Lammert Doedens mag als docent geschiedenis graag retorische vragen stellen. “Dus ik vraag aan een leerling: ‘Wat kreeg Anne Frank voor haar verjaardag?’ Krijg ik als antwoord: ‘Een joodse ster, mijnheer.’ Kwáád dat ik werd. Ik schrok er zelf van.”
De kans dat een leerling van het Nassaucollege in Beilen nog eens zo’n antwoord geeft, is klein. Zeker zolang Doedens en zijn collega Ton Peters het project Een schuldig landschap mogen uitvoeren en leerlingen kunnen opleiden tot gids op Kamp Westerbork. Jonge ambassadeurs met een boodschap: dit nooit weer.
“Het is dé manier om ze iets over de Tweede Wereldoorlog te leren. Kinderen nemen eerder iets aan van leeftijdgenoten dan van volwassenen,” weten Doedens en Peters. Hun project werd in het leven geroepen toen leerlingen neonazi dreigden te worden.
Vrijdag kregen de ambassadeurs van Doedens en Peters ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Anne Frank een rondleiding over het kampterrein van Bergen-Belsen. Maar eerst werd er voorgelezen uit Het Achterhuis. In het Frans, het Duits, het Engels, maar vooral in het Nederlands, de taal waarin van Anne haar gedachten over haar leven en toekomst heeft opgeschreven.
“Anne staat symbool voor de jodenvernietiging, maar ze is ook een gewoon meisje van vijftien”, vertelt directeur Habbo Knoch van Herinneringscentrum Bergen-Belsen. “Wij willen juist op haar verjaardag haar stem laten horen. Jongens en meisjes van vijftien, zestien kunnen dat het beste.”
Jaarlijks komen 300.000 mensen naar Bergen-Belsen. De plaatselijke bevolking worstelt nog altijd met de gebeurtenissen, vertelt gids Evelyn Thiel. “Ik merk dat ze het er liever niet over hebben. Maar de jongere generatie voelt zich minder belast en is nieuwsgierig naar wat hun ouders en grootouders verzwijgen.”
Thiel leidt de Drentse jongeren over een kampterrein waar, net als in Westerbork, geen barak meer overeind staat. In de jaren negentig hebben jeugdgroeperingen de fundamenten weer zichtbaar gemaakt. Wel intact gebleven zijn de grafheuvels waar de Britse bevrijders met hulp van shovels duizenden lijken moesten begraven. Daartussen moet Anne Frank ergens liggen. “Ze is in ieder geval niet alleen”, stelt Jantine Schokker bitter vast.
In het bezoekerscentrum gaat het lezen ondertussen onverminderd voort. Tegen middernacht komen de laatste dagen in Het Achterhuis aan bod. Alles wat daarna is gebeurd, haalde nooit het dagboek, maar bleek een nog vreselijker geschiedenis. “Het is een groot wonder dat ik mijn hoop niet opgegeven heb”, weet Anne nog op papier te krijgen.
Haar dagboek eindigt op 1 augustus 1944. Anne en haar familie worden via Westerbork naar Auschwitz overgebracht en vervolgens wordt ze gescheiden van haar ouders op 28 oktober op transport gezet naar Bergen-Belsen. Ergens in maart, kort na de dood van haar zus Margot, sterft ze. Op 15 april wordt het kamp door de Britten bevrijd. Ze treffen er 60.000 mensen aan, massagraven en duizenden onbegraven lichamen.



