Kort geleden sprak Hans Renders, directeur van het Biografie Instituut, zijn zorgen uit over de populariteit van de biografie. Veel van de boeken die als biografie worden verkocht, zouden volgens Renders die naam niet verdienen. Met mooischrijverij, gegoten in een literaire vorm, en het rondstrooien van zoveel mogelijk intieme details heb je nog geen afgewogen beschrijving van iemands leven en werk, betoogde hij.
Toen Renders zijn uitspraken deed, lag de biografie van zanger Frans Bauer (1973) net in de winkel en moest die van criticus Conrad Busken Huet (1826 - 1886) nog verschijnen. De laatste, geschreven door Olf Praamstra (Deventer, 1950) voldoet in vrijwel alles waar een biografie aan moet voldoen: goed geschreven, goed onderzocht, goed gedocumenteerd, goed ingebed in de tijd, goed geïllustreerd. Het enige denkbare bezwaar zou de omvang kunnen zijn: 943 bladzijden. Maar wie zegt dat zo'n pil in een week gelezen dient te worden?
Conrad Busken Huet wordt nog altijd gezien als een van de belangrijkste literaire critici die ons land heeft voorgebracht. Zijn pen was ongekend scherp; met open vizier trok hij grote reputaties van hun voetstuk - Gerrit Komrij en W.F. Hermans hebben veel van hem geleerd. Hij was de eerste die de Nederlandse literatuur langs de internationale meetlat legde.
Minstens zo interessant is de invloed die hij uitoefende in de protestantse kerk. Ver voor H.M. Kuitert baarde hij als predikant van de Waalse Kerk nationaal opzien door vanaf de kansel van zijn geloof te vallen. In een tijd dat de kerk geen enkele ruimte bood voor vrijdenkers, verrichtte hij pionierswerk als modern theoloog. Het is de breuk met het geloof die hem in de richting van de letteren en de journalistiek heeft gedreven.
Busken Huet wilde de samenleving veranderen. Net als Multatuli schreef hij niet om de kunst, zoals dat tegenwoordig gebeurt, maar om invloed te verkrijgen en uit te oefenen. Journalistiek was daarbij hooguit een tijdelijk instrument, een tussenstap. Met droge ogen aanvaarde hij in ruil voor 3000 gulden reisgeld de opdracht van 'Den Haag' om als hoofdredacteur van de Javabode de liberale pers in Indië in te tomen.
Praamstra laat de naam niet vallen, maar zijn beschrijving roept gaandeweg Pim Fortuyn in herinnering. Ook Busken Huet leefde van scherpe meningen en hooggestemde idealen. Hij had het beste voor met 'het volk', maar ernstige bedenkingen bij de democratie. Hij duldde geen tegenspraak en kritiek en liet een lange stoet gekwetste zielen achter - alleen zijn gezin en zijn vriend E.J. Potgieter, oprichter van De Gids, bleven hem trouw.
Als een olifant door een porseleinkast, zo bewoog Busken Huet zich door de samenleving. Zelfs op latere leeftijd en inmiddels milder gestemd, als hij hoopt op een benoeming tot professor in de letteren, slaagt hij er in zijn glazen in te gooien. Dat doet hij door tijdens een congres te beweren dat de Nederlandse taal de vooruitgang in de weg staat. Het beetje krediet dat hij op de valreep opbouwde met de cultuurgeschiedenis Het land van Rembrand, zijn grootste werk, verspeelde hij door majesteitsschennis.
En steeds weer was Busken Huet verbaasd over de schade. Hij bedoelde het zo goed: bijna alles wat hij schreef was bedoeld om het verarmde Nederland wakker te schudden en aan te sporen tot grootse internationale prestaties. Wie zijn land liefheeft, kastijdt het. Uiteindelijk stierf hij in vrijwillige ballingschap, in Frankrijk, het land van waaruit hij 'zijn' Nederland vaak tegen beter weten in in goede banen probeerde te leiden.
Olf Praamstra geeft aan zijn ronduit imposante beschrijving de ondertitel 'een biografie' mee. Dat is wetenschappelijk heel verantwoord. Er bestaat altijd een mogelijkheid dat iemand in een later stadium een nog completer beeld kan leveren. Maar het getuigt ook van bescheidenheid. Want waarom zou iemand proberen deze definitieve biografie te overtreffen?
Boek: Busken Huet. Een biografie. Auteur: Olf Praamstra. Uitgeverij: SUN. Prijs: €29,50 (943 blz.)


