Zo leerden wij het op school. De Vijftigers waren jonge dichters die het na de Tweede Wereldoorlog radicaal over een andere boeg gooiden. Wild, vrij, experimenteel, vernieuwend. Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Remco Campert kunnen we ons zonder moeite herinneren. Maar de groep was groter. Ook Bert Schierbeek, Jan Hanlo en Jan G. Elburg hoorden erbij. En, schijnbaar, Koos Schuur, zoon van een winkelier in naaimachines en fietsen uit Veendam.
Van Jan G. Elburg (1919 – 1992) is net een biografie verschenen, plus een bloemlezing uit zijn werk en het brievenboek Een halve eeuw vriendschap waarin Siem Bakker de correspondentie met Schuur (1915 – 1995) heeft gebundeld. Twee vijftigers in brieven 1943 – 1992 luidt de speelse ondertitel van het boek. Waarmee handig naar de komende Boekenweek wordt verwezen, als vriendschap centraal staat, en Schuur aan de vergetelheid wordt ontrukt.
Die vriendschap begint als Schuur in 1943 Elburg om een bijdrage vraagt voor een prozabundel. Schuur heeft dan clandestien de cyclus Novemberland gepubliceerd en woont inmiddels in Amsterdam waar hij is ondergedoken uit angst voor tewerkstelling in Duitsland. Een jaar eerder werkte hij nog in Wildervank voor advertentieblad De Noord-Ooster waar hij zo'n beetje alles deed, van advertenties tot en met het kerstverhaal.
Zijn literaire ‘carrière' neemt een vlucht als hij – met Elburg – in 1945 in de redactie belandt van Het Woord. Maandblad voor de nieuwe Nederlandse letterkunde. Schuurs verzamelbundel Herfst, hoos, hagel uit 1946 wordt een hype, hij wordt ontvangen als een uitzonderlijk talent. "Een enorm getoeter", zei hij daar later over. "Ik was ineens een grote piet en iedereen herkende mij en wilde op mijn schoot zitten. Maar ik ben gewoon Koos Schuur uit Veendam. Zoiets. Dat zit diep in je."
Na de oorlog wordt hij redacteur bij uitgeverij De Bezige Bij. Maar in 1951 heeft Schuur genoeg van Nederland en emigreert hij naar Australië. Daar begint hij serieus te corresponderen, onder meer met Elburg. De Australische brieven vormen het hoogtepunt in het Een halve eeuw vriendschap, vanwege de experimentele stijl die Schuur hanteert en vanwege het geploeter down-under. Hij kan er niet aarden, zijn huwelijk loopt stuk, hij krijgt heimwee en geldnood.
Als Schuur in 1962 in Nederland terugkeert, lukt het hem niet meer om aan te haken; alsof zijn kaars te snel is opgebrand. Eind jaren zestig krijgt hij een baan bij boekenclub ECI, waar hij vele jaren zal blijven. Af en toe publiceert hij iets nieuws, zonder daar tevreden over te zijn. De vriendschap met Elburg blijft, maar veel strakker wordt de band met het literaire leven in Nederland niet. Veelzeggend: als in 1986 Siem Bakker promoveert op tijdschrift Het Woord is Elburg aanwezig, maar laat Schuur verstek gaan.
Een voetnoot in de Nederlandse literatuur? Het verhaal van Koos Schuur biedt een glimp op het literaire leven in Stad Groningen en Ommeland van vlak voor de oorlog. In Een halve eeuw vriendschap komen we te weten dat het bloeiende periode moet zijn geweest, met A. Marja, Hendrik de Vries, Ab Visser, Hans Redeker, Max Dendermonde, Eddy Evenhuis, Ferdinand Lange, Reinold Kuipers en, vooruit, Bert Schierbeek. Allemaal vertrokken ze voor, tijdens of na de bezetting naar het westen, op Hendrik de Vries na. Met als gevolg dat Groningen na 1945 – literair gezien – nauwelijks nog iets voorstelde.
Dan de vraag of Koos Schuur inderdaad tot de Vijftigers gerekend mag worden. Het antwoord komt van Jan G. Elburg, zelf een bijna-vergeten Vijftiger, dus hij zal het wel weten. Uit een brief uit 1990: "Onzin om jou met veel gepas en gemeet bij de Vijftigers te willen indelen. Je hebt wat je al in Novemberland virtuoos te vertellen had, soms na langere perioden van je mond houden, in je gevorderde werk steeds eenvoudiger en spiritueler gepreciseerd."
Boek: Een halve eeuw vriendschap. Twee vijftigers in brieven 1943 – 1992. Jan G. Elburg en Koos Schuur. Bezorging: Siem Bakker. Uitgever: Meulenhoff. Prijs: 19,95 euro (392 blz.)




