De cultuurredactie van Dagblad van het Noorden ontving deze week een mailbericht met de volgende woorden:
“Ik schreef een gedicht over de beelden op Natuurkunst Drenthe. Misschien leuk bij een artikel in jullie (onze) krant.
Groet Mart Brok”
Het aangekondigde gedicht bleek geschreven naar aanleiding van de deze week geopende natuurkunstmanifestatie in de bossen bij Schoonoord. W&L citeert:
‘Neem de natuur mee in een sleurhut
anders blijft ie onbenut
Duik onder in een serre
pour un voyage imaginaire
of leg u in een takkenbed
voor een bosrijk liefdesduet’
Inderdaad, een typisch Mart Brok gedicht. Maar het meest wonderlijk was de ondertekening: Stadsdichter Coevorden.
Stadsdichter Coevorden? Coevorden heeft helemaal geen stadsdichter. Als iemand dat behoort te weten dan is het wel Mart Brok. Want niemand anders dan Brok is het tot eind vorig jaar geweest. Dat wil zeggen: tot zijn opdrachtgever – de stichting achter de viering van zeshonderd jaar stadsrechten voor Coevorden – formeel werd opgeheven en de gemeente Coevorden, financier van voornoemde stichting, besloot dat het er ook geen tweede hoefde te komen.
Brok, inmiddels woonachtig in de gemeente Emmen, is daardoor blijkbaar zo in de bonen, dat hij zich aan zijn ingetrokken titel blijft vastklampen. Een kwestie van pure wanhoop wellicht:
‘De dichter raakt zeer ernstig verward
in deze Drentse walk of art
verstrikt in de verbazing
struikelend over het hazenpad
werpt zich de taalpurist
in het warme natuurkunstbad.’



