Officieel telt Overijssel dit jaar vier grote zomerfestivals. Festival Zwart beet het spits af, Kunsten op Straat is nog gaande, Grenswerk in Enschede moet nog komen en afgelopen weekend was het de beurt aan Deventer op Stelten. Dit laatste evenement werd alweer voor de dertiende keer gehouden en is met honderdduizend bezoekers ook meteen grootste festival van Overijssel.
In de binnenstad van Deventer was het zeker druk. Met name op de Brink en het Grote Kerkhof kon je vrijdag en zaterdag over de hoofden lopen, zoals dat heet, terwijl ook zondag behoorlijk veel volk op de been was. En wat zagen zij? Een bonte stoet steltlopers afgewisseld met acts en voorstellingen van internationale gezelschappen gespecialiseerd in beeldend theater. Alles vrijwel zwijgend gespeeld en gratis toegankelijk.
Spectaculair oogde Compagnie Jo Bithume uit Frankrijk met het stuk Victor Frankenstein rond het bekende thema ‘monster wil meisje’. Groots opgezet, met livemuziek, op een in drie stukken gehakt schip waarbij het zeil van de grote mast werd gebruik voor filmprojectie. Het geheel deed sterk denken aan de tijd van de stomme film, toen Frankrijk en Duitsland de dienst uitmaakten in deze nog nieuwe kunstvorm.
Veel succes had ook Oplas Teatro uit Italië (foto) met Ombre, een balletvoorstelling met dansers op stelten. Echt vernieuwend zag de choreografie er niet uit, maar het publiek vond het prachtig. Bij Het Fundament van Frans Custers liepen de toeschouwers daarentegen weg, misschien wel omdat Custers de grenzen opzocht met een introverte, abstracte solovoorstelling geïnspireerd op Le Sacre du Printemps van Stravinski & Nijinsky.
Nieuw was dat Deventer op Stelten dit keer ook aan de andere kant van IJssel programmeerde. In het Worpplantsoen was theatergroep Tuig neergestreken voor de voorstellingen Salto Vitale en Schraapzucht. Bij Tuig geen stelten maar met veel geduld uitgevoerd trek-, sjor- en hijswerk rond reusachtige installaties van hout en ijzer. Salto Vitale had een prachtige finale met een man die uit een mast naar beneden kwam zeilen.
(Zaterdag aan het eind middag ineens loeiende sirenes aan de overzijde van de IJssel. Terwijl een ploeg vrijwilligers onder toeziend oog van een cameraploeg de rivierbedding van vuilnis ontdeed, dook een 19-jarige jongen van de spoorbrug om niet meer boven te komen. Het zoeken door duikers van de brandweer had zondag nog geen resultaat opgeleverd.)
Schraapzucht bleek een trage vertelling met fraaie muziek over een man die in het landschap een machine ontdekt die hem welvaart oplevert. De man overwint zijn verbazing en verwondering en geniet met volle teugen van ‘zijn’ fautieul, zijn wasbak, zijn raam en zijn open haard. Tot de machine ermee ophoudt. De man ontsteekt in boosheid: hij wil dát behouden waar hij nooit inspanning voor heeft hoeven doen.
Ook nog even het thuisgezelschap Gajes bekeken in de Bergkerk met een act waarin de mens weer eens zijn plek werd gewezen door de goden. Want die hebben grotere paarden, lopen op stelten en kunnen dus wel bij de appels. En tot slot gezien hoe Joop Mulder van Oerol zich liet imponeren door een bebrild mannetje in een wit pak (foto). Het mannetje bleek niemand minder dan Tjitse Hofman die met een sampler een waterfontein in beweging wist te krijgen.
Gewoon, op zijn knietjes. Zo kan het blijkbaar ook.



