Mart Brok (Breda, 1945) houdt er niet van op zijn rug naar het plafond te staren. Hij verhuisde onlangs van Erm naar Nieuw-Amsterdam, waar hij een Taalwerkplaats is begonnen in een voormalige waterzuivering, stelde de dichtbundel Les poèmes épiques samen, zwaaide af als stadsdichter van Coevorden en kreeg als dank de bundel Niets ontging de nauwgezette dichter mee.
Het laatste is een prachtig boekje, met dank aan de vormgevers van L’eds Communicate en het uitgeversduo gemeente Coevorden en de Stichting 600 jaar Stadsrechten Coevorden. Op verzoek van deze stichting leverde Brok in 2008 bijdragen aan het lokale huis-aan-huisblad en schreef hij gelegenheidsgedichten waarvan er nu vijftien zijn gebundeld.
Hoe begerenswaardig Niets ontging de nauwgezette dichter ook oogt, de uitgave bevat geen poëzie voor de eeuwigheid. Brok is als stadsdichter zo onverstandig geweest veel met eindrijm te willen werken waardoor zijn beperkingen extra aan het licht komen. Voor iemand die vaak voor leken moet optreden, is een eenvoudige vorm misschien handig, maar reclame voor de poëzie is het dit keer niet.
Over de opgravingen in de binnenstad:
Veel huisraad zeg maar potten en pannen
Zijn de prooi van alle nieuwbouwplannen
Coevorden kan straks wellicht parkeren
in middeleeuwse sferen
als niet de heerlickhyt dezer stad
een vinger in de pudding had
Aangesteld door een club die het verleden van Coevorden wilde vieren, waren de onderwerpen van Brok beperkt. Vandaar dat hij zo nu en dan ook buiten de paden trad. In Gezellig toch! beschrijft hij een ommetje door Dalen: ‘Ik liep hier laatst te wandelen./ Om te zien wat er zoal was/ ik zag de Kerk met haar toren/ en de oude bakkerij/ Miep Kiers met heel veel spullen/ en ook de Fuchsiakwekerij.’
Het wordt bedenkelijk als hij zich ter gelegenheid van festival Folk veur volk aan de streektaal vergrijpt: ‘Un vers veur Folk veur volk in Aolden/ Folk veur Volk is een vrémde rariteit/ want het volk dat er naar toegaat/ heeft in alle val geun spijt./ ’T is er luuster’n, drinken en genieten./ Tot in het veulste late uur/ maar dat scheult de mens gin biet’n/ want daar komt ie nou juust veur.’
Blijkbaar wilde als stadsdichter op de eerste plaats zijn opdrachtgevers tevreden stellen, niemand voor het hoofd stoten en vergat van de weeromstuit dat hij goede gedichten moest maken. Wellicht is het de hoofdreden dat Coevorden geen plannen heeft voor een tweede stadsdichter.
Het bij uitgeverij Gopher verschenen, nogal pretentieus getitelde Les poèmes épiques lijkt bedoeld om het dichterschap te kunnen voortzetten. In deze bundel met tien lange, verhalende gedichten zoekt Brok nadrukkelijk aansluiting bij de podiumdichters – op de omslag poseert hij met gitarist Harm Bos die hem bijstaat tijdens optredens.
Misschien dat het op het podium goed werkt, maar op papier schort er veel aan de gedichten. Brok permitteert zich opvallend veel vrijheden. Naar niets wijst er op dat hij zich vóór het schrijven in de materie heeft verdiept – zijn taal niet, zijn techniek niet, zijn thema’s niet. De gebruikte beelden zijn weinig verrassend, op het clichématige af. Zoals in het openingsgedicht De Drentse Ommegang:
Losgerukt uit het omwoelde hunebed
kijk ik in de vroege ochtend in de tuin van God
Ik werp de Drentse achterdocht naast de jeneverfles
waarmee ik soms de dorst nog les
Groot verschil met zijn stadsgedichten is dat Brok een veel persoonlijker toon durft aan te slaan, veel over drankmisbruik dicht en daarbij soms tot zelfbeklag vervalt. Zoals in Ik spiegel de zee:
Verward gaan mijn gedachten
terug in de diep verborgen tijd
het zwijgen deed er beter toe
maar spreken klinkt bevrijd
ik hakkel van de ene
naar de andere ongestelde vraag
om te verdwijnen in de wanhoop
van de zoektocht naar een antwoord
Zo is er altijd wel wat.
Boek: Niets ontging de nauwgezette dichter. Auteur: Mart Brok. Uitgever: Gemeente Coevorden & Stichting 600 jaar Stadsrechten Coevorden. Prijs: €7,50 (24 blz.). Boek: Les poèmes épiques. Auteur: Mart Brok. Uitgever: Gopher. Prijs: €13,90 (54 blz.)



