Mede dankzij Marga Kool en Gerbrand Bakker is het platteland weer in beeld als volwaardig decor voor romans. Max Niematz levert een bijdrage aan dit provincialisme met een heuse boerenroman: Kromzicht.
Boeren worden in de Nederlandse literatuur vaak neergezet als eenvoudige geesten, een beetje dommig en weinig wereldwijs, tegen verandering en vooruitgang. Die typering gaat terug tot halverwege de negentiende eeuw toen de literatuur een zaak werd van schoolmeesters en dominees en is hardnekkig in standgehouden door de stadsschrijvers van na de Tweede Wereldoorlog, ook toen een beetje agrariër al lang en breed naar de universiteit ging.
Max Niematz (Tilburg, 1942) laat in Kromzicht zien dat de realiteit op het platteland altijd al genuanceerder heeft gelegen. In zijn nieuwe roman, een bewerking van een novelle uit 2000, stelt hij de lezer voor aan twee veeboeren uit het begin van de vorige eeuw. De ene is de trage en degelijke veehouder Berend Tiedema. De ander is Ludo Hensius, ook veehouder, maar dan van het excentrieke soort.
Die twee uitersten kunnen op het Groninger platteland – Niematz heeft Kromzicht in een fictief dorp in het Oldambt gesitueerd – aanvankelijk goed naast elkaar bestaan. Het evenwicht raakt echter verstoord als de pretentieuze Hensius met ‘bloedophoping en paring met verwante dieren’ een superstier wil fokken. De techniek is omstreden, maar het werkt. Op de Kromzichter Fokveedagen wordt zijn Hensianus Dricus 1 tot fokstier gekroond.
Op dit punt aangekomen, ongeveer halverwege de roman, voert Niematz een 15-jarig meisje op, Klazien, het nichtje van Hensius. In eerste instantie koppelt hij haar aan de verlegen Tiedema, maar die relatie houdt niet lang stand. Klazien wordt vervolgens verleidt door haar flamboyante oom en raakt zwanger. Vrijwel tegelijkertijd breekt er een virus uit in de stal van Hensius en wordt de veestapel van het dorp bedreigd.
Zo samengevat doet Kromzicht denken aan de streekromans die via allerhande series en boekenclubs in enorme aantallen over ons land zijn uitgestort. Boerenfamilies, een kleine plattelandsgemeenschap, een tragische liefde, een drama in de stal – het omslag met een boerin starend in de verte ontbreekt er nog maar aan. Max Niematz lijkt zich dat terdege bewust en past een aantal kunstgrepen toe waardoor zijn boerenroman boven de middelmaat uitstijgt.
De eerste kunstgreep is zijn archaïsche stijl. Met name Hensius worden voortdurend woorden in de mond gelegd die aan de Tachtigers doen denken, maar zo over de top zijn opgeschreven dat het bijna parodie lijkt. Bijvoorbeeld als hij een duur wandkleed met een historisch tafereel heeft aangeschaft: ’t Verzacht ons heimwee naar deze zinvollere tijden. ’t Bevrijdt ons arme boeren uit de kluisters van eeuwenlange onwetendheid.’
Tweede kunstgreep is het rijk versierde decor. Niematz heeft zich uitgebreid laten voorlichten over het fokken van vee. Met name het eerste deel van zijn roman leest, mede door zijn liefde voor oud agrarisch jargon, als een loflied op het Groot Veefokkershandboek. Dat is niet altijd even prettig, maar het gebeurt wel zo consequent dat het bewondering afdwingt. Echt tot leven komt Kromzicht pas met de entree van de dartele Klazien.
Maar het meest opvallend is dat Niematz de weinig avontuurlijke Tiedema als de uiteindelijke held tevoorschijn laat komen. Een lompe, zwijgzame boer die het experiment uit de weg gaat, in feite maar een beetje aanrommelt, maar dondersgoed lijkt door te hebben waar raszuiverheid en inteelt toe kunnen leiden. Tiedema mag dan niet de cup winnen, hij krijgt wel de hoofdprijs, terwijl Hensius afdruipt.
Kromzicht sluit daardoor mooi aan bij het rijtje romans waarin de schijnbare stilstand op het platteland wordt geprezen boven het aanhoudende jagen naar meer, beter en groter. Of Niematz daar bewust voor heeft gekozen, is niet duidelijk, feit is wel dat hij het provincialisme met deze kleine roman een goede dienst bewijst.
Boek: Kromzicht. Auteur: Max Niematz. Uitgever: Contact. Prijs: €18,90 euro (199 blz.)



