(Bert Haanstra tijdens de opnamen van ’Alleman’ in 1963. Foto: Just Entertainment)
Bert Haanstra geldt als een van de grootste filmmakers die ons land heeft voortgebracht. Tien jaar na zijn dood wordt hij geëerd met een monumentale dvd–box en een festival waarbij een groot deel van zijn films opnieuw in de bioscoop wordt vertoond.
De meest Nederlandse van al onze filmmakers wordt hij genoemd. Maar dat heeft internationale erkenning nooit in de weg gestaan. Filmmaker Bert Haanstra (1916 – 1997) kreeg een Oscar voor zijn korte documentaire Glas (1958) en trok volle bioscoopzalen met films als Alleman (1963) en Fanfare (1958). Om aan te geven hoe belangrijk zijn werk is, werd die laatste film vorige week opgenomen in de Canon van de Nederlandse Film.
Opvallend veel films van Haanstra zijn tijdloos, blijkt uit de dvd–box die vorige week is verschenen. Het tijdloze zit onder meer in zijn manier van registreren. Haanstra kon kijken als geen ander, vol verwondering, met veel scherpte, humor en een schier oneindig geduld. Maar het zit ook in zijn onderwerpkeuze. Bij het kijken naar Alleman, waarin het alledaagse leven is vastgelegd, vergeet je terstond dat het Nederland van 1963 definitief is verdwenen.
De monumentale box Bert Haanstra Compleet bevat al zijn gerestaureerde films – van de documentaire De Muiderkring uit 1949 over het Muiderslot tot en met Kinderen van Ghana uit 1988 voor Unicef. Dus ook het nauwelijks vertoonde werk dat hij maakte voor Shell én zijn speelfilms. Het in Giethoorn gedraaide Fanfare, over twee rivaliserende muziekkorpsen, is het meest bekend. Maar ook Een pak slaag, de semi-speelfilm Vroeger kon je lachen en vooral Dokter Pulder zaait papavers zijn nog niet vergeten.
Haanstra groeide op in Goor, waar volgende week ’zijn’ festival begint. Als kind was hij al vroeg in de weer met projectoren en camera’s. ”Toen hij twaalf jaar was, had hij een epidiascoop”, vertelt zoon Jurre Haanstra. ”In familiekring werden in het donker allerlei voorwerpen geprojecteerd. Dat ging heel aardig, totdat de belangstelling verflauwde. Mijn vader loste dat op door uit zijn broek een zekere witte schim te voorschijn te toveren. Ik ben blij dat er toen geen ongelukken zijn gebeurd.”
Zijn eerste camera kocht Haanstra met het geld dat hij als 14–jarige bijeen had gesprokkeld met het rapen van eikels. Zijn eerste internationale succes boekte hij twintig jaar later met Spiegel van Holland, een korte documentaire waarin Nederland wordt getoond in het wateroppervlak. Een vingeroefening, omschreef hij het zelf jaren later in een interview. ”Ik wist nog niet hoe ik met mensen moest werken. Die spiegeling was een manier om een leuk effect te creëren.”
Dat spiegelen is Haanstra altijd blijven doen. Alleman, de best bezochte documentaire uit de Nederlandse filmgeschiedenis, is er een goed voorbeeld van. Maar ook met het in Artis opgenomen Zoo (1962), de lange documentaire Bij de beesten af (1972) over het gedrag van dieren en met het in Arnhem gedraaide Chimps onder elkaar (1984) houdt hij zijn publiek een spiegel voor. Tussen aapjes kijken en mensen kijken, het favoriete tijdverdrijf van menigeen, zat voor de filmmaker geen verschil.
Hoe eenvoudig ze ook ogen, de films van Haanstra zitten geraffineerd in elkaar. Verbluffend is bijvoorbeeld het geluid in Glas, de muziek van Pim Jacobs sluit perfect aan bij de beweging van de glasblazers. En in Rembrandt. Schilder van de mens (1957) laat Haanstra portretten uit de zestiende eeuw vloeiend verouderen op een manier die later is herontdekt door videoclipmakers als Godley & Creme in Cry (1985) en regisseur Ron Howard in Willow (1988).
”We maakten films met simpele middelen, zonder glamour, met een knijpkat in een café”, blikt Anton van Munster terug. Munster was jarenlang Haanstra’s vaste cameraman: ”Bert hield van monteren. Van het opnemen zelf was niet hij zo weg. Ik heb zonder zijn aanwezigheid veel gefilmd, ook dingen die hij niet wilde hebben. Sommige beelden kwamen hem van pas. Maar als hij iets niet wilde, dan gebeurde het ook niet, dan liet hij zich niet ompraten. In die zin was hij een echte Tukker.”
Festival
Het Bert Haanstra Festival start donderdag 27 september in Goor met het vernoemen van een trein naar de filmmaker en openluchtvertoningen van films. Vervolgens worden tot en met 31 oktober zijn films vertoond in een groot aantal filmhuizen in Nederland en tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht. Voor het complete programma zie www.berthaanstrafestival.nl. De dvd–box Bert Haanstra Compleet (tien dvd’s) kost 69,95 euro.
Onderdeel van het festival zijn live–uitvoeringen op locatie van Nieuw Glas; nieuwe muziek bij de Oscar–winnende film Glas uit 1958 door onder anderen André Manuel, dance–pionier Eddy de Clercq en game–componist Ron Hubbard en de Duitse elektronicamuzikant Michael Fakesch (ex–Funkstörung). Op 30 september voert Eddy de Clercq Nieuw Glas uit in het Fraterhuis in Zwolle. Diezelfde dag wordt bij het City Theater in Steenwijk de in Giethoorn opgenomen komedie Fanfare in de openlucht vertoond.




