder luchtig dan venijnig, eerder amusant dan hilarisch.
Maar Fietsen met Bob Dylan leest prettig weg, dat mag ook gezegd. En hoewel Mensema er zelf niet al te zwaar aan lijkt te willen tillen, heeft zijn Bill natuurlijk het grootste gelijk met zijn commentaar op het uit de hand gelopen Ikea-consumptisme.
Gelukkig zijn de tijden voortdurend aan het veranderen.
Boek: Fietsen met Bob Dylan. Auteur: Bill Mensema. Uitgever: Passage. Prijs: €18,50 (236 blz.)




