Simon Vinkenoog (Amsterdam 1928 - 2009) was zo nadrukkelijk aanwezig in de Nederlandse poëzie dat niemand om hem heen kom. Overal verscheen hij, van tuinfeest tot popfestival, kraakpand tot theaterzaal. en overal was hij aan het woord. Eerst op papier, daarna op het podium en later ook op internet. De zondag overleden Simon Vinkenoog (foto Wolter Kobus) stond gelijk aan een eindeloze woordenstroom.
Vorig jaar trad hij op in de gevangenis in Veenhuizen tijdens de finale van een poëziewedstrijd voor delinquenten. Een tijdlang zat Vinkenoog daarbij als een kromgetrokken reiger onrustig aan een tafeltje om zich heen te blikken. Tot hij voor de microfoon de winnaar bekend mocht maken. Alsof hij de verlosser was van gestraft Nederland, zo uitbundig werd hij onthaald.
Op het podium voelde Simon Vinkenoog zich op zijn best. “Daar ligt ook zijn grote verdienste voor de Nederlandse poëzie”, zeggen uitgever Anton Scheepstra en dichter Bart FM Droog. “In 1966 gaf hij als organisator van Poëzie in Carré de aanzet voor de vele dichtersavonden en –festivals die ons land nu telt. Tot die tijd was de poëzie in Nederland vooral een papieren aangelegenheid.”
Een jaar na zijn debuut met de bundel Wondkoorts in 1950 stelde Vinkenoog de bloemlezing Atonaal samen met poëzie van de Vijftigers. “Uitgever Stols zocht een manier om zijn poëziefonds na de oorlog nieuw leven in te blazen. Atonaal was een commerciële actie”, duidt Droog, “Vinkenoog bracht voor dat doel jonge dichters bij elkaar. Eigenlijk bestond die beweging helemaal niet.”
Critici waren niet altijd even gecharmeerd van Vinkenoogs poëzie, vooral omdat zijn gedichten het beter in de zaal deden dan in een bundel. “Vinkenoog heeft met zijn lange slepende gedichten vol herhaling de poëzie als gesproken woord weer onder aandacht weten te brengen,” prijst Scheepstra. “Hij droeg weinig voor uit het hoofd. Er moest altijd wel een papiertje bij”, vult Droog aan. “En hij was erg in zichzelf geïnteresseerd.”
Na de jaren zestig ontpopte Vinkenoog zich tot een sjamaanachtige figuur met grote belangstelling voor esoterie en oosterse denkbeelden. Daarnaast toonde hij zich een pleitbezorger van geestverruimende middelen. In tijdschriften, kranten en op televisie werd hij voortdurend afgebeeld als wietroker, het levende bewijs dat je met een dagelijkse joint behoorlijk oud kon worden.
Na een medialuwe periode raakte Vinkenoog vanaf 2004 weer volop in de belangstelling. Op basis van een door Bart FM Droog georganiseerde interverkiezing werd hij aangesteld als interim Dichter des Vaderlands. “Daarna heb ik hem aan een computer geholpen en is hij actief geworden op internet”, vertelt Droog. In 2006 werd Vinkenoog opgepikt door muzikant Spinvis met wie hij twee cd’s maakte.
Vinkenoog was zeer positief ingesteld, soms op het euforische af. “Ik heb hem nooit horen klagen. Ook niet over gebrek aan erkenning”, vertelt Scheepstra. “Wat ik wel heb gemerkt, is dat hij erg genoot van alle aandacht rond de uitgave zijn Verzamelde gedichten toen hij vorig jaar tachtig werd. Simon Vinkenoog was een rasoptimist en zeer levenslustig. Tot het einde toe. Hij heeft zich nooit uit het veld laten slaan.”



